|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 66 (18082020) Epiloog - 2 In juni 2006 werden in het Museo Nacional de Bellas Artes van Buenos Aires 50 tussen 1999 en 2004 gemaakte schilderijen en tekeningen van Botero geëxposeerd. Het was één grote aanklacht tegen het geweld en de misdaad in zijn vaderland. In Colombia was in die jaren de burgeroorlog met het FARC en de ELN nog in volle gang en in zijn geboortestad Medellín lag de door het drugscartel van Pablo Escobar gezaaide dood en verderf nog vers in het geheugen. De twee doeken waarop is te zien hoe Pablo Escobar op het dak van een huis wordt doorzeefd met kogels en aldus aan zijn einde komt, onderstrepen dat. Helaas miste ik die tentoonstelling, die volgens de Argentijnse kranten van toen niet gemist mocht worden. Niet in het minst tot mijn eigen verrassing – zij het een zeer aangename – woonde en werkte ik onverwacht in het Caribische Gebied met de Dominicaanse hoofdstad Santo Domingo als thuisbasis. En dat terwijl ik pas een week eerder met pensioen was gegaan en bezig was te verhuizen van de dienstwoning naar mijn, door de wat langer dan geplande opknapbeurt, nog onbewoonbare appartement. Die job – het is tegenwoordig echt óók een Nederlands woord – was het resultaat van tijdens de maanden ervoor meer dan eens - naar nu bleek op de goede plaatsen - te hebben laten weten helemaal geen zin te hebben om met werken te stoppen. Langjarige bedrijfservaring en redelijk tot goed te kunnen communiceren in de vijf officiële talen van Latijns-Amerika en de Cariben, hadden zeker geholpen, maar Botero's werk schoot er daardoor bij in. Pas na een kort intermezzo in de Rotterdamse Kunsthal in de zomer van 2016, waar het veel te druk was en waarvan ik me vooral de vele afbeeldingen van geestelijken – in bed, in bad, in rood en in zwart, maar ook de kunstenaar in bed in zijn slaapkamer in Medellín herinner, vrij naar Vincent van Gogh zijn slaapkamer in Arles. Én, naar ik pas na het zien van de docu van het doek Onze Lieve Vrouw van Colombia begrijp, is dat de Colombiaanse beschermheilige daarop met Pedrito op de arm staat. Het uit Botero's huwelijk met Cecilia Zambrano in 1970 geboren zoontje, dat in 1974 bij een tragisch auto-ongeluk in Parijs om het leven kwam in de armen van zijn oudste halfbroer Carlos, die daarover met tranen in zijn ogen vertelt. Over zijn vader Fernando, die voorin naast de chauffeur zat en gewond raakte, heeft verder niemand het. Dat en hoe het hem heeft aangegrepen is terug te zien in talloze werken uit die tijd waarop Pedrito staat afgebeeld. Het betekende trouwens ook het einde van het huwelijk van vader Fernando en moeder Cecilia. epiloog - 3 volgt |