GRAFRECHTEN (01092019)

Een paar weken nadat ik voor de eerste keer was getrouwd, kwam mijn moeder op bezoek en gaf me een enveloppe waarin drie of vier begrafenispollisen zaten. Ze deed dat met enig ceremonieel, want het was een soort verlaat huwelijkscadeau waarvoor mijn ouders in de magere naoorlogse jaren min of meer hadden kromgelegen door wekelijks een stuiver of een dubbeltje of zo opzij te leggen. Dat was destijds veel geld, doch het was heel gebruikelijk vanaf de geboorte voorbereid zijn op de dood. Een paar maanden later zou ik mijn 24ste verjaardag vieren en was niet erg in die dingen geïnteresseerd. Toen ik zo'n 16 jaar daarna de voordeur van de toenmalige echtelijke woning voor de laatste keer achter mij dichttrok, vergat ik die polissen dan ook mee te nemen. Ze bleven achter in de geldkist die ergens redelijk onvindbaar op de zolder van het grote huis stond. Wie denkt er op zijn 40ste nu al aan doodgaan, begraven of gecremeerd worden? Ik deed dat in ieder geval niet.

Mijn grootouders werden alle vier begraven. De ouders van mijn vader al voor de Tweede Wereldoorlog in Rhenen toen de Wet op de Lijkbezorging niets anders toeliet. De grootouders aan moederskant in 1968 en 1974, toen cremeren inmiddels was toegestaan maar nog niet en vogue, op de Begraafplaats Rustoord in Nijmegen. Die was bij de ingebruikneming in 1897 eigendom van de Nederlands Hervormde Kerk, je moest in het voorheen bijna 100% Rooms-Katholieke Nijmegen tijdens je leven protestants zijn geweest om er begraven te mogen worden. Mijn moeder, zijnde enig kind, was rechthebbende van haar ouders' graf, daar hadden we het echter nooit over. Mijn beide ouders werden gecremeerd, want aan begraven deed men in Nederland inmiddels steeds minder. Nadat mijn moeder in 1992 was overleden, werd mijn oudste zus rechthebbende en bleef dat tot 2010 toen ze mij vroeg om die taak van haar over te nemen. Hoewel ik in Buenos Aires woonde, vormde afstand geen belemmering want het takenpakket was eenvoudig: ieder jaar de rekening voor het onderhoud betalen, zo nu en dan gaan kijken en aan het einde van de lopende termijn de grafrechten verlengen.

Het waren de jaren dat ik tijdens de Argentijnse winter naar Europa ging. Bij het eerstvolgende bezoek aan het graf vond ik dat het er nogal slordig bij lag, het moest zo snel mogelijk onderhoudsvrij worden gemaakt. De namen op de grafsteen werden opnieuw ingevuld met goudgekleurde verf en de steentjes die ervoor lagen werden vervangen door een zerk zodat er geen onkruid meer op het graf kon groeien. Het was eerlijk gezegd wel fijn om iedere zomer daarna mistens één keer bij mijn oma en opa langs te gaan, het herinnerde me heel erg aan mijn jongere jaren. Ik was hun enige kleinzoon en mocht in de schoolvakanties vaak bij ze in de Javastraat 4 komen logeren. Mijn opa was na zijn pensioenering gaan schilderen, hij had een atelier in de serre van het huis waar het heerlijk naar olieverf rook. Zijn schilderskist met gebruikte verftubes en penselen staat al ruim 50 jaar bij mij thuis, als ik die zo nu en dan eens opendoe snuif ik de geur die in opa's atelier hing weer op. In de zomer van 2015 gebeurde het terwijl ik die irritante struik achter het graf aan het snoeien was. Sinds mijn vorige bezoek waren de graven links en rechts waren geruimd en opeens wilde ik niet langer worden gecremeerd, maar naast mijn grootouders worden begraven. Zes weken later was dat rond en stond er een bordje met Gereserveerd op mijn toekomstige graf.

In het stapeltje krantenknipsels en zaterdagmagazines die een tot niet zo lang geleden goede vriendin voor me bewaarde, zat onverwachts een Volkskrant Magazine uit december 2013 waarin de kop op een van de eerste pagina's gelijk mijn aandacht trok. In de rubriek waarin lezers andere lezers om raad vragen bij problemen en dilemma's, was de vraag Grafrechten verlengen of het graf laten ruimen. Ik vind beide opties moeilijk. Wat zou u doen? Toevallig ontving ik een paar maanden terug een brief met dezelfde vraag voor het graf van mijn grootouders. Verlengen – wat ik wilde - kon voor maximaal 20 jaar. Mijn dilemma was dat ik ergens in de toekomst zo lang mogelijk naast hen begraven wil zijn, wat nu? Ik belde met de begraafplaats, men legde uit dat die 20 jaren gefixeerd waren toen de eerste termijn terug in 1968 werd afgesproken. Omdat ik het vage vermoeden heb dat als ik het niet meer doe, zich niemand al te zeer over dit graf én het mijne zal bekommeren, wilde ik de grafrechten het liefst voor altijd afkopen, dus het een eigen graf maken. Daar had men begrip voor, was bereid de regelgeving ruim te interpreteren en alles met terugwerkende kracht – jawel tot 1968 – aan te passen. Hoewel ik absoluut niet van plan ben om binnenkort uit te stappen, heeft mijn beste vriend alvast een mooi beeld ontworpen dat te zijner tijd mijn graf zal sieren. Binnenkort gaan we naar de steenhouwer om het uit te voeren, je weet immers maar nooit.