COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 66 (18082020)

Epiloog - 2
Gedwongen door wat bureaucratisch gedoe moet ik even op en neer naar Rotterdam. Juist daar wordt voor het geval dat in mijn pied-à-terre bij de stukken voor de executeur-testamentair het originele Nigeriaanse document uit de jaren 90 van de vorige eeuw bewaard waarvan een bevoegde instantie thans op korte termijn een kopie wil zien. Het is de eerste keer deze eeuw dat er naar wordt gevraagd, vandaar dat er niet eerder een meereizende digitale kopie van was gemaakt, een leemte die nu gelijk kan worden gevuld. De in deze van toepassing zijnde uitdrukking Elk nadeel heb se voordeel werd lang aan Johan Cruijff toegeschreven, maar, zo onthulde Willem van Hanegem in 2018 bij de presentatie van zijn boek Buitenkant Links, werd al in 1970 door hem tijdens een interview gedaan. Mij maakt niet uit, het voordeel van dit onverwachte nadeel is dat ik eindelijk naar de aflevering van het tv-programma Close up kan kijken waarin een documentaire over het leven van Fernando Botero is te zien. Een lieve vriendin had een artikel daarover met de kop Niet dik, maar “volumetrisch” uit de VPRO Gids voor mij bewaard. Over wie het ging was mij duidelijk zonder zelfs maar een letter van te hebben gelezen: ter illustratie stond er namelijk de foto bij van een Botero muurschildering in Medellín van een dansend echtpaar, een foto die door mijzelf tijdens mijn reis gemaakt zou kunnen zijn. Mijn voornemen was om naar die docu te gaan kijken zodra ik na mijn coronaverbanning weer terug thuis in Frankrijk zou zijn, waar bleek dat dit programma mag niet bekeken worden vanaf jouw locatie (33). Ondanks de hittegolf ga ik dat nu in Rotterdam doen, waar het wel mag. Hoewel ik me kon voorstellen wat er met volumetrisch wordt bedoeld, kende ik het woord niet en kom het ook niet tegen in de officiële woordenlijkst van de Taalunie. De korte inleiding van het artikel verklaarde het echter: “Fernando Botero wordt niet graag als de schilder van de dikke vrouwen gezien.” Zonder een woord te wijden aan Botero's stevige beelden of de schilderijen met zogenaamde dikke mannen, dikke kinderen, dikke geestelijken of dikke heiligen die er, zeker in mijn ogen, daardoor juist hartstikke Latijns-Amerikaans uitzien.

In juni 2006 werden in het Museo Nacional de Bellas Artes van Buenos Aires 50 tussen 1999 en 2004 gemaakte schilderijen en tekeningen van Botero geëxposeerd. Het was één grote aanklacht tegen het geweld en de misdaad in zijn vaderland. In Colombia was in die jaren de burgeroorlog met het FARC en de ELN nog in volle gang en in zijn geboortestad Medellín lag de door het drugscartel van Pablo Escobar gezaaide dood en verderf nog vers in het geheugen. De twee doeken waarop is te zien hoe Pablo Escobar op het dak van een huis wordt doorzeefd met kogels en aldus aan zijn einde komt, onderstrepen dat. Helaas miste ik die tentoonstelling, die volgens de Argentijnse kranten van toen niet gemist mocht worden. Niet in het minst tot mijn eigen verrassing – zij het een zeer aangename – woonde en werkte ik onverwacht in het Caribische Gebied met de Dominicaanse hoofdstad Santo Domingo als thuisbasis. En dat terwijl ik pas een week eerder met pensioen was gegaan en bezig was te verhuizen van de dienstwoning naar mijn, door de wat langer dan geplande opknapbeurt, nog onbewoonbare appartement. Die job – het is tegenwoordig echt óók een Nederlands woord – was het resultaat van tijdens de maanden ervoor meer dan eens - naar nu bleek op de goede plaatsen - te hebben laten weten helemaal geen zin te hebben om met werken te stoppen. Langjarige bedrijfservaring en redelijk tot goed te kunnen communiceren in de vijf officiële talen van Latijns-Amerika en de Cariben, hadden zeker geholpen, maar Botero's werk schoot er daardoor bij in. Pas na een kort intermezzo in de Rotterdamse Kunsthal in de zomer van 2016, waar het veel te druk was en waarvan ik me vooral de vele afbeeldingen van geestelijken – in bed, in bad, in rood en in zwart, maar ook de kunstenaar in bed in zijn slaapkamer in Medellín herinner, vrij naar Vincent van Gogh zijn slaapkamer in Arles. Én, naar ik pas na het zien van de docu van het doek Onze Lieve Vrouw van Colombia begrijp, is dat de Colombiaanse beschermheilige daarop met Pedrito op de arm staat. Het uit Botero's huwelijk met Cecilia Zambrano in 1970 geboren zoontje, dat in 1974 bij een tragisch auto-ongeluk in Parijs om het leven kwam in de armen van zijn oudste halfbroer Carlos, die daarover met tranen in zijn ogen vertelt. Over zijn vader Fernando, die voorin naast de chauffeur zat en gewond raakte, heeft verder niemand het. Dat en hoe het hem heeft aangegrepen is terug te zien in talloze werken uit die tijd waarop Pedrito staat afgebeeld. Het betekende trouwens ook het einde van het huwelijk van vader Fernando en moeder Cecilia.

epiloog - 3 volgt