OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 14 – PARK MAASHAVEN – 3 (03042020)

Mijn vorige Rotterdamse stadswandeling is al weer ruim drie maanden geleden, gewoon omdat ik de afgelopen maanden thuis in Frankrijk was. Een lift heen en een lift terug ruim een week later kwam prima uit om een aantal dingen te doen die aan het begin van het jaar in Nederland van mij verwacht worden. Bank, tandarts, belastingen en zo. En dan slaat uit het niets het coronavirus toe, met als direct gevolg dat ik de komende tijd in Rotterdam geduld zal moeten oefenen totdat de weg van en naar Frankrijk voor mijn liftgever weer toegankelijk zal zijn. De ochtend na de aankondiging van de eerste maatregelen door de Nederlandse overheid ga ik voor de zekerheid toch even langs bij mijn tandarts aan de Sint-Jobskade. Gesloten. Maar omdat de Maastunnel voor fietsers en voetgangers wordt gerenoveerd en daarom gesloten is, vertrekt vanaf hier de plaatsvervangende veerpont naar de zuidoever van de Maas, naar de Sint-Janshaven, naar het Charloisse Hoofd. Heel toepasselijk hangt er aan het hek van de tijdelijke aanlegsteiger een spandoek met de eerste regels van de Veerpont van Drs. P.: We zijn hier aan de oever van één machtige rivier. De andere oever is daarginds, en deze hier is hier. De oever waar we niet zijn is de overkant, die wordt dan deze kant zodra we daar zijn aangeland. IJzeren logica. En wie van mijn generatiegenoten kent niet het slepend gezongen en eindeloos lijkende refrein: Heen en weer, heen en weer, heen en weer, heen en weer.

Raar eigenlijk om over het water van de Maas naar de andere oever te gaan in plaats van – zoals dat in correct Rotterdams heet - onder de Maas door óf over één van de bruggen zoals ik tot nu toe altijd heb gedaan. Met de fiets, met de Solex, jawel met de Solex, met de auto en de laatste jaren dus af en toe lopend. Ik herinner me nog hoe spannend het was om voor het eerst met de fiets van Zuid naar de andere kant te gaan om daar op mijn vrije woensdagmiddag het roze DAFje van de jongste zus van mijn Oma te gaan wassen in ruil voor een kwartje en een kogelflesje Coca-Cola. Dat was in de tijd dat Rotterdams drinkwater nog naar chloor smaakte, de smaak die zelfs niet verdween wanneer je op een warme zomerdag een met siroop gemaakt glas limonade kreeg. Want dat was het hoogst haalbare dat mijn ouders zich toen konden veroorloven, Coca-Cola was iets super-de-luxe dat alleen mensen met geld zich destijds konden permitteren. Toen ik daar voor het eerst met mijn jongensfiets boven aan die steile Maastunnelroltrap stond, moest ik de theorieles van mijn vader in de praktijk gaan brengen. Hij had makkelijk lullen, want hij ging iedere werkdag door de tunnel heen en weer naar zijn werk in de Puntegaalstraat, in Rotterdam beter bekend als de Pluk-me-kaalstraat omdat de Belastingdienst er was gevestigd. Zodra je de trap opstapte, moest je het voorwiel van de fiets dwars op een trede zetten want dan kon de hele fiets erop leunen en je moest je schouder onder het zadel steken en achterover gaan hangen. Als je het goed deed, hield je zo de fiets op zijn plaats. Aan de andere kant naar boven was een stuk gemakkelijker, dan moest je ook het voorwiel dwars op een trede zetten, maar hoefde je alleen maar tegen het stuur te duwen om het achterwiel op een lagere trede op zijn plaats te houden. Af en toe donderde wel eens iemand een paar treden naar beneden, maar die werd dan vakkundig door de mede-roltrapgebruikers opgevangen. Je schuifelde toen zowel tijdens het spitsuur 's ochtends als 's avonds in een lange aaneengesloten rij de tunnel in, de trappen af, de tunnel door en de trap weer op. En bijna onvoorstelbaar: autofiles tijdens de spitsuren bestonden niet. Zo'n beetje zoals het nu weer is met dank aan het coronavirus.

Op beide oevers wordt de tijdelijke route voor fietsers met rood-witte borden aangegeven: een witte fiets in een rode balk, een rood stoombootje in een witte balk en een witte pijl in een rode balk. Voetgangers moeten het zelf maar uitzoeken. Een goed verstaander heeft immers maar een half woord nodig? En dan de ambtenaren die de wegomlegging moesten voorbereiden. Die hadden met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nog nooit door de Maastunnel gefietst of gelopen, want wie bedenkt er nu in vredesnaam dat gedurende een maand of zeven bussen met een aanhangwagen voor vijftig fietsen dé oplossing zijn voor die zevenduizend fietsers die dagelijks de tunnel gebruiken. Wachten bij de bushalte, fietsen inladen, instappen, de tunnel onderdoor, uitstappen, fietsen uitladen. Hoe verzinnen ze het. Het is aan oplettende tunnelgebruikers te danken dat ik vandaag op het pontje stap, zij zochten en vonden aanlegplaatsen en startten een actie voor een veerpont in plaats van een bus. De ambtenarij was zowaar bereid toe te geven dat dit een veel betere oplossing was dan “hun bus” en het vervolgens ook nog eens uit te voeren!

wordt vervolgd