COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 34 (02082017)

Zaterdag 18 maart 2017 – Medellín
Bij het verlaten van de historische begraafplaats San Pedro valt me naast de gebruikelijke bloemenstalletjes, waar uiteraard ook de plasticbloemen die ik net binnen de muren nog zag in de aanbieding zijn, de verkoop op van afgedankte onderdelen van stereo-installaties. Die worden wél een tweede leven gegund. We gaan naar Casa Gardeliana in de wijk Manrique, nog maar net onderweg daar naartoe zie ik een groep opvallende beelden. Het heeft niets met de “Gardel tour” te maken, toch wil ik even gaan kijken. Manuel, mijn gids, heeft geen idee waarom het daar aan de buitenkant van de Jardín Botánico – Botanische Tuin staat of wat het zou kunnen betekenen. Op een hoge sokkel staan drie protesterende vrouwen die ieder een jurk in één van de kleuren van de Colombiaanse vlag aanhebben: de voorste geel of goud, de middelste rood en de achterste blauw. De vrouw die voorop gaat heeft een groot vel papier of carton in haar in de hoogte gestoken handen waarop de reden van het protest staat: “Vamos Votar. Queremos Igualdad.” Suffragettes, feministes van het eerste uur? Het vrouwenkiesrecht werd in Colombia inderdaad pas in 1957 ingevoerd. Het heet hier, zo ontdek ik naderhand, de “Esquina de las Mujeres – de Vrouwenhoek” hetgeen eigenlijk best vanzelfsprekend is. Achter het protestbeeld staan namelijk ook nog eens 13 borstbeelden van vrouwen met op de sokkel hun naam en een korte toelichting welke rol ze hebben gespeeld in de ontwikkeling van Medellín. Zo zijn daar onder andere María Centeno (1568 – 1645), eigenaresse van de grootste goudmijnen in die tijd in de steden Buriticá en Remedios en Cacica Agrazaba, leider van een groep indigene vrouwen die zich verzetten tegen de Spaanse conquistadores om de mannen van hun stam te bevrijden die door hen werden gemarteld. Hoe ik verder ook naspeuringen doe op het internet, valt het me wat tegen dat ik geen enkele Afro-Colombiaanse vrouw ontdek, die hebben kennelijk alleen maar de ondergeschikte rol van slavin gespeeld.

Hoe kan het ook anders: Manrique ligt hoog op een heuvel, hier even geen torenflats maar lage huizen. Jaren geleden was het er volgens Manuel levensgevaarlijk, op deze zaterdagmorgen heerst er een zeer ontspannen rust. Levensgevaarlijk, zo heb ik Afrika en Zuid-Amerika geleerd, is dan ook een relatief begrip dat een ieder anders ervaart. Hij parkeert de auto, we steken de straat over en staan dan op de Avenida Carlos Gardel voor een grote muurschildering waarop Carlos en de tango een hoofdrol spelen. Dit stuk straat ademt een en al Gardel en tango. De winkel op de hoek heet “La Vía del Tango”, de confitería eenvoudigweg “Gardel” en de ijssalon “Tangomanos”, een winkel die wij in Zuid-Amerika een “kiosko” plegen te noemen, heeft zichzelf de naam “la Bombonera” aangemeten. De naam van iets van het allerheiligste in het deel van Buenos Aires waar ik in de buurt woon: het is de naam van het stadion van de voetbalclub Boca Juniors nota bene! Na zo'n 200 meter staat een standbeeld van de meester dat wel wat lijkt op dat wat op zijn graf in Buenos Aires staat, hoewel de brandende sigaret tussen de vingers ontbreekt. Op de treden van de trap ernaast staat de tekst van “Volver” geschreven, één van zijn nog immer populaire tango's die ik daardoor in Medellín zomaar spontaan begin te neuriën...... Het is allemaal de schuld van de Argentijn Leonardo Nieto Jardon die 40 jaar in Medellín woonde en een Gardelfanaat was. Zoals een toegewijde fan doet, verzamelde hij alles wat los en vast zat dat te maken had met de door hem aanbeden tangogodheid en richtte in zijn huis een museum in dat er nog steeds min of meer is, het Casa Gardeliana. Ik heb sterk de indruk dat zijn collectie grotendeels is verdwenen, behalve wat foto's van het vliegtuigongeluk en wat andere oude foto's – waaronder Gardel met op de achtergrond van de Obelisco in Buenos Aires - hangen er op de muren teksten over het lunfardo en de vriendschapsbanden tussen Medellín en Montevideo, de Uruguayaanse hoofdstad die meent een claim op Gardel te hebben. Schande!

Ter voorbereiding op mijn reis van de volgende week door de Caribische kant van Colombia, waar Gabriel García Márquez werd geboren en opgroeide, krijg ik als goedbedoelde bonus een kort bezoek aangeboden aan een nieuw aangelegd park waarin de zeer hedendaags vormgegeven studio's van het plaatselijke televisiekanaal zijn gebouwd: el Canal Parque Gabriel García Márquez. Het is aangelegd – en gebouwd – op de aan de rivier gelegen voormalige gemeentekwekerij van Medellín, het laatste stukje overgebleven oorspronkelijk tropisch oerwoud naar de gossiemijne geholpen. Wat mij betreft heeft het ook niets met García Márquez te maken, behalve dan een paar citaten en afbeeldingen van de vlinders die de hoofdpersoon in 100 jaar eenzaamheid overal volgden. Ze hadden beter de nadruk op de moderne vormgeving en eco-vriendelijke architectuur kunnen leggen.

wordt vervolgd