COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 2 (04042017)

Woensdag 1 maart 2017 – Bogotá

Bogotá ligt op ruim 2.600 meter boven de zeespiegel, dat betekent dat het 's ochtends nogal fris is. Zo fris zelfs, dat de open haard in de eetzaal van het hotel voor enige warmte moet zorgen. Helaas missen de kamers dit comfort. Na de dag voor vertrek toch maar even naar het weerbericht voor Bogotá te hebben gekeken, heb ik op het laatste moment besloten een jack mee te nemen dat me nu goed van pas komt, net als de dunne trui met lange mouwen en mijn hardloophemdjes. Ze worden over elkaar aangetrokken, want warm aankleden blijkt jammer genoeg bittere noodzaak. Niet alleen het verschil in temperatuur tussen Buenos Aires en Bogotá is even wennen, hetzelfde geldt voor het verschil tussen hoe de Argentijnen en Colombianen Spaans spreken, waar even later op de dag ook nog eens het verschil in waarde tussen de Argentijnse Peso en de Colombiaanse Peso bijkomt.

Om 9 uur staan Jorge, de chauffeur, en Juan, mijn begeleider voor vandaag, bij de receptie van het hotel. Juan is de zoon van een blanke vader en een Afro-Colombiaanse moeder, geen wonder dat de reisorganisator vol vertrouwen “de gids weet ook meer te vertellen over de Afro-Colombiaanse cultuur” in mijn programma voor vandaag heeft geschreven. Eerst geld wisselen en ontdekken dat je in Colombia in een vloek en een zucht miljonair kunt worden, daarvoor heb je niet meer dan zo'n €350 nodig. De dagkoers voor vandaag van de Euro is rond de 3.000 Colombiaanse Pesos. Bij de eerste kleine aankopen, 2 koppen koffie voor $3,500 en een adapter om de oplader van de batterijen van mijn fototoestel in een Colombiaans stopcontact te kunnen steken voor $2,500, helpt Juan me door te zeggen dat het alles bij elkaar om niet meer dan 2 Euro gaat. Onderweg naar de Mercado Palequemao had hij in de auto al de roze buurt “la Tolerancia” aangewezen en daarna waar gay vermaak kan worden gevonden, maar over waar ik Afro-Colombia in Bogotá kan vinden, blijft hij vaag. De hele dag trouwens, de eerste teleurstelling.

Op het buitenterrein van de Mercado Palequemao worden verse bloemen verkocht, onder het dak van het enorme marktgebouw werkelijk alles wat maar met eten en drinken te maken heeft en met het huishouden in het algemeen. Het is een goed georganiseerde en schone markt, stukken beter dan de Nicaraguaanse markten die ik daar een jaar geleden in León en Granada bezocht. Dit heeft vast en zeker met het verschil in welvaartsniveau te maken, dat ligt in Colombia zichtbaar hoger. Bij een slagerij ontdek ik dat de onderste delen van een koeienpoot hier een lekkernij zijn. In een kleine kraam iets verder wordt er koffie gebrand en geschonken. De Argentijnse “cortado” die veel op de Nederlandse “espresso macchiato” lijkt, blijkt in Bogotá “perico” te heten. Variaties op hetzelfde thema. Bij het bestellen merk ik dat er een addertje onder het gras schuilt. Juan heeft mij vooraf al verteld dat “perico” een woord is dat eveneens voor cocaïne wordt gebruikt, een product dat net als koffie door Colombianen in grote hoeveelheden wordt geproduceerd én geëxporteerd. De koffieman zit waarschijnlijk in het complot, want als ik “perico” bestel, krijg ik onmiddellijk als wedervraag “welke wil je?” Bij mij gaat de perico door de mond en niet door de neusgaten.....

We gaan op Bogotá neerkijken vanaf net onder de top van de 3.125 meter hoge Cerro Monserrate. Het verkeer op de Calle 26 – één van de twee snelwegen die dwars door de stad lopen – zit muurvast. De chauffeur is daar niet erg blij mee, mij kan het niet veel schelen omdat langzaam rijden en stilstaan een stukken betere gelegenheid biedt om de veelkleurige en veelsoortige graffiti langs beide kanten van de weg enigszins op mijn gemak te kunnen bekijken. Juan meldt met enige trots dat Bogotá de graffitihoofdstad van Zuid-Amerika is, hij is dan ook nog nooit in Buenos Aires geweest. Dat denk ik en zeg het maar niet hardop. Nadat op 19 augustus 2011, toen het aanbrengen van graffiti langs de openbare weg nog verboden was, de pas 16-jarige Tripido door de politie werd neergeschoten, als zijnde een betrapte dief, volgden dusdanig felle protesten dat de burgemeester graffiti “legaal” verklaarde. Vervolgens gingen alle remmen los. De hoeveelheid graffiti die ik in de afgelopen minder dan 24 uur heb gezien – ook de wijk waar ik logeer is een populair doelwit – is enorm. De kwaliteit vind ik over het algemeen nogal bedenkelijk, hoewel dat natuurlijk een kwestie van smaak is. De buitenmuur van de Duitse begraafplaats – met groot FRIEDHOF boven de poort – is ontzien en voor het naastgelegen Parque el Renacimiento staat een ruiterstandbeeld dat is gemaakt door Fernando Botero. Ook bij het zo te zien niet al te lang geleden aangelegde park hoort een verhaal over hoe het is ontstaan. Voorheen lagen er ondermeer de naamloze slachtoffers van de “el Bogotazo” begraven, zij die op 9 april 1948 tijdens de onlusten naar aanleiding van de moordaanslag op Jorge Eliécer Gaitán door leger en politie werden neergeschoten.

wordt vervolgd