|
CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 26 (10122021) Zondag 11 november 2018 – Enronque de Herradura – Havana – Matanzas Groene met suikerriet of rijst gevulde akkers die worden geïrrigeerd vanuit waterreservoirs die achter lange polderachtige dijken liggen, met aan de horizon stukken langere en veel hogere bergruggen. Propagandaborden met het hoofd van Camilo Cienfuegos - waarop de 60ste verjaardag van de post-revolutionaire landbouwhervormingen – la Ley de Reforma Agraria van 1959 – wordt aangekondigd. Camilo, strijder van het eerste uur die eind 1956 samen met Fidel en Che op de Granma vanuit Mexico naar Cuba overstak, was na de geslaagde revolutie belast met het zuiveren van Cuba van contra-revolutionaire invloeden. Dat hield kort gezegd in dat iedere vorm van verzet tegen de nieuwe communistische overheid met harde hand de kop werd ingedrukt. Oftewel: echte of vermeende tegenstanders werden zonder enige vorm van proces geëlimineerd. Ideologisch gezien was dat uiteraard volkomen gejustificeerd, want had Batista niet hetzelfde met de revolutionairen gedaan? Cienfuegos was daarnaast betrokken bij de in mei 1959 geannonceerde landhervorming, de grootste landjepikoperatie in Cuba sinds de Spanjaarden het eiland aan het begin van de 16e eeuw hadden gekoloniseerd. Toegestaan grondbezit werd gereduceerd tot maximaal 400 hectare, al het meerdere werd geconfisceerd. Het officiële doel ervan was om een einde te maken aan de grootschalige industriële landbouw en het onteigende land te verdelen onder door de overheid te vormen landbouwcoöperaties en de tot dan toe uitgebuite kleine campesinos. Pre-revolutionair was ruim 80% van de meest vruchtbare grond eigendom van grote Amerikaanse bedrijven geweest en de andere 20% van zeer welgestelde Cubanen, die een paar jaar later nog wat meer zouden worden afgeknepen toen het maximale grondbezit verder werd gereduceerd tot 67 hectare. Rámon Castro, de oudere broer van Fidel en Rául én mede-oprichter van de Cubaanse communistische partij, die het familielandgoed bestierde, was het er alles behalve mee eens. Jammer dan, vonden zijn broers. 60 Jaar later en drie jaar na onze reis, kijk ik naar Lessons for Luca waarin filmmaker Salvador Gieling aan zijn zoontje Luca probeert uit te leggen waarom Ezequiel, de oom van zijn Cubaanse echtgenote, een campesino wiens vader dankzij de landhervorming onvruchtbaar land had kunnen kopen, zes jaar gevangenisstraf kreeg voor het slachten van zijn koe en het verkopen van het vlees op de informele markt. Ondanks alle mooie revolutionaire idealen zijn boeren namelijk verplicht alle geproduceerde melk en vlees – door Fidel ooit el oro rojo – het rode goud genoemd - voor een lage prijs aan de overheid te verkopen. Voedsel is sinds 1962 gerationeerd en kan alleen worden gekocht met voedselbonnen, wat vlees betreft is dat minder dan 1kg per persoon per maand. Pas nu ik dit opschrijf, bedenk ik daar niets van te hebben gemerkt en dat er bij een Argentijnse asado – barbecue op één avond door weinig mensen meer vlees werd gegeten dan door een groot Cubaans gezin in een heel jaar. wordt vervolgd |