COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 73 (27022021)

Epiloog - 9
Zo, deze week zit mijn derde reis door Colombia er bijna op. Niet dat ik echt drie keer door het land ben gereisd, maar zo voelt het nu eenmaal iedere keer als het einde van een reisverhaal in zicht begint te komen. Mijn eerste reis bestond uit het bedenken naar welk land de volgende reis zou moeten gaan, wat ik daar dan eenmaal aangekomen zou willen gaan zien en onderzoeken en als ik dat dan min of meer wist, iemand zien te vinden met wie ik dat zou kunnen gaan organiseren. Toen dat allemaal was gelukt, volgde de tweede reis, de plat principal: de luchtreis naar Colombia en daar na aankomst iedere dag van A naar B of C reizen, vooral veel foto's maken en aan het eind van elke dag in mijn ouderwetse schoolschriftjes opschrijven wat er die dag was bekeken, was opgevallen en voorgevallen, want als ik op reis ben heeft de draagbare computer verplicht vakantie. De derde reis, en voorlopig de laatste, is iedere keer opnieuw de allerlangste: er over gaan schrijven, nagenieten en tijdens die laatste – virtuele - reis gebeuren er dan vaak nog dingen of ontdek ik dingen waarvan ik vind dat die in een plaats in het verhaal moeten krijgen. Want in Cartagena werd mij bij een impromptu bezoekje aan het FNPI – Fundación para el Nuevo Periodismo Iberamericano – op de omslag van een blocnote het motto van de oprichter Gabriel García Márquez meegegeven: “Recuerden muchachos.... – Denk eraan jongens dat een bericht nooit eindigt en dat nooit alles is verteld. – Gabo” Zo overleed bijvoorbeeld op 16 augustus 2020 in Mexico-Stad Mercedes Bacha Pardo, de weduwe van Gabriel García Márquez, zijn jeugdliefde met wie hij zou trouwen en die, toen ze samen het dikke handgeschreven manuscript van 100 jaar eenzaamheid in Mexico-Stad met de post naar de uitgever in Buenos Aires wilden sturen daarvoor niet genoeg geld bij zich hadden, en überhaupt op dat moment dat geld niet hadden, hem zou hebben aangemoedigd dan maar alvast de helft op te sturen. Zo gezegd zo gedaan, om na weer thuis te zijn gekomen wat huishoudelijke apparaten te hebben verkocht om de frankering van de rest van het manuscript te kunnen bekostigen van het boek dat na publicatie tientalllen miljoenen keren zou worden verkocht. Het zou een scene uit een van Gabo's verhalen kunnen zijn.

Toen hij in 1982 de Nobelprijs voor de Literatuur ontving, waren zowel de Zweedse koning, die de prijs uitreikte, als het aanwezige publiek keurig formeel in het zwart gekleed. Gabo daarentegen had een over zijn broekband vallend wit overhemd aan en een witte broek en was in gezelschap van een zestal Colombiaanse Vallenato musici: hij had de tropische warmte meegebracht naar het koude Stockholm. Aan het begin van Liefde in tijden van cholera worden twee versregels uit la Diosa Coronada van de blinde zanger en componist Leandro Díaz geciteerd: Er is voortgang in deze streken: ze hebben al hun gekroonde koningin. De Vallenato is het levenslied uit de valles – de valleien in het noorden van Colombia, waarin heel verhalend over het leven en de sores van alledag wordt gezongen door zangers die vaker wel dan niet een flinke portie Afrikaans bloed in hebben. Ze worden instrumentaal begeleid door de trekzak – de kleine accordeon die hoog tegen de borst wordt gehouden – en ritmische instrumenten. De schrijver was een liefhebber van dit genre en zei ooit dat zijn boek 100 jaar eenzaamheid een vallenato van een paar honderd pagina's lang was. Tot mijn schande moet ik bekennen niet naar de traditionele vallenato te zijn gaan luisteren, daar had ik bij de voorbereiding van de reis gewoon niet aan gedacht mede omdat het nou niet direct een genre is dat me al te zeer aanspreekt. Hoewel ik in Buenos Aires zonder het door te hebben met een moderne vorm kennis had gemaakt en thuis meer dan eens luidkeels mee had lopen zingen toen Carlos Vives Robarte un beso zong – een kusje van je stelen – zonder ook maar het flauwste idee te hebben dat het hedendaagse vallenato was....... En hoewel Gabo hen die schrijven terecht voorhoudt dat nooit alles is verteld, eindigt hier desondanks mijn verhaal over Colombia, mijn verhaal over Afro's, Botero, Escobar & García Márquez.

slot