OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 15 – PARK MAASHAVEN – 4 (09042020)

Als de veerpont de Sint-Jobshaven uitvaart en de rivier begint over te steken, kan ik heel eventjes binnengluren in de Maashaven aan de overkant. Voorbij de links van de havenmond afgemeerde SS Rotterdam, sinds jaren een drijvend hotel, tot wat verderop aan de rechterkant de grijze contouren van de enorme betonnen graansilo's van de Meneba zijn met ernaast de Kathedraal van Zuid. Die laatste twee liggen wat in Rotterdam-Zuid aan de straatkant zo'n beetje de hoek van de Doklaan en de Brielselaan is, verder de haven inkijken lukt niet door de “afslag” naar links kort na waar het hotelschip ligt. Om verder te kijken moet ik op de zuidoever het Charloisse Hoofd oversteken naar iets voorbij de ingang van de fiets- en voetgangerstunnel. Maar voordat het zover is, is er eerst de confrontatie met het ongelooflijke verschil tussen de herontwikkeling op de oever waar ik op de pont stapte en die waar ik er afloop. Rond de Sint-Jobshaven straalt de Müllerpier de welvaart van deze eeuw uit, aan de overkant ligt langs de Sint-Janshaven een niet al te aantrekkelijk ogende lange woonmuur die niet zou hebben misstaan in het voormalige Oostblok. Het is net of door de rivier over te steken een imaginaire grens naar een andere wereld kruist.

Toen ik in mijn jongere jaren nog regelmatig door de tunnel fietste omdat ik op Zuid woonde en werkte en 's avonds op de andere oever van de rivier studeerde, waren er vanaf het fietspad kijkend in de richting van waar ik nu loop één of meerdere schepen te zien. Die lagen daar dan in de droogdokken van de Dokhaven, een niet al te grote in de jaren 80 van de 19e eeuw aangelegde haven. Honderd jaar later werd die weer gedempt en het grote grasveld dat er nu ligt herinnert op geen enkele manier aan het water en de schepen van toen. Ik begrijp sowieso niets van die grote kale wei, maar dat mysterie wordt door een bord met tekst en uitleg aan de rand van het water opgelost: op de bodem van de gedempte haven werd een ondergrondse rioolwaterzuiveringsinstallatie gebouwd, die in 1987 in gebruik werd genomen. Hergebruik van een overbodig geworden haven! Precies de reden waarom ik, aangemoedigd door een vraaggesprek met architect Francine Houben in het weekblad Vers Beton, onderweg ben naar dat ene plekje bij de gesloten tunnelingang waar je tot het eind van de Maashaven kan kijken. Herkenbaar dankzij het bovengrondse metroviaduct, maar waarvandaan de nieuwbouw op de Katendrechtse kades nog niet is te zien. Houben vindt dat je naar de Rotterdamse stadsontwikkeling moet kijken zoals ik nu doe: vanuit het westen, zodat de Maashaven het hart van de stad is. Nou had ze ruim een jaar eerder vanaf de pier die toen nog de haven instak geopperd om een deel van die haven te dempen. Heel eenvoudig, je legt ergens een dijk en pompt het afgedamde deel leeg. Daarna kunnen er zeker 4.000 woningen worden gebouwd en je zou er een campus kunnen vestigen waar logistiek, zorg en techniek kunnen worden gestudeerd en je legt er natuurlijk een park aan. Na jaren van inspraak staan er sinds begin dit jaar drie modellen voor een park ter discussie, of dat er ooit wat van terecht zal komen is uit de ambtelijke taal niet op te maken.

In de gedempte Dokhaven, waar een troosteloze woonwijk werd gebouwd, moet ik aan die suggestie om te dempen van Houben denken. Een wijk waarin geen winkel is te bekennen, met aan twee kanten bedrijfsterreinen, aan de derde een dijk op Deltahoogte en aan de brede vierde kant de rivier. De oever aan het einde van de Maashaven bestaat uit een dijk op Deltahoogte, net zoals het stuk van de Brielselaan dat parallel aan de haven loopt. Met tussen het water en die dijk solide industriële bebouwing zoals betonnen graansilo's en met in de bocht naar links van de haven op de zuidoever de Kathedraal van Zuid. Dat was de naam die in Rotterdam was gegeven aan het glimmende gebouw van de vuilverbranding die nu zo'n 10 jaar geleden buiten gebruik werd gesteld en vervolgens in 2012 werd gekocht aan Hennie van der Most, die onder andere de voormalige kerncentrale in het Duitse Kalkar kocht een pretpark maakte. Die bedoeling had hij ook met de vuilverbranding aan de Maashaven, die zou eerst in 2015 open gaan en na een flinke brand een jaar later in 2016, maar in de Paasweek van 2020 lijken alleen het op 42 meter hoog roterende restaurant en het parkeerterrein gebruiksklaar te zijn én de toegangspoort van ATTRACTIEPARK ROTTERDAM is kort geleden geplaatst. Van de verwachte honderduizenden bezoekers is er oechter niet eentje te bekennen, maar dat zal de ondernemer wel aan de coronacrisis wijten.

wordt vervolgd