|
CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 20 (28102021) Donderdag 8 november 2018 – Viñales Na een lange wandeling buiten de bebouwde kom van Viñales, door een vallei met net aangeplante tabaksvelden en met veel palmblad en stro gebouwde droogschuren waarin de vorige oogst hangt, arriveren we bij het Parque Nacional Coco Solo. Daar is de sigaar te zien vanaf de velden met jonge plantjes die over een paar maanden volwassen tabaksplanten zullen zijn die, afhankelijk van de soort, ergens tussen de één en twee meter zullen zijn, schuren waarin de bladeren hangen te drogen, om ten slotte te belanden bij de torcedor met strohoed op het hoofd en brandende sigaar in de mond die demonstreert hoe die wordt gerold. Geen gedoe met die twee halve sigarenplanken met daarin uitgesneden het model van een bolknak of corona die in Nederland nog aan veel huiskamermuren hangen als herinnering aan de tijd met een bloeiende vaderlandse sigarenindustrie, maar gewoon op een grote snijplank op een tafel met daarop tabak om te vullen, tabak om dat stevig in te rollen, dekblad en een snijmes in de vorm van een in tweëen gesneden deksel van een conservenblik om een sigaar te gaan maken. En net zoals er na een publiek optreden van populaire musici vaak cd's met hun product in een mooi hoesje worden verkocht om thuis nog eens van te kunnen genieten, zo gaat dat hier met sigaren die eenvoudig, maar uiterst handig, zijn ingepakt in een klein velletje palmstro dat met een paar eindjes raffia bij elkaar wordt gehouden. Niks geen gedoe met kistjes met etiketten waarin vooral veel goudkleur moest zijn verwerkt. Dat is tenminste wat ik me herinner zoals het kistje eruit zag in die wat arme jaren 50 van de vorige eeuw met slechts een kolenkachel in de huiskamer en een kolenfornuis in de keuken, waaruit mijn vader tot slot van de warme zondagse lunch zijn Carl Upmannsigaar haalde, opstak en zich een rijk mens voelde zolang het roken van die sigaar duurde. Na dat toch wel wat saaie sigaren rollen, is er weer buiten als toegift het bord boven de bar waarop Guarapirón, el Trago natural del Campesino staat. Eronder staan twee campesinos waarvan de ene een glas met Guarapirón aan de mond gaat zetten en de andere liever een spiesje geroosterd vlees gaat eten. Op weer een ander bord wordt gelukkig uitgelegd wat er ín het glas zit. 't Is vers geperst suikerrietsap met even vers geperste citroen, ananas en sinaasappel erin én een flinke scheut Guarapirón Ron dat, zo ontdekte ik pas later, ook wel Cubaanse viagra wordt genoemd. Maar rum is toch rum? Niet in de buurt van Viñales dus, waar in de na de revolutie genationaliseerde rumdistilleerderij van de familie Garay rum wordt gemaakt waaraan het sap van guavabesjes is toegevoegd, dat zijn uiterst zeldzame besjes die alleen daar maar groeien. Toch maar liever wat drinken dan iets te eten dat je vrijwel overal kan kopen. Mmmmmmm....... wordt vervolgd |