|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 67 (27082020) Epiloog - 3 Onverwacht en nietsvermoedend maakte ik ruim een jaar geleden kennis, hoewel virtueel, met een andere Escobar: met de uit Cali afkomstige schrijfster Melba Escobar. Het was allemaal te danken aan het verschijnen van de Nederlandse vertaling van haar debuutroman La Casa de la Belleza – de Schoonheidssalon. Na het lezen van de eerste paar honderd woorden van hoofdstuk 1 was ik verkocht en kon bijna niet ophouden: ”Ik haat kunstnagels in extravagante kleuren, geblondeerde haren, kunstzijden blouses en glimmende oorbellen, en zeker om vier uur 's middags. Nog nooit leken zoveel vrouwen travestieten of prostituees, vermomd als keurige echtgenotes. Ik haat het overmatige parfum van deze vrouwen, die zo zwaar zijn opgemaakt dat ze eruitzien als kakkerlakken in een bakkerij, en ze maken me bovendien aan het niezen. Om nog maar te zwijgen van hun spullen, smartphones in van die kinderachtige, fuchsiakleurige hoesjes met pailletten of nepedelsteentjes en belachelijke plaatjes. Ik haat alles waar deze niet biologisch afbreekbare vrouwen met hun geëpileerde wenkbrauwen voor staan. Ik haat hun schrille, geaffecteerde stemmetjes als van vierjarige poppetjes, kleine narcohoertjes geperst in een vrouwenlichaam maar wel rechtop als een man. Het is allemaal heel benauwend, deze macho-kindvrouwtjes brengen me in de war, maken me bang, doen me denken aan alles wat verpest en kapot is in een een land als dit, waar de waarde van een vrouw wordt afgemeten aan de omvang van haar kont, hoe rond haar borsten zijn en hoe dun haar taille is. Ik haat ook de kinderachtige mannen, gereduceerd tot de primitiefste versie van zichzelf, altijd op zoek naar een vrouw om te neuken, om als een trofee mee te pronken, om in te ruilen voor een ander of om zich een status te verwerven tussen zijn mede-neanderthalers........” Woorden die de schrijfster “optekende” uit de mond van een bijna 60 jarige psychoanalytica, die na jaren in Parijs te hebben gewoond en gewerkt naar Bogotá was terugverhuisd. Net zo onverwacht en nietsvermoedend als ik aan het boek begon, kwam zij in de schoonheidssalon terecht waar ze kennis maakte met een heel ander land dan het was voordat ze naar Frankrijk vertrok. “Toen ik uit Colombia wegging, letten de moeders er nog op dat de knieën van hun dochters bedekt waren, nu wordt niets aan de verbeelding overgelaten. Dat was ook iets wat me choqueerde toen in terugkwam.” Het spreekt me niet alleen aan vanwege de realistische woordkeus en de goede vertaling van Mia Buursma, maar ook omdat het voor mij zo herkenbaar is. Het door tientallen jaren in andere landen te wonen en werken langzaam maar zeker vervreemd te raken van je vertrouwde omgeving, iets dat mij in Rotterdam ook steeds vaker overkomt. En als ik daardoor dan soms iets niet begrijp of een nieuw woord nog niet ken, staat op het gezicht van mensen die mij niet kennen te lezen dat ze zich afvragen of ik wel geheel toerekeningsvatbaar ben...... epiloog - 4 volgt |