COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 15 (27052017)

Maandag 6 maart 2017 – Bogotá – Neiva – San Agustín
Hotel Terrazas de San Agustín is in het duister gehuld en ligt er verlaten bij als ik arriveer. Omdat ik vannacht de enige gast ben, is al het personeel, behalve de receptionist, naar huis gestuurd. Het restaurant is dus ook dicht, waardoor ik noodgedwongen door de druilerige regen op zoek moet om iets te eten. Op de weg terug word ik aangesproken door een wat slordige man. Hij noemt me bij mijn doopnaam, dat zit dus wel goed. Hij stelt zich voor als Ánibal, mijn gids voor morgen en donderdag en is naar mij op zoek geweest om te laten weten dat het Archeologische Park dat voor morgen op het programma staat, op dinsdag is gesloten. Dat lijkt me geen al te groot probleem, dat kan toch worden opgelost door morgen het programma voor woensdag te doen en omgekeerd. Maar dan blijkt dat de auto die mij vervoert ongeschikt is voor de slechte wegen naar de plekken die bezocht gaan worden. Tegelijkertijd biedt hij echter aan een en ander met de reisorganisatoren op te zullen nemen en ik ga er gewoon vanuit dat alles zal worden opgelost terwijl ik lig te slapen. Hetgeen dus ook gebeurt.

Dinsdag 7 maart 2017 – San Agustín – El Estrecho – Obando – San José – San Agustín
“Kijk lulu's, weet je wat dat zijn?” De enige “Lulu” die ik ken is de Schotse zangeres met de hese stem uit de jaren 60 van de vorige eeuw. De oranjerode lulu's in een veld ergens in de heuvels boven San Agustín zijn volgens Miguel, de plaatsvervangend chauffeur met de aan het terrein aangepaste auto, erg smakelijke vruchten. “Wil je er eentje proberen?” Hij wacht niet eens op mijn antwoord, stapt uit en vraagt de man die zijn veld aan het bewerken is of hij er een voor mij mag plukken. Natuurlijk mag dat. Hij zoekt een lulu uit, plukt die en begint deze tegen zijn jeans op te wrijven, zoals een bowler bij cricket dat met de bal pleegt te doen, “ze zijn nogal pluizig.” Het doet mij vermoeden dat ik er zo dadelijk mijn tanden in zal moeten zetten als in een appel. Het was echter een schijnbeweging, want als hij is uitgepoetst, vraagt hij de man in het veld om een mes en snijdt de vrucht in vier partjes die het “interieur” hebben van een tomaat. Veel zaadjes derhalve, maar met een keiharde schil. De zaadjes spuug ik uit, het weinige vruchtvlees smaakt lekker fris. Ondertussen is er veel langzaam klimmend vrachtverkeer op de smalle weg waarvan het wegdek zienderogen slechter wordt. Dit had “mijn” auto inderdaad nooit gered.

Naar beneden kijkend ontdek ik dat er door het tropische bos een stroompje loopt waarvan ik vermoed dat het de “Estrecho del Río Magdalena” is waar we naartoe onderweg zijn. De “estrecho” is het nauwste/smalste punt in de ruim 1.500 kilometer lange Magdalenarivier, te weten 2 meter en 20 centimeter. Een “engte” dus. Vanuit de hoogte ben ik niet echt van onder de indruk. Aan het begin van het pad even verderop dat ernaar toeloopt, staat een bord met nogal wat verboden. Eén ervan is dat je er niet over de rivier mag springen. Dat vind ik een beetje flauw, 220 centimeter stelt toch niks voor? En wat is er mooier dan over een rivier te springen waarvan de monding in de buurt van Barranquilla tientallen keren breder is? Op het punt aangekomen, heb ik gelijk zin om de sprong te wagen, het lijkt me een fluitje van een cent. Omdat een gewaarschuwd mens nog altijd voor twee telt, bekijk ik de situatie op mijn gemak. Het water wordt met zeer grote kracht door de smalle trechter in de rotsen gestuwd, direct daarna volgen draaikolken, een bocht naar rechts en een stroomversnelling met daarin dikke rotsblokken over de volle breedte. Aan de kant waar ik sta, kan je een kleine aanloop nemen en haal je de andere oever gemakkelijk. Die overkant loopt echte schuin omhoog waardoor de sprong terug vanuit stilstand moet worden gemaakt en daar gaat het ongetwijfeld mis. Naar ik vermoed slaat dan de onzekerheid toe en als je gaat twijfelen en vervolgens in het water terecht komt dan verzuip je door de enorme kracht van de stroom die je meesleurt en de grote diepte van de draaikolken waar je wordt ingezogen. Het schijnt meerdere malen per jaar te gebeuren, sommige lichamen worden nooit teruggevonden, Maar oei, wat is de verleiding groot. Volgens het eenvoudig kruis dat ik tussen het groen ontdek is dit Mauricio Dusan Dusan op 19 mei 1996 overkomen. Of mischien is hij uitgegleden op de gladde rivieroever, in de rivier gevallen, meegesleept en verdronken, omdat hij geen Spaans sprak en daardoor de allerbelabbertste Engelse versie van de veiligheidsvoorschriften niet had begrepen. Want wat moet je in vredesnaam maken van “SLIPPERY FLOOR CARE?” Het zou eventueel een zelfmoord kunnen zijn geweest, volgens zeggen is de meest geliefde plek om je in het water te storten bij het beeld van de Maagd Maria. De stroming is daar zo sterk, dat succes verzekerd is, hoewel dat in geen enkele reisgids vermeld wordt.

wordt vervolgd