|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 27 (12072017)
Zondag 12 maart 2017 – Cali – Medellín
Aan het begin van de middag komt Mateo me ophalen om naar het Museo Casa de la Memoria te gaan. Daar kan op indringende wijze kennis worden genomen hoe lang al Colombia in burgeroorlogen is gewikkeld en hoe alledaags het is om medeburgers of onwillige arbeiders af te slachten of politieke tegenstanders te vermoorden. Met daar nog eens bovenop de bendeoorlogen tussen de cocaïnekartels. In een donkere ruimte wordt dat alles op een rits touchscreens jaar na jaar zichtbaar gemaakt, het eerste scherm besteedt aandacht aan heel Colombia, daarna komt met een druk op de knop tevoorschijn wat er in Medellín en omgeving gebeurde of kan je door te swipen meer achtergrond krijgen over een op het scherm genoemd thema, persoon of voorval. Als je eenmaal binnen bent en de eerste schermen hebt bestudeerd, dan is het eigenlijk heel vanzelfsprekend dat het museumgebouw qua uiterlijk nogal wat weg heeft van een bunker. Onverwacht kom ik gelijk al wat “oude bekenden” tegen: advocaat en politicus Jorge Eliécer Gaitán en de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC). De ene het slachtoffer van politiek geweld in Bogotá op 9 april 1948, de anderen geweldplegers sinds 1964. Scherm na scherm wordt het mij duidelijker dat de moord en doodslag vele malen erger is geweest dan wat je er destijds buiten Colombia over las, terwijl internationale televisiezenders alleen de moeite namen om de kijkers bij te praten als het wat al te bloederig was geweest. In de expositie die “Medellín: memorias de violencia y resistencia” is gedoopt, kan men uiteraard niet om wereldberoemd stadgenoot Pablo Escobar heen. Die had zich na het sluiten van een overeenkomst met de Colombiaanse regering, samen met een aantal medewerkers – allen werkzaam in de illegale cocaïne-export – in juni 1991 overgegeven. Dat was nadat hij in ruil voor het staken van zijn criminele activiteiten onder andere de belofte had gekregen in Colombia te zullen worden berecht en niet te zullen worden uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Verder had hij hoog in de bergen een “gevangenis” mogen bouwen die van alle mogelijke luxe was voorzien en waar men, bewaakt door militairen, een ontspannen leventje leidde. “Hotel Escobar” heette die luxe petoet in de volksmond en “Club Medellín”, maar de naam die zou beklijven was “La Catedral.” Escobar speelde er voetbal met het Colombiaanse voetbalelftal, ontving schoonheidskoninginnen, door de politie gezochte collega's én ging uiteraard door met wat hij beloofd had niet meer te zullen doen: de drugshandel. Nadat hij in de loop van 1992 opdracht had gegeven een aantal concurrerende drugbaronnen, hun personeel en families te vermoorden, was voor de regering de maat zowaar vol en werd besloten hem over te plaatsen naar een gewone gevangenis. Daar had de man geen zin in en naar het schijnt liep hij door de achterpoort van La Catedral naar buiten en verdween.
Onderweg naar de door de Colombiaan Giancarlo Mazzanti ontworpen Biblioteca de España, niet voor de boeken, maar voor de gebouwen, zie ik vanuit de metro de eerste Botero in de openbare ruimte: een flinke muurschildering van een dansend paar. Kort daarna stappen we over in de kabelbaan die ons naar de hoog op de heuvel gelegen volkswijk Santo Domingo Savio zal tillen, een barrio met een gewelddadige reputatie waar je als buitenstaander beter weg kunt blijven als de avond eenmaal is gevallen. Maar nu klinkt er overal muziek, vooral tropische ritmes en musica ranchera, uit de met etende en drinkende buurtbewoners gevulde cafeetjes en barretjes die een en al gezelligheid uitstralen. Onderweg naar de bibliotheek lopen we echter ook langs de afkickhuizen waar de Alcoholicos Anonimos en de Narcoticos Anonimos samenkomen én een door de bewoners met weinig middelen gebouwd kerkje. Op de buitenmuur ervan is met bakstenen een crucifix gemetseld met eronder “EN HONOR A NUESTRAS VICTIMAS” een lange lijst met namen van de slachtoffers van het geweld in de buurt. De door Spanje betaalde bibliotheek, bouwkosten US$ 4miljoen, is prachtig hoog tegen de heuvel geplakt en heeft een fantastisch uitzicht over de vallei, doch ligt er totaal ontluisterd bij. De in 2007 in gebruik genomen gebouwen zijn anderhalf jaar geleden van hun gevelbekleding ontdaan en hadden er de vorige maand weer als voorheen bij moeten staan. Er is iets behoorlijk misgegaan, want ik sta te kijken naar drie enorme kale betonnen blokkendozen met wat ijzerwerk er omheen, dat laatste is het frame waarop de gevelbekleding was bevestigd die niet deugde. Volgens zeggen is het herstel minstens net zo duur als de oorspronkelijke bouw, de kleurrijke en hoopvolle kindertekeningen op de schutting die erom heen staat doet daar niets aan af. En eerlijk gezegd vind ik dat de moderne architectuur flink uit de toon valt in deze wijk vol met “groeihuizen”, huizen die als er weer wat geld is een extra kamer krijgen of een extra verdieping en aldoende de heuvel waarop ze staan een lichtrode kleur geven. En dan begint Mateo me te haasten omdat de schemering valt en de wijk geleidelijk aan levensgevaarlijk wordt....
wordt vervolgd
|