NOTENKRAKER (06102021)

Hoewel de eigenaresse van het huis in Frankrijk waar ik sinds de herfst van 2017 in woon ruim drie jaar eerder was overleden, was het net alsof ze er nog woonde en even boodschappen was gaan doen. Het was compleet ingericht: kunst aan de muren, de bedden keurig opgemaakt, potten en pannen op een plank naast de kookplaat, serviesgoed en glazen goed zichtbaar in de keukenkast dankzij de raampjes in de deuren. De makelaar vertelde dat het de bedoeling van de erfgenamen was - twee in Parijs wonende dochters – om alles uit het huis te halen en te gaan veilen nadat het verkocht zou zijn. Na nog wat andere panden te hebben bekeken, was dat het huis waarin ik de komende jaren van mijn leven wel wilde gaan wonen. Omdat ik bij voorbaat was gewaarschuwd dat de traag malende bureaucratische molens het verkrijgen van de exportvergunning, die nodig was om alles dat niet in twee koffers paste vanuit mijn appartement in Buenos Aires naar Frankrijk te mogen verhuizen, een zeer tijdrovende affaire zou zijn, deed ik een bod onder de voorwaarde dat ik het alleen wilde kopen zoals ik het tijdens de bezichtiging had gezien. Met andere woorden: met alles erop en eraan. De makelaar reageerde zichtbaar teleurgesteld – beheerst geïrriteerd eigenlijk – én volgens verwachting met "Je weet toch dat ze dat niet willen!" Waarop mijn de avond ervoor bedachte antwoord was: “Ja, dat weet ik. Maar.... als ze mijn bod accepteren staat de koopsom morgen op de bankrekening van de notaris en als ze het weigeren wachten ze nog maar een keer drie jaar op de volgende koper.” Aan het eind van de middag ontving ik een bericht van de makelaar: het bod was geaccepteerd of ik langs kon komen om het voorlopig koopcontract te tekenen. Dat kon ik.

Wat doe je als je een onbekend, compleet ingericht huis betrekt met slechts een rugzak met daarin je draagbare computer, documenten die je per se niet wilt kwijtraken enzo en met een koffer in iedere hand met daarin kleding, een toilettas, een paar handdoeken en wat beddengoed? In ieder geval ging ik na de luiken te hebben geopend om het daglicht binnen te laten op ontdekkingsreis achter de tijdens de bezichtiging dichte kastdeuren en gesloten laden. Al doende ontdekte ik in de ouderslaapkamer onder andere een kast met wit beddengoed, witte handdoeken, beddespreien en dekens en in de keuken achter de deurtjes van het antieke eikenhouten dressoirtje met het rode natuurstenen blad twee lades waarvan de onderste overdadig was gevuld met theedoeken, keukendoekjes en handdoeken, terwijl de bovenste net zo overdadig was gevuld met bestek in vele maten en soorten en klein keukengereedschap zoals kurkentrekkers, blikopeners, notenkrakers en stevige champagneflesafluiters. Vooral die laatste twee kwamen goed van pas: de simpele uit twee stripjes metaal bestaande notenkrakers om de noisettes coques – de hazelnoten – van Maître Prunille die ik er altijd koop te kraken en natuurlijk de afsluiter voor het bewaren van de bubbels in de voor het bereiden van de kir royal ontkurkte flessen Crémant d'Alsace, mijn favoriete Franse laat-in-de-middag alcoholische versnapering. Want ja, als je in de regio Grand-Est gaat wonen, waartoe ook de Elzas behoort, en op minder dan een uur rijden van de Champagnehoofdstad Reims, dan verruil je de kir die met “gewone” witte wijn wordt bereid, zeg maar kir ordinair, uiteraard voor de kir royal met bubbels om te laten zien dat je serieus aan het inburgeren bent. Zo ontdekte ik ook dat die notenkrakers multifunctioneel waren: de makkelijkste manier om de kurk uit de crémantfles te krijgen was door de kraker om de kurk te klemmen en die er dan voorzichtig uit te draaien.

Pas vorig najaar zag ik in “mijn” Franse supermarkt naast de appels en de peren de net geoogste walnoten liggen, die werden er en vrac - los per gewicht - verkocht. Nooit eerder zo gezien of gekocht en lekker! De notenkrakers kwamen nu nog meer van pas, zodanig zelfs dat één van de twee de geest gaf. Om weer net zo eentje te vinden, viel niet mee. Die stond dus op het boodschappenlijstje voor een volgend bezoek aan het vaderland, waar het in de grote stad ook niet meeviel, maar daarbuiten lukte het. Het huis van een vriendin waar ik logeerde stond opeens vol met schalen en schotels walnoten, geraapt in haar tuin op het grasveld onder die enorme oude notenboom. Tot mijn verrassing zag ik daar vrijwel alleen maar groene vruchten - het leken wel mango's - aan de takken hangen. In een groene schil die, als de tijd daar is, open barst waarna de noot die er in zit zichtbaar wordt en als het dan hard gaat waaien, zoals toen ik er was, los wordt geschud om in het gras te vallen en daarna te worden geraapt. Eigenlijk net zo als kastanjes. Geen wonder dat ik juist in het dorp vlakbij de gezochte notenkraker vond. Nog mooier was echter hoe de okkernoot, zoals de notenboom in de tuin officieel schijnt te heten, door de te vroeg overleden echtgenoot van de vriendin in beeld was gebracht, met sprankelende pianomuziek van hun zoon als begeleiding. En het spreekt bijna vanzelf dat de net gevallen noten die ik daar zelf raapte de allerlekkerste zijn die ik tot nu toe heb geproefd..........