CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 17 (19092021)

Dinsdag 6 november 2018 – Havana
We lopen weg uit de drukte van het echte oude Habana Vieja en komen in het wat minder oude doch stukken welvarender Havana terecht in het Parque Central dat ligt ingeklemd tussen het Grand Hotel Kempinski en het Gran Teatro de la Habana Alicia Alonso. In dat parkje zitten zoveel mensen op hun mobiele telefoon te kijken, dat dit vrijwel zeker een plek is waar het bereik redelijk moet zijn en dus gaat mijn reisgenoot er opnieuw pogen om contact te maken met zijn thuisfront. Terwijl hij daarmee bezig is, bekijk ik vooral de gevel van het Gran Teatro, dat ruim een eeuw geleden werd opgeleverd als het Centro Gallego de la Habana, het social-cultureel centrum voor de vanuit Spanje naar Cuba geëmigreerde Galiciërs die, zo te zien, het tij behoorlijk hadden meegehad. Het neobarokke gebouw, een ontwerp van de Belgische architect Paul Belau, werd tegen het daar al bestaande Teatro Tacón aangebouwd, waarvan een deel van de gevel mocht blijven staan en het oorspronkelijke theater werd ingepast in het nieuwe gebouw. Hoewel ik nooit eerder in Havana ben geweest, is er toch iets dat me nogal bekend voorkomt. Dat komt door de tegen de strak blauwe hemel afstekende gevleugelde beelden die de vier spitse koperen torentjes op de hoeken van het gebouw sieren. Beelden van de hand van de toen in de Verenigde Staten wonende Italiaanse beeldhouwer Giuseppe Moretti, die in totaal 97 beelden van wit marmer en brons voor het interieur en het exterieur van het Centro ontwierp, een opdracht waarvoor hij een paar jaar als expat in Havana ging wonen en werken. Het duurt even voordat het kwartje valt, waarschijnlijk omdat het ondertussen al meer dan een jaar geleden is dat ik er voor het laatst langs liep, maar het ene torentje op het dak van het stukken bescheidener gebouw van de Club Español in het centrum van Buenos Aires zag er vrijwel net zo uit. Zou het iets zijn dat Spaanse landverhuizers met zich mee verhuisden naar Latijns-Amerika? Wat dat Spaanse clubhuis en mijn appartement overigens gemeen hadden, was dat Evita Perón hoog vanaf de gevel van het Ministerio de Obras Públicas - het Ministerie van Openbare Werken – neerkeek op die Club en, via een flink raam in de zijgevel van mijn appartement, precies kon volgen wat er bij mij in de keuken gebeurde.......

Net zoals vanochtend in dat andere parkje lukt het mijn reisgenoot weer niet om zijn thuisfront te bellen, gewoon omdat er weer veel te veel mensen tegelijkertijd proberen met familie overzee te bellen of te internetten. Het bericht met de kop “Cubanen die het kunnen betalen hebben nu ook mobiel internet”, dat een maand later in de Volkskrant staat, verbaast me daarom nogal. De dikgedrukte inleiding waarin optimistisch wordt verkondigd: Miljoenen Cubanen hoeven niet meer te lopen naar parken en pleinen, voorzien van wifi, om te internetten. Wie een mobiele telefoon heeft, kan nu eindelijk een internetabonnement kopen. Om vervolgens met vrij weinig woorden uit te leggen waarom de parken en pleinen gewoon net zo druk zullen blijven als voorheen, zoals wij bijna alle dagen van onze reis met eigen ogen konden zien: Groot probleem zijn echter de kosten; een telefoonabonnement kost een gemiddeld maandsalaris, zo'n €29....... Maar welke gemiddelde lezer van dat artikel heeft dezelfde ervaring wij? De redacteur die het schreef in ieder geval niet. We gaan terug richting casa particular en steken daarvoor de brede Paseo de Martí over. Opnieuw waan ik mijzelf af en toe terug in het Micro Centro van Buenos Aires, waar ik aan het begin van deze eeuw bijna vijf jaar lang met grote regelmaat van ons huis aan de Plaza General San Martín naar mijn werkplek aan de Diagonal Norte heen en weer wandelde. 't Is niet dat we in Havana door een chique winkelstraat lopen, het is meer de sfeer: de architectuur van de wat oudere gebouwen en hier en daar de geveldecoratie, die in Havana veel minder te lijden hebben gehad van de drang tot moderniseren van de gevels dan in Buenos Aires. Zo is daar Grand Cafe El Louvre met een sierlijk om een klassieke kolom gevouwen naambord dat een kopie zou kunnen zijn het naambord van een confitería in de Calle Florida van Buenos Aires. Aan de andere kant is daar dan echter het Capitolio Nacional, de zetel van het voormalige Cubaanse parlement, dat sprekend op het Washingtonse Capitol Building lijkt en dat net als het Centro Gallego ruim 100 jaar geleden, in de jaren van overvloed in Havana, werd gebouwd. En net zoals het Centro na de revolutie een theater werd en het presidentiële paleis een museum, werd het Capitolio de zetel van de Academia de Ciencias de Cuba, hetgeen post-revolutionair als veel nuttiger huisvesting werd beschouwd dan pre-revolutionair.

wordt vervolgd