CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 24 (22112021)

Zaterdag 10 november 2018 – Entronque de Herradura – Candelaria – Entronque de Herradura
Pas een maand of wat voordat ik in de nazomer van 1986 in het vliegtuig naar Libreville, de hoofdstad van Gabon, stapte, had ik voor het eerst van dat land gehoord. Dat kwam dan ook nog eens omdat ik ter voorbereiding op het sollicitatiegesprek om daar eventueel te gaan werken toch wel wilde weten waar het ongeveer lag en zo. Ergens in West-Afrika op de evenaar dus, ingeklemd tussen Kameroen en Congo-Brazzaville met westwaards, ergens in de Golf van Guinee, São Tomé e Príncipe, hooguit één miljoen inwoners, Franstalig, heel erg veel tropisch regenwoud en heel veel aardolie. Eenmaal daar vond ik het echter heel vanzelfsprekend dat de meeste Gabonezen op zondag naar de kerk gingen en was vereerd om, een of twee dagen voordat het zover was, als plaatsvervanger voor een andere uit Europa afkomstige collega die plots verhinderd was, te worden gevraagd om getuige te willen zijn bij het huwelijk van een van de medewerkers. Het was mijn eerste kennismaking met wat ik amusant bijgeloof vond, want, zo werd mij verteld, een blanke als getuige brengt huwelijksgeluk. In de trouwzaal van het stadhuis zag het er allemaal uit zoals ik het in Europa gewend was en zoals het was achtergelaten door de Franse koloniale bureaucratie. Totdat......, totdat de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de bruidegom vroeg: “Polygamie of monogamie?” en die antwoordde “polygamie”, waarop slaande ruzie uitbrak tussen het bruidspaar. De bruid begon te schreeuwen “je had me monogamie beloofd!” en sloeg de bruidegom met het bruidsboeket om de oren. Familie en vrienden van beide kanten reageerden nauwelijks, de ambtenaar liet ze geroutineerd begaan alsof hij eraan gewend was en, nadat de geliefden enigszins tot bedaren waren gekomen, liet hij de trouwacte ondertekenen. De bruidegom kreeg het trouwboekje met een groene omslag overhandigd met groot POLYGAMIE erop gedrukt, het polygame huwelijk was gesloten. Maanden later zag ik het monogame trouwboekje dat, heel toepasselijk, een rode omslag had waarop net zo groot MONOGAMIE stond.

De week erna kwam ik vrij onverwacht op min of meer bekend terrein terecht toen een Gabonese collega me vertelde uit Lambaréné te komen. “Van het ziekenhuis van Dr. Albert Schweitzer?” Inderdaad van het ziekenhuis van Dr. Albert Schweitzer - hij was er nota bene geboren! - voor wie mijn moeder en mede-gelovigen van de Nederlands Hervormde kerk in de jaren 50 van de vorige eeuw geld en oude kleding inzamelden om diens hospitaal en de leprozenkolonie die erbij hoorde te steunen. Want ja, net als mijn familie was Schweitzer niet katholiek, maar protestant. Guy Ngome Elang, zo heette hij, nodigde mij gelijk uit om samen naar zijn geboortedorp te gaan, een uitnodiging die ik met beide handen aangreep. De afstand van Libreville via Kango naar Lambaréné bedroeg zo'n 250 kilometer, waarvan de eerste honderd het meest leken op een nogal slecht onderhouden provinciale tweebaansweg die, zo werd mij verteld, in die tijd de enige geasfalteerde “autoweg” van Gabon was. Even voorbij Kango hield niet alleen het asfalt op, maar ook het noordelijk halfrond van onze planeet en stak ik voor het eerst van mijn leven de totaal onzichtbare evenaar over en maakte kennis met het imposante tropische regenwoud. Daarin liep tussen de hoge bomen een niet al te breed ongeplaveid pad vol met kuilen dat de 150 kilomter “grote weg” naar Lambaréné was waar we vier uur over deden. Eenmaal gearriveerd, was het de hoogste tijd om een koud Régab pilsje te drinken. In die korte tijd dat ik er nu woonde, had ik al inburgerend geleerd dat Régab de afkorting was van Régie Gabonaise des Boissons, maar in de volksmond Regardez les Gabonais Boire - kijk die Gabonezen eens zuipen betekende. Daarna was het de hoogste tijd voor een bezoek aan het ziekenhuis en het Schweitzermuseum in wording en dat was het dan. Dat de lokale mensen onderling geen Frans maar Fang met elkaar spraken, was voor mij zoiets als dat de uit Harlingen afkomstige familie van mijn moeder onderling vaak Fries sprak waar ik ook geen moer van begreep. Pas later zou ik ontdekken dat de Fang zowel in Gabon als in de buurlanden Kameroen en Equatoriaal-Guinee een belangrijke etnische groep waren met een eigen taal en cultuur. De houten maskers met magere langwerpige gezichten en de reliekhouders, houten beeldjes met een doosje waarin kleine stukjes van de schedel en botten van een overleden voorouder werden bewaard en zo de herinnering hoog hielden, zijn erg krakteristiek en makkelijk te herkennen. Zo begon in Lambaréné mijn lange ontdekkingsreis naar de cultuur en geschiedenis van de Afrikaanse westkust, wat door slaafgemaakten was meeverhuisd naar de overkant van de oceaan en wat daarvan bewaard is gebleven. Daarom ben ik verrast, doch vooral nieuwsgierig als we in het Cubaanse Candaleria stoppen bij het niet in ons programma vermelde Casa de las Tradiciones, maar dat is misschien omdat het hier over heel andere tradities gaat. We zullen het zien.

wordt vervolgd