COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 68 (03092020)

Epiloog - 4
Een week of twee voor ik aan mijn reis begon had la Corte Constitucional, het hoogste Colombiaanse gerechtshof vergelijkbaar met de Hoge Raad der Nederlanden, uitgesproken dat een 5 jaar eerder door de burgemeester van Bogotá uitgevaardigd verbod op stierenvechten ongrondwettig was. De reden? Stierenvechten maakt deel uit van het nationale culturele erfgoed. Zoals altijd en overal zijn er dan degenen die het niet met zo'n uitspraak eens zijn en dat kenbaar willen maken. In Bogotá lieten ze het weten door een bom te laten ontploffen bij de Plaza de Toros la Santamaría, waarbij 1 dode en 30 gewonden waren te betreuren. Mensen welteverstaan. De Spanjaarden lieten niet alleen hun taal en geloof achter In het postkoloniale Colombia, maar dus ook de corrida de toros, het stierenvechten. Dat laatste geldt trouwens eveneens voor de buurlanden Venezuela, Peru en Ecuador, doch weer niet voor verder naar het zuiden gelegen voormalige koloniën als Argentinië, Uruguay en Chili. Dankzij die Spaanse aanwezigheid is het stierenvechten als vanzelfsprekend deel uit gaan maken van het leven en werk van Fernando Botero. Op 12-jarige leeftijd werd hij door een oom, die min of meer als voogd optrad nadat zijn vader een paar jaar eerder was overleden, via “iemand die hij kende” toegelaten tot de beroepsopleiding voor stierenvechters in de Plaza de Toros la Macarena van Medellín. Daar kwam de jonge Fernando er al snel achter dat hij het tekenen en schilderen van stieren, de divere stadia van de corrida en alles wat er omheen gebeurde stukken boeiender vond dan zelf misschien in de toekomst ooit als torero op te gaan treden. Tot mijn verrassing deed oom er niet al te moeilijk over en zeker niet nadat één van die tekeningen werd gekocht door de man die de kaartjes voor het stierenvechten verkocht. Kort daarna vertrok Botero naar Bogotá waar hij in 1951, jawel dat is binnenkort 70 jaar geleden, zijn eerste solotentoonstelling had in Galería Leo Matiz.

Volgens meneer van Dale is een scenario een beschrijving van wat een toeschouwer te zien krijgt van een toneelstuk, opera of film. Indien onze taal ten zuiden van de Frans-Spaanse grens de voertaal zou zijn, zou daar ongetwijfeld het stierengevecht bij hebben gestaan. Hoewel zo'n corrida de toros er voor een buitenstaander op het eerste gezicht niet zo uitziet, is het wel degelijk een soort voorstelling met een draaiboek waaraan ongemerkt streng de hand wordt gehouden. Zo begint de dag met de kennismaking van de toreros met de zes stieren waar tegen ze later op de dag in het krijt zullen treden en het toewijzen van hun aanstaande slachtoffers. Tegen het einde van de middag volgen de gevechten door de drie cuadrillas, de teams die bestaan uit de torero/matador, de picador en de banderilleros. Ieder gevecht bestaat uit drie stappen – tercios – waarvan de eerste twee vooral tot doel hebben de stier te verzwakken, zodat die tenslotte op een elegante wijze en zonder gevaar voor eigen leven door de matador kan worden gedood. Met name de eerste tercio, waarin de stier de arena betreedt alwaar hij wordt opgewacht door de met een stevige lans bewapende picador op een geblindoekt en goed beschermd paard, ziet er nogal bruut uit. De taak van de picador zou zijn de moed of de vechtlust van de stier te testen, maar is bovenal om die lans stevig in de nekspieren te steken, waardoor de kop gaat hangen en de matador hem tenslotte makkelijker kan doden.

Ofschoon Fernando Botero zijn beroepsopleiding dus al vroeg afbrak, verhult zijn werk amper dat hij en de corrida twee handen op één buik zijn gebleven. Niet al te lang geleden zei hij tijdens een vraaggesprek dat zijn grote liefde voor de corrida hem heeft aangezet om ze te schilderen en te tekenen en meer dan de stieren. Als je op Wikipedia naar “botero+corrida” zoekt en daarna op “afbeeldingen” klikt dan zie je alle stadia van het gevecht afgebeeld, plus portretten van de toreros/matadores, picadores en bandilleros en de ambiance in en rond de arena. Daarnaast zijn er bovendien exposties die er uitsluitend aan gewijd zijn. Zo is er die catalogus uit 1992 van Botero in Parijs die “La corrida au Grand Palais” was gedoopt, werd in 2014 in New York een boek gepresenteerd met een compilatie van zijn aan het stierengevecht gerelateerde oeuvre en zag ik zowel in Bogotá als in Medellín zijn aan tauromaquia gewijde doeken. Tauromaquia vind ik zo'n mooi Spaans woord dat echter gewoon het vechten met en doden van de stier betekent. In zijn op een hoge verdieping gelegen apparterment in Monaco, vanwaar hij neerkijkt op een met dure jachten gevulde haven, vertelt Botero over zijn passie. Al doende haalt hij een penseel over een zo te zien kant en klaar doek, waardoor ik zowaar ontdek iets met hem gemeen te hebben: zolang zijn werk, of in mijn geval het Weekjournaal, de deur niet uit is, is het niet af en kan, nee moet het bijna, zo mogelijk nog worden bijgewerkt.

epiloog - 5 volgt