|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 43 (02092017)
Dinsdag 21 maart 2017 – Santa Marta – Neerlandia – Aracataca
De chauffeur en de gids melden dat ze terug moeten naar Santa Marta om thuis te gaan overnachten en vragen of ze mij bij mijn hotel mogen afzetten. In de veronderstelling niet al te ver uit het centrum te zullen logeren en op mijn gemak het stadje verder te kunnen verkennen, stem ik toe. Wat een misvatting! De chauffeur rijdt de lange weg door Aracataca uit, slaat daar linksaf de doorgaande weg naar de kust op en stopt uiteindelijk bij een door en door grijze bunker: Hostal Macondo – Magia sin Fronteras met als buren aan de ene kant nog zo'n verveloze bunker, aan de andere een werkplaats waar wat vrachtauto's en trucks zonder oplegger staan geparkeerd en met aan de overkant wat kramen met kleurige handdoeken. Ik word via een smalle gang meegenomen naar een kamer zonder daglicht en maak al doende kennis met de bouwvakkers die daar druk in de weer zijn. Met hun stof, hun gruis en hun lawaai van hamers en boren. In mijn reisprogramma staat in kleine letters achter de naam van het hotel basic, het had er beter in HELE GROTE letters kunnen staan. Wat is dit een deprimerende omgeving, hier blijf ik niet nog een nacht. Ik leen een telefoon en bel de reisorganisator die sympathiek reageert en belooft de zaak te zullen regelen. Ik ga op het “terras” zitten, observeer het va et vient, schrijf in mijn dagboek wat er vandaag zoal is gebeurd en drink de nodige koude biertjes. Daarover heb ik verder helemaal niets te zeuren.
Woensdag 22 maart 2017 – Aracataca – Macondo – Pradosevilla – Santa Marta
Om zeven uur staan mijn begeleiders uit Santa Marta, een uur rijden hier naartoe, al te wachten om mij van het door hen vermoede ongemak te komen verlossen. De dames van de Magia sin Fronteras zijn teleurgesteld dat ik alweer vertrek en zelfs niet eens wil ontbijten. Dat ik dat slechts heel af en toe doe, geloven ze niet echt. Nee, ondanks zijn grote portret en de gele vlinders op de gevel van het hostal, is de grenzeloze magie van Gabriel García Márquez buiten de bebouwde kom van Aracataca nog niet goed begrepen. Mijn gids en de chauffeur moeten nog ontbijten en ik wil nog wat ronddwalen voordat we op pad gaan naar het dorpje Macondo. Ze zetten mij af op de plaza waar ik gisteren, zo'n beetje aan de voet van het in dit land zo'n beetje verplichte beeld van Simón Bolívar, kennis heb gemaakt met iemand die koffie uit een thermoskan verkoopt. Eerst bij de bakker op de hoek er tegenover wat cakejes gekocht om die te delen bij een bekertje koffie en een vroege ochtend kletspraatje op de betonnen bank waarin de naam van de alcalde van destijds is gebeiteld om de kiezers er blijvend aan te herinneren aan wie ze de bank te danken hebben. Daarna de kerk kort van binnen bekijken. De calvinistische kerken waarin ik ben grootgebracht waren uiterst sober, het enige wat de kale muren sierde was een kruis of een P met een X door de poot, het Christogram. In katholieke kerken bekijk ik graag de 14 staties van de kruisweg die in vrijwel iedere kerk anders is, een schoolvoorbeeld van variaties op hetzelfde thema. In deze kerk is na de laatste keer afstoffen vergeten alle staties weer keurig recht te hangen, zodat staties V en VI in het lijden van Jezus Christus zelfs een vrolijk tintje krijgen. In mijn ogen althans. Klaar voor de wandeling door de voor een vreemdeling “gevaarlijke” straten die me is ontraden. Straten die, zoals de begraafplaats gisteren, meer van het echte Aracataca laten zien dan die paar opgepoetste stukjes Gabo nagedachtenis waar de passerende toerist wordt geacht het bij te laten. Straten waarlangs in heldere kleuren geschilderde houten huizen staan en de met bamboe en klei gebouwde adobe huizen die ik van het Nigeriaanse platteland ken én huizen met een mooi opengewerkte houten voordeur of ventilatieramen die uit de Dominicaanse Republiek geïmporteerd zouden kunnen zijn. Het verbaast me daarna niet dat een slager zijn vlees aan een haak in de openlucht boven zijn hakblok heeft hangen of dat de buurtwinkel La Mano de Dios heet. Vast en zeker fans van de Argentijnse voetballegende Diego Maradona die tijdens het WK '86 in Mexico zó slim met zijn hand scoorde, dat de scheidsrechter dacht dat het een kopbal was. Maradona liet desgevraagd na de wedstrijd weten dat het de Hand van God was geweest. In het uiterst eenvoudige kerkje van de Iglesia Unidad Cristiana Cuadrangular, de Pinkstergemeente, wordt aan de hegemonie van de katholieke kerk getornd. Het gebouwtje valt in het niet bij de enorme tempels die ik me herinner van hun Nigeriaanse geloofsgenoten van de Four Square Gospel Church. En wat te denken van de handgeschilderde waarschuwing op de buitengevel van een van de huizen ernaast: OJO PELIGRO – PROIBIDO NIÑOS Y NIÑAS ….. – GEVAARLIJK – JONGENS EN MEISJES HET IS VERBODEN OM HIER OP HET DAK TE KLIMMEN. De heerlijk rustige straten van Aracataca zijn dus toch niet helemaal van gevaar ontbloot.
wordt vervolgd
|