|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 64 (20112017)
Donderdag 30 maart 2017 – Cartagena de Indias – Amsterdam
Op de zolderverdieping van het Maritiem Museum van Cartagena komt de oorlogvoering aan de orde sinds Simón Bolívar in 1819 de República de Colombia uitriep, de voorloper van het land waar ik de afgelopen weken doorheen reisde. Zo is er die pijnlijke afscheiding van Panama in 1903 en het zoveelste grensconflict met Peru in de jaren 1932/33 inzake de vrije navigatie over de Amazone. Eenmaal weer thuis begrijp ik met een blik op mijn schoolwandkaart van Zuid-Amerika waarom: de rivier blijkt in het uiterste zuiden van Colombia in een aan Limburg herinnerende appendix – inclusief een Drielandenpunt maar dan met Peru en Brazilië – zo'n 100 kilometer lang de grens tussen beide landen te zijn. Tenslotte is er een vitrine waarin de Guerra de los Mil Días wordt samengevat. Dat was de burgeroorlog die tussen 1899 en 1902 welgeteld 1.130 dagen duurde – een kniesoor die daar op let – waarin zowel Gabo's grootvader kolonel Nicolás Márquez Mejía als generaal Benjamín Herrera Cortés, de grootvader van Tomás Murillo – de oud grootmeester van de Vrijmetselaarsloge in Ciénaga met wie ik een week geleden sprak – streden. Beiden aan dezelfde kant, die van de oppositionele Liberale partij, tegen de regering van de Conservatieve partij. Die oorlog werd beëindigd met het Tratado de Neerlandia, vernoemd naar de hacienda buiten Ciénaga waar de vrede werd getekend, waarover ik tegen het einde van mijn reis meer weet dan over menig elders in de wereld gesloten vredesverdrag. Opvallend afwezig is de meest recente en langdurigste Colombiaanse burgeroorlog met de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia – FARC, in Nederland vooral bekend dankzij de Twentse Tanja Nijmeijer, die zich in 2002 bij de FARC aansloot. Na meer dan 10 jaar West-Afrika en bijna drie jaar Rio de Janeiro woonde en werkte ik toen sinds ruim een jaar in Buenos Aires. In een Argentinië dat toevallig weer eens door een stevige economische crises werd getroffen, waar ik als ex-pat overigens weinig last van had, maar waardoor ik haar motivatie – de in Zuid-Amerika heersende sociale ongelijkheid en armoede - wellicht toch beter begreep dan een gemiddelde in het vaderland wonende en werkende landgenoot. De in 1964 begonnen buitengewoon gewelddadige oorlog, tijdens welke op een gegeven moment de niet al te onwaarschijnlijke beschuldiging werd geuit dat de FARC zich financieel overeind hield met cocaïnesmokkel, eindigde nog niet zo lang geleden in Havana: niets daarover. Omdat de Colombiaanse marine er niet actief aan deelnam? Ik ben klaar met dit museum, loop terug naar het hotel en ga mijn koffer pakken.
Tegen 4 uur komt mijn begeleider me ophalen. Net zoals het een maand geleden bij aankomst in Bogotá regende, regent het vandaag in Cartagena. Binnen de oude muren van de stad staat het verkeer muurvast, maar het vliegveld ligt verrassend dichtbij de bebouwde kom. Eerlijk gezegd kijk ik ernaar uit om hier door de controles te gaan, zeker na wat drugskoerier/bolletjesslikker Paula mij gisteravond in het gevangenisrestaurant vertelde. Hoewel mijn nieuwsgierigheid wat er gebeurt als je het land uitgaat al was begonnen toen ik de afgelopen maanden in Buenos Aires op het National Geographic Channel keek naar de op het vliegveld El Dorado van Bogotá opgenomen reality docuserie Airport Security Colombia. Ik denk in Cartagena vrijwel zeker in de smaak te zullen vallen bij de “profileerders” en geselecteerd te zullen worden voor een grondige drugssmokkelcontrole. Waarom? Omdat een alleen reizende man met weinig bagage en een populaire eindbestemming voor cocaïne er in de docu regelmatig wordt uitgepikt. Achteraf is het ergste gedoe bij de incheckbalie van de KLM voor wie dit pas de tweede directe vlucht naar Amsterdam is en ook nog eens met de splinternieuwe Dreamliner. Hoewel er nauwelijks passagiers zijn, kost het aardig wat tijd en vooral moeite om in te checken omdat het baliepersoneel overduidelijk nog niet aan de nieuwe vlucht en het nieuwe toestel is gewend. In de hal waar de paspoortcontrole plaatsvindt en de handbagage wordt nagekeken, zijn er meer geüniformeerden dan passagiers. De paspoortman is aardig, wil weten of ik het naar mijn zin heb gehad en stempelt mijn reisdocument zonder enig gedoe, daarna loop ik tegen de man in het uniform van de drugscontroleurs aan. Hoewel de stempels in mijn paspoort niet liegen, wil die uit mijn eigen mond horen hoe lang ik in Colombia ben geweest en waar zoal. Nou dat is een lange lijst inclusief de drugshotspots Medellín en Cali, verder gaat het nergens over. Als ik door mag lopen, bedankt hij mij dat ik Spaans met hem heb gesproken! Hoe Paula hier tegen de lamp heeft kunnen lopen, is me een raadsel. Tijdens de nachtvlucht wordt een tijdverschil van zeven uur overbrugd, waarvan ik volgende week op de terugreis naar Buenos Aires weer vijf zal inhalen. Op Schiphol staat bij de paspoortcontrole, volgens het beeldscherm dat er hangt althans, een rij van 30 – 35 minuten. Welkom terug in het vaderland.
epiloog volgt
|