|
OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 34 – DOBBEREND BOS (17012021) Nog één keer dan, nog een laatste keer voordat het over een week of zo verdwijnt wil ik langs het Dobberend Bos wandelen. Dóór dat op het water van de Rijnhaven groeiende bos lopen is natuurlijk nooit mogelijk geweest en om nou te zeggen dat er een bos groeide is ook wel wat overdreven. Behalve dan wanneer je er tijdens die spaarzame vaderlandse zomermaanden met door chauvinisme verblinde Rotterdamse ogen naar keek, want om die 20 daar in door Rijkswaterstaat afgedankte Noordzeeboeien drijvende bomen een “bos” te noemen........ Het is sowieso een klein wonder dat de bomen de afgelopen bijna 5 jaar hebben kunnen overleven. Nadat bij een eerste poging tot het “aanplanten” bleek het Rijnhavenwater veel te brak was, moesten er nogal wat voorzieningen worden getroffen om de bomen – de stoere Hollandse Iep – op die plek in leven te houden. Zo werd in iedere boei een waterkelder voor zoet water gebouwd om de bomen van “drinkbaar” water te kunnen voorzien en aldus de overlevingskans te vergroten. Met als bijkomend gevolg dat het water met enige regelmaat moest worden bijgevuld als het lang droog was geweest of moest worden afgetapt als het veel geregend had en daarvoor was dan weer een soort boswachter nodig. Allemaal zaken die alleen maar serieus worden overwogen als het, zoals hier, om een ludiek project gaat in een land waar geld in overvloed is beschikbaar voor dit soort alles behalve primaire levensbehoeften. Het mag duidelijk zijn dat het Dobberend Bos dus niet zo'n bos was waar Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten voor zou gaan zorgen, dit was een door een ander kunstwerk – In Search of Habitus van de Amsterdammer Jorge Bakker - geïnspireerd kunstwerk van de Rotterdammer Jeroen Everaert. Dat oorspronkelijke kunstwerk bestond uit een flink aquarium waarin visdobbers dreven op sommige waarvan een miniatuur plastic boompje stond. Die op het water drijvende dobbers zouden volgens Jorge Bakker zijn bedoeld om vragen op te roepen over de relatie van de mens met de stad en de natuur en hoe die zich tot elkaar verhouden. Eerlijk gezegd was dat voor mij veel te hoog gegrepen. Daarentegen kon ik me wel aansluiten bij Jeroen Everaert die zich afvroeg of deze installatie, in zijn ogen een schaalmodel, op ware grootte zou kunnen worden uitgevoerd op het open water. Bakker zag het wel zitten om dat op het Markermeer te proberen, Everaert had de Rijnhaven in zijn achterhoofd én waarschijnlijk al de nodige potentiële sponsors achter de hand. Die aan beide kanten van Katendrecht tegen het einde van de 19e eeuw gegraven Rijnhaven en Maashaven, havens die lang functioneerden als een trait d'union tussen de zeescheepvaart en de binnenscheepvaart, hebben die overslagfunctie al een tijd geleden verloren. De zeeschepen werden groter, vervoer per container deed zijn intrede, nieuwe en beter bij de tijd passende havens en haventerreinen werden dichter naar de Noordzee aangelegd: eerst Botlek, daarna Europoort en tenslotte de Maasvlakte. Al doende werden de inmiddels midden in Rotterdam gelegen havens en de bijbehorende haventerreinen geleidelijk aan overbodig. Zonder te overdrijven kan ik zeggen tijdens mijn leven ooggetuige te zijn geweest van die veranderingen en te hebben gezien hoe de passagiersschepen en de vrachtschepen van de Holland-Amerika Lijn en de Rotterdamsche Lloyd van de Wilhelminapier en de Lloydkade verdwenen, net zoals de graanelevatoren, graanschepen en rijnaken uit de Maashaven en dat die grauwe totaal uit de toon vallende betonnen graansilo op de kruising van de Mijnherenlaan, de Brielselaan en de Maashaven een evenementenhal werd. En hoe de voor onbevoegden afgesloten haventerreinen op de Wilhelminapier, rond de Spoorweghaven en de Binnenhaven en rond de St. Jobshaven en Schiehaven veranderden in de hedendaagse woonwijken. Na meer dan 10 jaar plannen maken, lijkt het er nu echt op dat de nodige knopen zijn doorgehakt en de herinrichting van de Rijnhaven een definitieve vorm begint te krijgen. Daarvoor wordt een deel van de ruim 100 jaar geleden gegraven haven weer gedempt en wordt Codrico, de laatste nog in bedrijf zijnde fabriek op de Katendrechtse oever, naar elders verplaatst zodat de Meelfabriek Latenstein en het bijbehorende fabrieksterrein kunnen worden herontwikkeld voor de in Rotterdam zo hoognodige woningbouw. Gelukkig is de meelfabriek een beschermd monument omdat het onder andere een grotendeels gaaf bewaard voorbeeld is uit de naoorlogse wederopbouwperiode van een modern opgezet fabrieksgebouw voor de graanverwerkende industrie. Dus mag het niet worden gesloopt en blijft het voor mij zo vertrouwde profiel onaangetast. Wat wel moet verdwijnen is het Dobberend Bos, kappen kan niet, verhuizen wel. Het is door Rotterdam cadeau gedaan aan Almere, waar de bomen de Floriade van 2022 zullen gaan opsieren. |