|
OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM - 28 – LET'S GET PHYSICAL - 4 (06102020) Met de bankschroef in de rug loop ik verder in de richting van de stadsgrens met Schiedam die zo'n 100 jaar geleden, na veel gedoe, opschoof naar de Noordzee omdat Rotterdam die ondertussen alweer vrij nutteloos geworden Merwehaven wilde aanleggen. Ben onderweg naar Buffel, Darwin, Milkman en Kiss, de verst weg gelegen beelden van de Let's Get Physical beeldenroute. Voor een afgedankte fruitloods, die kort geleden is omgetoverd tot een fitnesscentrum, staat Buffel. Een beeld van polyester uit 2011 dat bijna 10 jaar geleden al de aandacht wilde vestigen op hoe zeer de mens een gevangene dreigt te worden van auto's, computers, telefoons en andere apparaten. De makers zeggen dat het laat zien hoe “de mens en de gevangenis waar hij inzit één worden en hoe lichaam en levenloze objecten die met elkaar opgescheept zitten in elkaar overlopen.” Aanvankelijk kan ik er geen touw aan vastknopen, behalve dan dat het een opengewerkte rechthoek is die op de korte zijde op een sokkel staat. Tenslotte denk ik een menselijke vorm te zien met een tafel of stoel op de schouders, hetgeen ik echter gelijk weer verwierp als een veel te simpele gedachte. Terwijl de Wellness Skull en de Statistocrat geen al te grote mysteries waren en Vice het Engelse woord voor bankschroef is, hielp bij Buffel, de naam noch het bijschrift me verder. Zelfs hoe een afgedankte fruitloods vrij moeiteloos een fitnesscentrum kan worden, kostte weinig moeite om te begrijpen: je zet op een grote kale magazijnvloer de nodige apparaten neer en klaar is kees. Tussen Buffel en Darwin staat een houten wachttoren, zoals die in Cuba rond het Amerikaanse gevangenenkamp in Guantánomo Bay staan of zoals er vuurwachttorens in bosrijke streken staan om in droge tijden een beginnende bosbrand te ontdekken. De toren hoort niet bij de beeldenroute, maar er staat wel een toepasselijke titel op de voorkant van het uitkijkplatform: ARCHITECTURE OF CONTROL. Zal gelijk maar bekennen dat ik de muziektent die achter Darwin staat eerder in de gaten had dan het object zelf. De traditionele muziektent die ik me herinner, staat misschien nog altijd wel op het Dorpsplein van Oostvoorne, lang geleden korte tijd mijn laatste vaste woon- en verblijfplaats in Nederland. Hoewel het me niet zou verbazen als die “tent” in dat keurige dorp, waar op zomerse avonden dorpsharmonie de Volharding optrad, een muziekkiosk of een muziekkoepel werd genoemd. Voor de muziektent ligt Darwin – polyester – 2008 - in het onkruid. Een blauw ding dat door de klep waar ik tegenaan kijk het meest op een soort mini-onderzeeër lijkt, totdat ik de menselijke figuren ontdek die erdoor verpletterd dreigen te worden. Het bijschrift brengt uitkomst: In de natuur draait het om ‘survival of the fittest’, zo formuleerde Charles Darwin het in 19e eeuw. Een eeuw later pasten fascistische regimes zijn evolutieleer toe op de maatschappij: het sociaal Darwinisme. Alleen de mooiste en slimste mensen zouden zich mogen voortplanten om zo een superras te creëren – een perverse overdrijving van de natuur. Darwin van Atelier van Lieshout is een superieure spermacel die over de lijken van verliezers gaat. Het is tevens een cocon om in te wonen en je voort te planten. Dit is in zekere zin een première, nooit eerder heb ik een enkele spermacel van zo dichtbij gezien en kan me niet voorstellen dat die dingen er zo uitzien. En, hoewel blauw mijn lievelingskleur is, kan ik me nog minder voorstellen dat ik me in zo'n lelijk ding als deze Darwin zou hebben willen voortplanten. Het is even doorbijten om de volgende twee beelden te kunnen zien. Als ik de kaart niet in mijn kontzak had gehad en daardoor de zekerheid dat ze daar ergens zouden moeten staan, had ik de moed halverwege opgegeven en dus nooit kennis gemaakt met Milkman, de Floating Farm en tenslotte Kiss. De Floating Farm is sinds ruim een jaar de eerste drijvende boerderij ter wereld, iets dat ik heel vanzelfsprekend vind, want waar elders ter wereld zou men op dit idee zijn gekomen. Nergens anders toch? Om het gewoon te noemen wat het is, een drijvende koeienstal, klonk waarschijnlijk te burgerlijk of lag niet zo lekker in de mond om het internationaal aan de man te gaan brengen. Alsof er enig Engelstalig land ter wereld is dat zoals Nederland ruimtegebrek heeft en dus maar een groot ponton in een nutteloos geworden haven afmeert om daarop koeien te gaan houden. Om het nog enigszins op een boerderij te laten lijken, liggen er op de kade geen kasseien maar is een grasveldje aangelegd waarop wat koeien lopen en dat door de floating farmers vast en zeker een weiland wordt genoemd. Met de beelden van de koeien die ik tijdens mijn vroege ochtendkilometers in de weilanden langs de bovenloop van de Franse Meuse lekker vers gras zie grazen en die pas ergens in november de stal ingaan omdat de rivier dan begint te overstromen, vraag ik me af of de Partij voor de Dieren, ook zo typisch Nederlands, of de Dierenbescherming al in het geweer zijn gekomen tegen deze buitengewoon dieronvriendelijke drijvende koeienstal. wordt vervolgd |