CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 20 (28102021)

Donderdag 8 november 2018 – Viñales
Terwijl ik met de voorbereiding bezig was om meer over de tabaksteelt in Vuelta Abajo, de regio waarin ook Viñales is gelegen, te gaan schrijven, raak ik korte tijd betrokken bij een discussie over het duiden van de juiste oorsprong van bepaalde roofkunst uit Afrika. Met name objecten die komen uit de aan elkaar grenzende pre-koloniale koninkrijken van Edo (Benin City) en Owo, beide gelegen in wat nu Nigeria heet. Daar hadden de hoven voor het gieten van bronzen- en het snijden van ivoren objecten met een religieuze dan wel een hiërarchieke betekenis, eigen bronsgieters en ivoorsnijders in dienst en werden met name de ivoorsnijders van de Oba van Owo graag geleend door het hof in Edo vanwege hun vakmanschap en creatief vermogen. Iets dergelijks gebeurde er min of meer na de revolutie in Cuba waar Fidel Castro bij het ruiken van een sigaar die door een van zijn bodyguards werd gerookt onmiddellijk ook zo'n sigaar wilde proeven. Als rechtgeaard Cubaan waren hij en vrijwel alle mede-revolutionairen sigarenrokers, al was het alleen maar om hun patriotisme in het openbaar te benadrukken. De handgemaakte sigaren of liever sigaartjes, werden gerold door een vriend van de bodyguard, die werkte als torcedor – sigarenmaker – in een fabriek waar de makers aan het eind van de werkdag zoveel sigaren mee mochten nemen als er pasten in de zakken van hun guyabera, het in Cuba populaire los over de broek hangende overhemd. Dit was voor de torcedores aanleiding tot het draaien van zo dun mogelijke sigaartjes, omdat er daar meer van in de zakken pasten. En omdat de Leider van de Revolutie de sigaartjes zo lekker vond smaken, werden die na verloop van tijd in een speciale fabriek alleen nog maar gerold voor hem, de hogere revolutionaire medestanders en bureaucraten én om te worden cadeau gedaan aan officiële buitenlandse bezoekers. Van het aanplanten in de akker tot en met de kant en klaar gerolde Laguito No.1, zoals het sigaartje was gedoopt, gebeurde onder de strengste bewaking om mogelijke vergiftiging van de Cubaanse leiders door de CIA te voorkomen.........

Na een lange wandeling buiten de bebouwde kom van Viñales, door een vallei met net aangeplante tabaksvelden en met veel palmblad en stro gebouwde droogschuren waarin de vorige oogst hangt, arriveren we bij het Parque Nacional Coco Solo. Daar is de sigaar te zien vanaf de velden met jonge plantjes die over een paar maanden volwassen tabaksplanten zullen zijn die, afhankelijk van de soort, ergens tussen de één en twee meter zullen zijn, schuren waarin de bladeren hangen te drogen, om ten slotte te belanden bij de torcedor met strohoed op het hoofd en brandende sigaar in de mond die demonstreert hoe die wordt gerold. Geen gedoe met die twee halve sigarenplanken met daarin uitgesneden het model van een bolknak of corona die in Nederland nog aan veel huiskamermuren hangen als herinnering aan de tijd met een bloeiende vaderlandse sigarenindustrie, maar gewoon op een grote snijplank op een tafel met daarop tabak om te vullen, tabak om dat stevig in te rollen, dekblad en een snijmes in de vorm van een in tweëen gesneden deksel van een conservenblik om een sigaar te gaan maken. En net zoals er na een publiek optreden van populaire musici vaak cd's met hun product in een mooi hoesje worden verkocht om thuis nog eens van te kunnen genieten, zo gaat dat hier met sigaren die eenvoudig, maar uiterst handig, zijn ingepakt in een klein velletje palmstro dat met een paar eindjes raffia bij elkaar wordt gehouden. Niks geen gedoe met kistjes met etiketten waarin vooral veel goudkleur moest zijn verwerkt. Dat is tenminste wat ik me herinner zoals het kistje eruit zag in die wat arme jaren 50 van de vorige eeuw met slechts een kolenkachel in de huiskamer en een kolenfornuis in de keuken, waaruit mijn vader tot slot van de warme zondagse lunch zijn Carl Upmannsigaar haalde, opstak en zich een rijk mens voelde zolang het roken van die sigaar duurde. Na dat toch wel wat saaie sigaren rollen, is er weer buiten als toegift het bord boven de bar waarop Guarapirón, el Trago natural del Campesino staat. Eronder staan twee campesinos waarvan de ene een glas met Guarapirón aan de mond gaat zetten en de andere liever een spiesje geroosterd vlees gaat eten. Op weer een ander bord wordt gelukkig uitgelegd wat er ín het glas zit. 't Is vers geperst suikerrietsap met even vers geperste citroen, ananas en sinaasappel erin én een flinke scheut Guarapirón Ron dat, zo ontdekte ik pas later, ook wel Cubaanse viagra wordt genoemd. Maar rum is toch rum? Niet in de buurt van Viñales dus, waar in de na de revolutie genationaliseerde rumdistilleerderij van de familie Garay rum wordt gemaakt waaraan het sap van guavabesjes is toegevoegd, dat zijn uiterst zeldzame besjes die alleen daar maar groeien. Toch maar liever wat drinken dan iets te eten dat je vrijwel overal kan kopen. Mmmmmmm.......

wordt vervolgd