|
OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 23 – DE MEISJES VAN JAMIN (05062020) Het is niet voor dag en dauw, maar wel behoorlijk vroeg in de morgen als ik door de toegangspoort loop van de Rooms-Katholieke begraafplaats St. Laurentius in het Rotterdamse Crooswijk. Er staan een paar treurende donker gekleurde landgenoten die een andere taal spreken, vanaf het kerkhof klinkt een door een strak trommelritme begeleide sousafoon. Dat laatste herkende eerlijk gezegd niet gelijk, dat ontdekte ik pas weer thuis na lang googelen. Wat ik wél op de begraafplaats zelf ontdek is dat de vrouwen die hun hoofd in een witte doek hebben gewikkeld en de mannen – volgens de coronaregels kunnen het er hooguit 30 zijn – best eens Kaapverdiaanse wortels zouden kunnen hebben, gelet op de vele grafstenen met Portugese namen die ik tegenkom op weg naar het monument dat ik wil bezoeken. Naderhand zal iemand die er werkt me terecht wijzen: het zijn mensen met Surinaamse roots die op die manier begraven. On apprend tous les jours, zelfs nog op mijn leeftijd. Gedwongen door de omstandigheden kan ik niet terug naar Frankrijk en gedwongen door de omstandigheden gebruik ik liever geen openbaar vervoer als ik door Rotterdam struin. Hoewel ik me behoorlijk op mijn pik getrapt voelde toen een Nigeriaanse ex-geliefde me zei dat Rotterdam uiteindelijk maar een kleine stad is, had zij natuurlijk wel gelijk. Zeker als je in Lagos woont, waar ikzelf ook bijna 10 jaar heb gewoond, een stad met meer inwoners dan heel Nederland. Net zoals ik nog niet zo lang geleden in Buenos Aires woonde, waarvoor inclusief voorsteden hetzelfde geldt. Want waar ik zo'n beetje ook tijdens mijn coronawandelingen loop, is er vaker wel dan niet een glimps te zien van de hoogbouw van het Erasmus MC die tegenover mijn pied-à-terre staat. Samen met weer een andere voormalige geliefde wandelde ik op 14 mei 2011, de dag waarop de Duitsers in 1940 de stad bombardeerden, langs de 12 kilometer lange brandgrens van toen. En dus langs waar ooit de fabriek stond van de Zuid-Hollandsche Stoomfabriek van Koek, Banket, Chocolade en Suikerwerken van Cornelis Jamin, CJamin. Die naam stond groot in de gevel van de fabriek, op alle winkelpuien, op alle verpakkingen en wiens handtekening, zo vermoed ik althans, het bedrijfslogo was. De fabriek werd deels verwoest door het bombardement en door nogal wat gedoe met de gemeente na de oorlog – die wilde wat er nog wel stond slopen om op het vrijgekomen terrein woningen te kunnen bouwen – besloot Jamin uiteindelijk de fabriek naar Brabant te verhuizen. Doordat ik deze keer lopend naar de begraafplaats ga in plaats van met tramlijn 7 of bus 38, maak ik onverwacht kennis met de woonwijk die er vervolgens werd gebouwd. Die is van afstand te herkennen dankzij de lila gekleurde sculptuur van Yasser Ballemans die ik tot nu toe alleen maar op foto's had gezien: het in 2013 geïnaugureerde Jamin monument. Het is bedoeld om de herinnering in stand te houden aan de fabriek die hier ooit stond en lange tijd de grootste werkgever in Crooswijk was waar bijvoorbeeld die dubbeldikke ijsjes werden gemaakt. Wie van mijn generatie kent niet de dubbeldekker, dat blokje roomijs dat je in de winkel van CJamin kon kopen of zomers aan het karretje van de ijsboer die door de straat kwam? En wie van mijn generatie herinnert zich niet die fameuze meisjes van de suikerwerkfabriek die zo mooi door Gerard Cox werden bezongen? Want de snoepjes van Jamin, die pak je uit en pik je in. Zijnde katholiek, werden Cornelis Jamin en zijn vrouw Louisa Reuther op “hun eigen” Sint Laurentius begraven, op loopafstand van de toenmalige fabriek. Zijnde welgesteld, kregen ze een niet te missen grafkapel, vooral niet als het zonnig is. Everard, hun achterkleinzoon, liet die een jaar of 15 geleden opknappen, vandaag gluur ik er naar binnen en zie hun beider foto's op de achterwand en in de glas-in-loodramen in de zijmuren een verweven JR, van Jamin en Reuther. Schuin ervoor een slordig witmarmeren familiegraf van andere Jamins dat lijkt te zijn opgebouwd uit flinke dubbeldekkerijsjes. Daarover wordt gewaakt door een engel en ietsje verder nog een ander verwaarloosd familiegraf met onleesbare namen en data waar weer een andere engel waakt. Nee dan staan de twee huizen aan het einde van de Parklaan er stukken beter bij, nummer 17, dat door Henri werd gebouwd op een perceel dat eerder deel uitmaakte van Park Schoonoord en de naastgelegen Villa Welgelegen van broer Louis. Aan de kop van de Veerhaven is Louis trouwens ook een van de Rotterdamse ondernemers van wie daar een borstbeeld staat. Maar het leukste van mijn Jamin herontdekking, ik werkte er ooit in mijn jongere jaren en vertrok in mijn proeftijd, was dat ik eindelijk eens een reden én de tijd had om op mijn gemak naar de in 2011 door Ferri Ronteltap uitgebrachte docu De meisjes van Jamin te kijken en zo toch nog virtueel kennis te maken met de meisjes van die pak je uit en pik je in. Want in levende lijve in Crooswijk heb ik er helaas niet eentje meer kunnen ontdekken. |