|
CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 18 (10102021) Woensdag 7 november 2018 – Havana – Viñales Onderweg naar Viñales, naar onze casa particular voor de komende twee nachten, rijden we door de op voordracht van de Cubaanse regering in 1999 tot Werelderfgoed verklaarde Valle de Viñales.“De vallei wordt omringd door bergen en het landschap wordt afgewisseld met indrukwekkende rotspartijen. Er worden nog traditionele eeuwenoude technieken gebruikt voor de landbouwproductie, met name voor de productie van tabak. Uit recente experimenten blijkt dat mechanische methoden de kwaliteit van de tabak verlagen. De kwaliteit van het cultuurlandschap wordt versterkt door de architectuur van de boerderijen en dorpen, waar een rijke multi-etnische samenleving zich staande houdt, die de culturele ontwikkeling illustreert van de eilanden van het Caribisch gebied en van Cuba. De regio kent een rijke inheemse traditie die zich uit in architectuur, ambachten en muziek” staat als motivering op de UNESCO World Heritage List. Wikitravel nuanceert dat enigszins door de in de vallei gelegen Mural de la Prehistoria de Cuba, onze laatste tussenstop vandaag, te karakteriseren als perhaps the worst tourist attraction in Cuba. De gigantische muurschildering die de evolutie van de “socialistische mens” vanuit de oertijd zou moeten verbeelden, is volgens het bord bij de ingang 80 meter hoog en 120 meter breed en in opdracht van Fidel Castro zelf aangebracht op de recht opgaande bergwand van de Mogote Dos Hermanas. Het idee voor de mural ontstaat toen drie revolutionairen van het eerste uur tijdens een bezoek aan de valei in september 1959 met elkaar spraken: Fidel Castro, zijn levenspartner Celia Sánchez en Antonio Núñez. De laatste had een jaar eerder nog als officier in de Ejército Rebelde deelgenomen aan de bevrijding van de dictatuur van het centrale deel van Cuba. Voluit Doctor Antonio Núñez Jiménez, wetenschapper, onderzoeker, auteur en op jeugdige leeftijd oprichter van de Sociedad Espeleológica de Cuba, vertelde tijdens dat gesprek over zijn vondsten in de vallei en in de grotten van de omringende bergen van fossiele resten van vissen, skeletdelen van grote saurussen en mogelijkerwijs tekenen van de vroegste bewoning van Cuba. En zoals dat gaat in autoritair bestuurde landen, ongeacht de politieke signatuur, kan iets dat de leider, of zoals in dit geval zijn partner, nogal aanspreekt in minder dan geen tijd worden omgezet in een project waarvoor verder geen goedkeuring door of vergunning van welk bestuurlijk orgaan dan ook is vereist en waarvoor automatisch geld beschikbaar is. Al een paar weken na het gesprek begonnen landarbeiders met het schoonmaken van de bergwand en was een perfecte projectleider gevonden: Leovigildo González Morillo, cartograaf, maar vooral oud-leerling van de vooraanstaande Mexicaanse muralist Diego Rivera. Het muralisme dat aan het einde van de Mexicaanse revolutie een belangrijk instrument was geweest om met muurschilderingen de voornamelijk op platteland wonende ongeletterde bevolking op de hoogte te brengen van de idealen en doelstellingen van de revolutie, zo'n beetje dezelfde uitdaging waarmee de Cubaanse revolutionairen nu kampten. In 1961 begonnen 20 campesinos met het ontwerp van González Morillo op de bergwand te schilderen, met behulp van een verrekijker en een megafoon gaf hij hen aanwijzigingen vanaf de begane grond, vier jaar later was de klus geklaard. 't Is eerder een curiositeit dan een kunstwerk en valt totaal uit de toon in deze omgeving, iets dat we nu tenminste op basis van eigen waarneming kunnen bevestigen. wordt vervolgd |