OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 18 – ORANJEBOOMSTRAAT (01052020)

In zijn column in de NRC schreef Lotfi El Hamidi begin april: Ik wandel door de Oranjeboomstraat, een kilometer lange straat in de wijk Feijenoord. Een rauw randje, zou een makelaar zeggen die in de buurt een huis wil verkopen, en zeg nou zelf, waar vind je een moskee, een seksbioscoop en een coffeeshop naast elkaar? Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Niet zozeer door wat hij over de straat zegt, maar juist door wat hij er niet over zegt, waarschijnlijk gewoonweg omdat hij te jong is om die ooit gezien te hebben zoals ik die in de vorige eeuw nog heb gezien. Doordat ik er op het lyceum in het mooie Tuindorp Vreewijk op Zuid met de pet naar gooide, was ik het leerjaar erop niet langer welkom. Mijn vader was laaiend, mijn moeder, naar wie ik ben vernoemd, was verdrietig. Op een of andere manier werd er in Kralingen, aan de overkant van de rivier, een andere school gevonden. Het was een nieuwe vorm van onderwijs waar ik na een toelatingsexamen in het tweede jaar mocht beginnen. Daarin, zo bleek al gauw, waren vrijwel al mijn klasgenoten ook niet langer welkom bij hun vorige onderwijsinstelling. Wat mij vooral aanspoorde om het deze keer wat serieuzer aan te pakken, was het dreigement van mijn vader dat ik anders in de Rotterdamse haven zou moeten gaan werken. En dan was, zo was mij tot dan toe voorgehouden, het voorportaal voor een leven vol ellende: werk min of meer onder aan de ladder, lichamelijke arbeid, ruwgebekte omgeving, geen uitzicht op een carrière of redelijk inkomen. Als ik daarna eens verkering kreeg en met een vriendinnetje thuis wilde komen, waren de eerste vragen steevast: “Ze is toch niet katholiek?” en “Haar vader werkt toch niet in de haven?” Alsof dat allemaal wat uitmaakte en alsof hijzelf, zijnde rijksambtenaar, nou zo'n topbaan had.

Zo kwam het dat ik in de eerste helft van de jaren 60 van de vorige eeuw vijf dagen per week 's ochtends in de vroegte van Nieuw-Charlois - ter hoogte van waar tegenwoordig het Winkelcentrum Zuidplein is – de 10 kilometer naar vlakbij de Kralingse Plas fietste en ergens in de middag weer terug. De Rotterdamse Metro moest nog worden aangelegd, net zoals de Kop van Zuid en zo. Dus reed ik toen nog langs de volop in bedrijf zijnde Maashaven en Rijnhaven, sloeg aan het eind van die laatste linksaf in de richting van de rivier en fietste langs de grote vemen van Pakhuismeesteren voordat die werden opgeofferd aan de “stedelijke ontwikkeling.” Zo'n beetje bij de toegangspoort naar de Wilhelminapier rechtsaf richting Maasbruggen en onderweg daar naartoe vrijwel iedere dag wachten voor een geopende Spoorweghavenbrug aan de ene kant van het Poortgebouw en de Binnenhavenbrug aan de andere. En als ik daarna ter hoogte van het Stieltjesplein maar weer eens linksaf sloeg om de oversteek naar de andere oever te maken, zag ik over mijn rechterschouder aan de andere kant van de Hef – de spoorbrug – in een flits de witgekalkte muren en gebouwen van een nog volop in bedrijf zijnde Oranjeboombrouwerij. Op de weg terug aan het eind van de middag, kostte het veel minder moeite om het grote brouwerijcomplex op de hoek van de Nassaukade en de Oranjeboomstraat duidelijker en ietsje langer te kunnen bewonderen.

Vandaag steek ik de rivier over vanaf de noordoever en via de Erasmusbrug. Links de Koninginnebrug en de Hef én nog altijd het door Lodewijk Pincoffs als hoofdkantoor van zijn Rotterdamsche Handelsvereeniging gebouwde Poortgebouw. Pincoffs nam in 1879 de benen naar New York en in 1882 kwam het in handen van de Gemeente Rotterdam die er tot 1977 het latere Havenbedrijf in zou huisvesten. En toen begon het gedoe. Eerst wilde Rotterdam er een eroscentrum in vestigen – in gewone taal een bordeel – hetgeen op veel verzet stuitte. Vervolgens werd het gekraakt, gekocht door een projectontwikkelaar die de krakers er niet uit kon krijgen met als gevolg het totaal verslonste Poortgebouw waar ik even later doorheen loop. Daarna over de brug boutiquehotel Pincoffs dat is gevestigd in wat ik mij nog goed herinner als douanekantoor, de in een jachthaven omgetoverde Binnenhaven, het voormalig entrepotgebouw de Vijf Wereldelen met een beeld van Pincoffs ervoor, appartementen erin en met op de begane grond een grote supermarkt die terecht JUMBO heet. Kort daarna het overgangsgebied naar wat El Hamidi zo mooi een rauw randje noemt. Waar voorheen het spoor liep en een rij huizen stond, ligt nu een slordig iets dat een park in wording zou moeten zijn en dan sta zonder waarschuwing vooraf in wat er over is van de Oranjeboomstraat uit mijn jongere jaren. Die is onherkenbaar verminkt: de brouwerij en alles wat daarbij hoorde is met de grond gelijk gemaakt. Wat een afknapper! Het beeldmerk staat me nog zo helder voor de geest: een oranje boompje met drie oranje ballen erin: sinaasappels. Oranges in het Frans en het Engels, dus heel vanzelfsprekend Oranjeboom in het Nederlands.

wordt vervolgd