|
CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 24 (22112021) Zaterdag 10 november 2018 – Entronque de Herradura – Candelaria – Entronque de Herradura De week erna kwam ik vrij onverwacht op min of meer bekend terrein terecht toen een Gabonese collega me vertelde uit Lambaréné te komen. “Van het ziekenhuis van Dr. Albert Schweitzer?” Inderdaad van het ziekenhuis van Dr. Albert Schweitzer - hij was er nota bene geboren! - voor wie mijn moeder en mede-gelovigen van de Nederlands Hervormde kerk in de jaren 50 van de vorige eeuw geld en oude kleding inzamelden om diens hospitaal en de leprozenkolonie die erbij hoorde te steunen. Want ja, net als mijn familie was Schweitzer niet katholiek, maar protestant. Guy Ngome Elang, zo heette hij, nodigde mij gelijk uit om samen naar zijn geboortedorp te gaan, een uitnodiging die ik met beide handen aangreep. De afstand van Libreville via Kango naar Lambaréné bedroeg zo'n 250 kilometer, waarvan de eerste honderd het meest leken op een nogal slecht onderhouden provinciale tweebaansweg die, zo werd mij verteld, in die tijd de enige geasfalteerde “autoweg” van Gabon was. Even voorbij Kango hield niet alleen het asfalt op, maar ook het noordelijk halfrond van onze planeet en stak ik voor het eerst van mijn leven de totaal onzichtbare evenaar over en maakte kennis met het imposante tropische regenwoud. Daarin liep tussen de hoge bomen een niet al te breed ongeplaveid pad vol met kuilen dat de 150 kilomter “grote weg” naar Lambaréné was waar we vier uur over deden. Eenmaal gearriveerd, was het de hoogste tijd om een koud Régab pilsje te drinken. In die korte tijd dat ik er nu woonde, had ik al inburgerend geleerd dat Régab de afkorting was van Régie Gabonaise des Boissons, maar in de volksmond Regardez les Gabonais Boire - kijk die Gabonezen eens zuipen betekende. Daarna was het de hoogste tijd voor een bezoek aan het ziekenhuis en het Schweitzermuseum in wording en dat was het dan. Dat de lokale mensen onderling geen Frans maar Fang met elkaar spraken, was voor mij zoiets als dat de uit Harlingen afkomstige familie van mijn moeder onderling vaak Fries sprak waar ik ook geen moer van begreep. Pas later zou ik ontdekken dat de Fang zowel in Gabon als in de buurlanden Kameroen en Equatoriaal-Guinee een belangrijke etnische groep waren met een eigen taal en cultuur. De houten maskers met magere langwerpige gezichten en de reliekhouders, houten beeldjes met een doosje waarin kleine stukjes van de schedel en botten van een overleden voorouder werden bewaard en zo de herinnering hoog hielden, zijn erg krakteristiek en makkelijk te herkennen. Zo begon in Lambaréné mijn lange ontdekkingsreis naar de cultuur en geschiedenis van de Afrikaanse westkust, wat door slaafgemaakten was meeverhuisd naar de overkant van de oceaan en wat daarvan bewaard is gebleven. Daarom ben ik verrast, doch vooral nieuwsgierig als we in het Cubaanse Candaleria stoppen bij het niet in ons programma vermelde Casa de las Tradiciones, maar dat is misschien omdat het hier over heel andere tradities gaat. We zullen het zien. wordt vervolgd |