|
OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 25 – ANDERE BEELDEN (26062020) De route van mijn Rotterdamse vroege ochtendkilometers gaat eerst door het Scheepvaartkwartier, met daarna twee keer zo'n beetje langs de buitenkant van het Park. Al doende kom ik dan twee keer langs Koningin Wilhelmina die daar vanaf zo'n beetje de hoek van de Westerlaan en de Parkkade met opgeheven hoofd in de richting van de Wilhelminapier op de andere oever van de Nieuwe Maas kijkt. Toeval of zou er destijds over zijn nagedacht? Afhankelijk van de tijd van het jaar, zie ik de opkomende zon dan in haar gezicht schijnen. Het door Charlotte barones van Pallandt, gelukkig wel een kunstenares van adel, uit hardsteen gehakte monument straalt een en al wilskracht uit, het verbeeldt een superstoere vrouw. Koningin Juliana, zo las ik, was er niet echt tevreden over maar keurde het toch goed en onthulde het op 4 mei 1968. Zou Willem-Alexander nog altijd accoord moeten gaan met beelden van zijn voorgangers? Het beeld van zijn overgrootmoeder herinnert mij vooral aan zwart-wit filmbeelden uit mijn jongere jaren waarop was te zien hoe ze in maart 1945 in Zeeland weer voet op vaderlandse bodem zette. Wim Pijbes, oud-directeur van de Rotterdamse Kunsthal, het Amsterdamse Rijksmuseum, erg heel erg kort van Museum Voorlinden in Wassenaar voordat hij leiding ging geven aan de stichting Droom en Daad van een nog rijkere miljardair. Die laatste twee werkgevers hebben hun kantoren vlakbij waar het beeld van Wilhelmina staat. Met dat in het achterhoofd was ik niet echt verrast toen Pijbes in de Buitengalerij, een korte “coronaserie” vanwege de gesloten museums in de zaterdagse NRC, schreef: “Het is letterlijk een vrouw uit één stuk, Charlotte van Pallandt beeldde haar af als de onverzettelijke en standvastige moeder des vaderlands. Van Pallandt liet een groot oeuvre na, waarvan dit haar meesterwerk is.” Tot een jaar of vijf geleden stond er een paar honderd meter richting Euromast, een beetje uit het zicht in de struiken tegenover waar in het gras de enorme parelketting van Madeleine Berkhemer ligt, een bronzen borstbeeld van Robert Baden-Powell, de oprichter van de padvindersbeweging én tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika de medebedenker van de contratiekampen. Zijn door Willem Verbon in opdracht van de Rotterdamse afdeling van de Nederlandse Pavinders gemaakte buste werd in 2015 gestolen en hoogstwaarschijnlijk omgesmolten. Stukken efficiënter dan al die protesten van vandaag de dag. Hoewel er met enige regelmaat wordt gedebatteerd over het veranderen van de “racistische straatnamen” in de Afrikaanderwijk op Zuid of de naar een “foute zeeheld” vernoemde Witte de Withstraat, heb ik tot nu toe nog niets gehoord over de Baden-Powelllaan die aan de Maastunnelkant van het Park loopt. Nadat ik nog een paar zomers 's ochtends vroeg alleen maar langs de sokkel met opschrift liep, is die de afgelopen winter ook weggehaal en herinnert niets meer aan die oorlogsmisdadiger. Overigens heeft de Rotterdamse straatnamencommissie in 2018 besloten om koloniale straatnamen of standbeelden niet aan te passen: "We willen straatnamen behouden om zo de geschiedenis levend te houden." Eens kijken hoe lang ze dat nog kunnen volhouden. Wim Pijbes noemt ook het typisch Nederlandse fenomeen van de Wilhelminafontein, huldeblijken aan de in 1898 ingehuldigde vorstin, waarvan er eentje op het Rotterdamse Noordereiland staat. In verband met de coronavoorzichtigheid heb ik in het parkje in de schaduw daarvan en koffieafspraak met een bevriend beeldend kunstenaar. Hoewel de horeca is gesloten, kun je bij de Sparsuper aan de overkant zeer drinkbare koffie uit de machine halen. Deze fontein werd ontworpen door Henri Evers, jawel dezelfde van het Calandmonument aan de Veerhaven, van het Rotterdamse stadhuis en van die mooie Remonstrantse kerk tegenover Museum Boijmans waarin bij gebrek aan gelovigen of geld sinds het begin van deze eeuw het congres- en debatcentrum Arminius huist. Qua ontwerp is de fontein behoorlijk gedateerd, maar destijds ongetwijfeld helemaal en vogue: een hoge zuil met bovenop een gevleugelde vrouwenfiguur en net boven de sokkel twee scheepsboegen die als sproeiers van de fontein dienen. Je moet er maar op komen. Nee dan een paar straten verder, waar ietwat verscholen op het dak van de fietsenmaker, naast het geboortehuis van Marten Toonder aan de Thorbeckestraat – nooit geweten dat de geestelijke vader van Tom Poes en Ollie B. Bommel in Rotterdam geboren was – een kleine Tom Poes staat. Uiteraard wit en ongekleed. Net als het beeld van Koningin Wilhelmina in het Park een burgerinitiatief, waar in dit geval geen geldelijke bijdragen werden gevraagd, maar scherven van wit serviesgoed. Opnieuw beelden uit mijn jongere jaren als ik bij mijn grootouders in de Javastraat 4 in Nijmegen logeerde en niet kon wachten tot mijn opa het Nijmeegs Dagblad, de avondkrant, had gelezen en ik ergens onderaan een pagina de drie plaatjes boven de tekst kon bekijken die bij de strip van Marten Toonder hoorden of door de nog geen 10 centimeter brede op krantenpapier gedrukte boekjes kon bladeren die werden uitgegeven als er weer een verhaal klaar was. Dat was toen de mobiele telefoon nog niet bestond en vrijwel niemand televisie had. |