CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 14 (30082021)

Dinsdag 6 november 2018 – Havana
Na gisteren te zijn afgeschrikt door al die andere toeristen die stonden te wachten voor het kantoor van de Cubaanse telefoonmaatschappij om daar de hier onontbeerlijke telefoon- en internetkaart te kopen, krijgen we aan het begin van de nieuwe dag een - achteraf bezien – fantastische tip: “Naast de Spaanse ambassade staat een klein gebouwtje waar de kaart ook wordt verkocht. Haast niemand weet dat en daardoor staan er nooit veel mensen.” Waardoor Vivi, die ons ontbijt verzorgt, iets van de twijfel wegneemt over de naar mijn idee behoorlijk overdreven suggestie van het reisbureau dat logeren in een casa particular – een Cubaanse Bed&Breakfast – in plaats van in een hotel, een uitstekende manier zou zijn om contact te maken met de plaatselijke bevolking. Als je tenminste Spaans spreekt..... Vivi is, een Afro-Cubaanse vrouw, een mulata, nakomelinge van een blanke vader en/of moeder en een zwarte moeder en/of vader of kleinkind ervan. Het begon allemaal met de Spaanse kolonisatie van de Caribische eilanden en wat nu Latijns-Amerika heet, dat wil zeggen zo'n beetje alles behalve Brazilië ten zuiden van de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico en Kaap Hoorn, het zuidelijkste punt van het Amerikaanse continent, en het importeren van slaafgemaakte arbeidskrachten vanuit West-Afrika. In een wetenschappelijke verhandeling lees ik: “De stille wet van de Cubaanse plantages was dat blanke vrouwen waren voorbestemd voor het huwelijk, zwarte vrouwen voor het werk in huis en op de velden en de mulatas voor de seks.” De kop boven een ander artikel luidt: La Mulata: Cuba's Nationale Symbool, daarin wordt uitgebreid ingegaan op de seksuele aantrekkingskracht die mulatas op blanke mannen zouden hebben, die er zelfs speciaal voor naar Cuba, de Dominicaanse Republiek en andere Caribische eilanden op vakantie zouden gaan. Want ja, de nodige mulatas werken daar in de prostitutie.

De Spaanse ambassade is vlakbij onze casa particular. Kort na negen uur staat er inderdaad nog niemand te wachten, want ondanks het bordje waarop staat dat het loket om half negen open gaat, zit het nog stevig op slot. Een oudere Cubaan aan wie we vragen of het verkooppunt operationeel is, antwoordt lachend dat het nog wel een half uur zal duren voordat het personeel er zal zijn. De getoonde uren zijn Cubaanse uren. Het schuin tegenover gelegen Museo de la Revolución is ook nog gesloten, net zoals de daar weer achter gelegen openlucht expo met als middelpunt de door militairen bewaakte replica van de Granma, het scheepje waarmee Fidel, Che en de 80 andere revolutionairen van het eerste uur eind 1956 vanuit Mexico overstaken om hun Cubaanse revolutie te beginnen. Van het Museo Nacional de Bellas Artes, afdeling Cubaanse kunst, zijn de deuren al wel open, daar dan eerst maar naar toe om gelijk al kennis te maken met het nogal ongebruikelijke kunstwerk el Hueco. In keurig Spaans is el hueco een lege ruimte, een hol, een gat, in populair Cubaans Spaans is het een gevangeniscel, zoiets als de bak of de petoet. De installatie, een cel met prikkeldraad op de buitenmuur en uiteraard veel tralies, is een protest tegen de eenzame opsluiting van 17 maanden tijdens hun voorarrest van de Cubaanse 5 die ook wel de Miami Five worden genoemd, na hun arrestatie in Florida op beschuldiging van spionage. Hetgeen ze ook deden, ze waren geïnfiltreerd bij de Cubaanse gemeenschap waar plannen zouden worden beraamd om de communistische regering onver te werpen. Boeven aan de ene kant van de Straat van Florida, helden aan de andere kant. Museumbezoekers worden uitgenodigd om, als is het maar voor 5 minuten, in el Hueco te gaan zitten om een gevoel te krijgen wat eenzame opsluiting inhoudt.

Terug naar het verkooppunt voor de telefoonkaart, daar hebben we zo'n tien wachtenden voor ons. Dat lijkt niet al te veel, de rij beweegt echter uiterst langzaam en we staan in de volle zon. Aansluiten en meeschuiven, er zit niets anders op. De prijs en de opties die in mijn niet helemaal bij de tijd zijnde reisgidsen worden genoemd, zijn inmiddels achterhaald. Als ik om een kaart van anderhalf uur vraag, is de reactie “drie van een half uur dus?” die kosten 50 centavos per stuk en niet de veel hogere prijzen in de gidsen. De koop kan alleen worden gesloten door het tonen van je paspoort, waarvan alle gegevens zorgvuldig worden genoteerd, want toegang willen hebben tot het internet is voor Cubanen zoiets als een staatsvijandige activiteit. En dat allemaal voor de aankoop met een tegenwaarde van €1,50. Met de kaartjes steken we over naar de Plaza de 13 de Marzo waar we gaan doen wat iedereen die daar zit aan het doen is: ons verbinden met het internet. Netwerk zoeken, gebruikersnaam en wachtwoord invoeren, die staan op het zojuist gekochte kaartje dat veel wegheeft van een kraslot waar in dit geval het wachtwoord tevoorschijn gekrast moet worden. Na een keer of tien te hebben geprobeerd verbinding te krijgen, geven we het voorlopig op, de beschikbaarheid en de snelheid ervan schijnen afhankelijk te zijn van het aantal gelijktijdige gebruikers en dat zijn er nu kennelijk teveel. Later nog maar eens proberen.

wordt vervolgd