CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 12 (13082021)

Maandag 5 november 2018 – Havana
Catalanen die in de 19e eeuw naar een Spaanse kolonie in Latijns-Amerika of op één van de Caribische eilanden verhuisden, namen steevast de Virgin de Montserrat mee in hun religieuze bagage, de Zwarte Madonna van Montserrat. Dat was en is de beschermheilige van Catalonië, waar ze liefkozend la Moreneta wordt genoemd vanwege haar zwarte gezicht. Niet dat ze Afrikaans bloed zou hebben, het houten gezicht van het verder gouden beeld is vrijwel zeker zwartgeblakerd door de rook van de kaarsen die in de loop der eeuwen door devote gelovigen op haar altaar werden gebrand. Volgens de legende vonden herdersjongens het beeld rond het jaar 880 in een grot op de berg Montserrat – op zo'n 50 kilometer ten noordwesten van Barcelona - waar zij naartoe waren gegaan omdat ze dachten er een licht te hebben gezien. Nadat hem over die vondst was verteld, wilde de bisschop van het nabijgelegen stadje Manresa het daar naartoe laten overbrengen, maar dat bleek onmogelijk omdat het niet te tillen was. Dat werd door de bisschop opgevat als de wens van la Virgin om te blijven op de plek waar ze was gevonden en hij gaf daarom opdracht om een kapel rond het beeld te bouwen, hetgeen de oorsprong is van het enorme Benedictijner kloostercomplex dat er thans staat. Gemigreerde Catalanen die het in hun nieuwe thuisland voor de wind was gegaan, bouwden als dankbetuiging aldaar dan vaak een aan la Moreneta gewijde ermita, een kapel. Zo ook in Cuba. Daar werd op de Loma del Tadino, een toen nog ver buiten de bebouwde kom van Havana gelegen heuveltje waar alleen maar wat krottenachtige huizen stonden, de Ermita de Monserrat gebouwd. Een kapel die heel vanzelfsprekend al gauw de Ermita de los Catalanes zou worden genoemd, de Kapel van de Catalanen. Het was een redelijk getrouwe kopie van de kapel die op de berg Montserrat staat, tot en met de zilveren retabel toe. Waarvan alleen katholieken die voor hun geloof hebben gestudeerd weten dat in hun geheimtaal een altaarstuk zo wordt genoemd......

Van het eerste plan voor de kapel tot en met de inwijding ervan in 1921 verstreken 35 jaar, langer dan de ermita op de Loma del Tadino zou staan voordat in 1951 met de verplaatsing ervan zou worden begonnen om plaats te maken voor de aanleg van de Plaza Cívica, een groot centraal plein dat het nieuwe stadshart van Havana zou moeten worden. En daar staan wij nu op te kijken tegen het enorme aan de nationale held José Martí gewijde monument, schoolvoorbeeld van een fallussymbool, dat precies op de plaats schijnt te staan waarop voorheen heel toepasselijk, dat vind ik althans, een aan de maagdelijke Virgin de Montserrat gewijde kapel stond. Het monument heeft de vorm van een vijfpuntige ster, maar dat is op geen enkele manier te zien, tenzij je er als begeleider van een spoedpatiënt met de traumahelicopter overheen vliegt. Staande op plein zelf, krijg ik de indruk dat de architecten leentjebuur hebben gespeeld bij de door de Maya's in Tikal, in het tegenwoordige Guatemala, gebouwde piramide. De zijn leven lang in de schaduw van zijn broer levende Raúl Castro, decreteerde in december 1959, toen hij Ministro de las Fuerzas Armadas Revolucionarias was, dat in het monument het Museo de la Revolución moest worden gevestigd. Logisch, want José Martí was immers één van de belangrijkste leiders van de revolutie tegen het Spaanse koloniale bestuur geweest. Wij dwalen wat door de weinig inspirerende museumzalen die duidelijk zijn bedoeld om Cubaanse bezoekers bij de revolutionaire les te houden. Voor buitenstaanders is het stukken leuker om de lift naar de top van het monument te nemen om vandaar op Havana neer te kijken, precies zoals je dat in de Euromast doet om op Rotterdam en omgeving neer te kunnen kijken. Havana vanuit de hoogte toont een stad met weinig hoogbouw, een op de Parijse Avenue des Champs-Élysées of de Avenida de 9 de Julio in Buenos Aires lijkende avenue, maar dan zonder het drukke verkeer dat daar midden op de dag zo gebruikelijk is. Aan de voet van het monument staan er meer tropisch gekleurde klassieke Amerikaanse sleeën en hun chauffeurs op toeristen te wachten, dan dat er auto's op die Havanese avenida rijden. En je hebt er natuurlijk een mooi gezicht op de gevels van de ministeries waarop de portretten van el Che en Camilo Cienfuegos staan. Én op een vlaggenmast torent er boven de stad het evenbeeld van zo'n slappe wollen muts die de Franse revolutionaire Sans-culottes droegen met een Cubaanse ster erop. Jammer genoeg is er niemand om hierover tekst en uitleg te vragen, want onze begeleider en chauffeur staan beneden geduldig te wachten tot wij er genoeg van hebben en weer verschijnen om naar el Callejón de Hamel te worden gebracht voor een eerste kennismaking met de Afro-Cubaanse cultuur en religie.

wordt vervolgd