|
OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 12 – PARK MAASHAVEN – 1 (05122019) De Maashaven en de Rijnhaven liggen in Rotterdam op de zuidoever van de Maas, op Zuid zoals dat op z'n Rotterdams heet. Zoals je in deze stad ook onder de tunnel doorgaat en nooit er doorheen. Beide zijn aan het begin van de vorige eeuw gegraven havens. Nadat met de in 1872 geopende Nieuwe Waterweg een open verbinding met de Noordzee tot stand was gebracht, waren er voor de gaandeweg groter wordende zeeschepen havens, kades en pakhuizen nodig om die schepen efficiënt te kunnen laden en lossen en vracht zo nodig tijdelijk op te slaan. Daartoe was een paar jaar eerder al met de aanleg van de Noorderhaven begonnen - al vrij snel omgedoopt in Koningshaven – waardoor de Rotterdamsche Handelsvereeniging – RHV – vervolgens vrij eenvoudig de Binnenhaven met als zijtak de Entrepothaven kon graven. Links van die haveningang werd een douanekantoor gebouwd met op de kade erachter veempand de Vijf Werelddelen. Aan de rechterkant verrees het Poortgebouw, het hoofdkantoor van de door zakenman en politicus Lodewijk Pincoffs opgerichte RHV, die dankzij hem zeven jaar later na een flinke fraude bankroet ging. Naast de Binnenhaven liet de nationale overheid de Spoorweghaven graven voor de overslag van stukgoed per spoor en nog weer later werden ietsje naar het westen de veel grotere Rijn- en Maashaven aangelegd met kades vol met loodsen en vemen. Door al die ingrepen in het landschap ontstonden onder andere het Noordereiland, de Wilhelminapier en tussen de eerste twee havens die de naam van een rivier kregen ontstond Katendrecht, dat door Rotterdammers overigens de Kaap werd genoemd, want dat was het. Én het zou de wijk worden waar de Chinese gemeenschap woonde en werkte en niet te vergeten de Rotterdamse prostituees. Tegenover Katendrecht, ingeklemd tussen het asfalt van de Brielselaan, het metroviaduct en de havenkade, ligt de oude silo van de Graan Elevator Maatschappij en de nog lelijkere fabriek van Quaker Oats. Zonder er ooit nog te zijn geweest, beginnen daar ongeveer mijn jeugdherinneringen aan Rotterdam door een schilderij van mijn grootvader. Daarop was de Maashaven afgebeeld met aan de midden in het het water staande dukdalven afgemeerde zeeschepen die werden leeggezogen door met stoom aangedreven elevatoren. In 1957 verhuisden mijn ouders van de bosrijke buitenkant van de Arnhemse nieuwbouwwijk Monnikenhuizen naar het vlak voor de oorlog opgeleverde deel van het Rotterdamse Charlois, van een eensgezinswoning met voor- en achtertuin naar driehoog in een portiekwoning. Dat was voordat de metro werd aangelegd en waar nu het Winkelcentrum Zuidplein staat een stuk niemandsland was waar wij zondags naar de Nederlands Hervormde Nieuwe Kerk gingen. Achter die kerk lag het Brabantse dorp, een na het bombardement van 1940 gebouwd onooglijk wijkje noodwoningen. Al gauw ontdekte ik aan het einde van de Mijnsheerenlaan de zaterdagse markt langs de Maashaven, de graanschepen in het echt, de bananenboten die aan de Katendrechtse oever werden gelost en aan de overkant gelegen Afrikaanderwijk, de aan het begin van de vorige eeuw gebouwde arbeiderswijk waar de straatnamen herinnerden aan steden in Zuid-Afrika en de taalverwante helden van de Tweede Boerenoorlog. Toen ik na herhaaldelijk doubleren op de middelbare school alleen nog maar terecht kon bij een nieuwe vorm van onderwijs in Kralingen, fietste ik 's ochtends langs de Maashaven, de Rijnhaven, moest als het tegenzat wachten voor de bruggen die toegang gaven tot de Spoorweghaven, de Binnenhaven en dan vaak ook nog eens voor die over de Koningshaven tussen het Stieltjesplein en het Noordereiland. En aan het einde van elke schooldag in omgekeerde richting. In die tijd was de toegang tot de kades en pieren beperkt, alleen degenen die er werkten of anderszins voor hun werk moesten zijn mochten van de portiers door de poort, Verboden Toegang voor Onbevoegden was de regel. Nooit zal ik de dag vergeten dat mijn vader en ik met meneer Bammens, onze benedenbuurman die kraanmachinist was bij de Holland-Amerika Lijn – HAL - een kijkje aan boord mochten nemen van de aan de Wilhelminakade afgemeerde Statendam. Tussen waar nu aan de voet van de Erasmusbrug het Nieuwe Luxor Theater en het kantoor van de KPN liggen, was toen de streng bewaakte toegangspoort naar de Wilhelminapier. Wie kan zich dat nu nog voorstellen? Met de ontwikkeling van de industriegebieden Botlek en Europoort, de aanleg van beide Maasvlaktes, het verdwijnen van de passagiersschepen van de Rotterdamsche Lloyd de HAL en veel scheepswerven, plus de nog alsmaar groter wordende containerschepen en olietankers, verplaatste de havenaktiviteit zich geleidelijk vanuit de stad in de de richting van de Noordzee. Werden de kades leger, ontvingen de stadshavens geen zeeschepen meer en werd de Maashaven steeds meer een parkeerterrein voor binnenschepen. Bovendien was al jaren eerder door de aanleg van de op Zuid bovengrondse Rotterdamse ondergrondse de mooie brede Mijnsheerenlaan en de route langs de Maashaven en de Rijnhaven verziekt door op dikke grijze staanders rustende spoorlijn. Zuid, het ondergeschoven kind van de stad waar toch alleen maar import Rotterdammers afkomstig van de Zeeuwse- en Zuid-Hollandse eilanden woonden, kon zonder enig probleem visueel worden verziekt. wordt vervolgd |