|
CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 33 (16022022) Maandag 12 november 2018 – Matanzas En daar struinen we dan zomaar door die grote balzaal – officieel el Salon – met een nog altijd prachtige vloer waarop vroeger door hen die het zich konden permitteren met regelmaat werd gedanst. Vandaag staan er langs de wanden – waar ooit de muurbloempjes zaten – wat lullige vrijwel versleten tafeltjes en stoeltjes die minstens even oud zijn als de afrocubanen die er een kop koffie drinken. Die zitten geanimeerd met elkaar te kletsen op een manier zoals alleen Latinos dat kunnen en waarvan ik, ondanks de 20 jaar die ik in Latijns-Amerika heb gewoond, gewerkt en rondgereisd, tot op de dag van vandaag niet doorheb hoe dat eindeloze ouwehoeren over niets zo ontspannen kan zijn. Wie met Calvinistisch bloed in de aderen werd geboren, raakt de invloed daarvan kennelijk nooit meer kwijt. Wat mij en mijn in beeldende kunst gespecialiseerde reisgenoot echter vooral opvalt, zijn de niet te missen abstracte wanddecoraties. Daarop staan alleen maar ongeklede XL-vrouwen afgebeeld, die in een onmogelijke houding een instrument bespelen. Zouden het de gerestaureerde oorspronkelijke decoraties zijn, was dit het beste dat het achtergebleven talent uit de penselen heeft kunnen krijgen of is het gewoon de weerspiegeling van post-revolutionaire goede smaak? Een vraag waarop hier vandaag geen antwoord is te krijgen. We drinken onze koffie en gaan beginnen aan de lange wandeling terug naar onze Casa Particular met als voordeel wat langer te kunnen blijven hangen bij dingen waar we met de overigens zeer aimabele begeleider aan voorbij zouden zijn gereden. Want ja, wat is er nu “bezienswaardig” aan een raam van een woonhuis waarop een A4tje is geplakt met daarop het portrel van el Líder Fidel en de woorden Un año sin ti, pero contigo – Één jaar zonder jou, maar wel met jou? Of de Logia Verdad, de Vrijmetselaarsloge? Of de etalage van La casa de Ochún – Venta de Artículos Religiosos die de voorbijganger een blijk gunt in de godsdiensten die met de Europese migranten en de West-Afrikaanse slaven mee naar Cuba zijn verhuisd. Of die nietszeggende ruïne, die de allereerste kerk van Matanzas blijkt te zijn waar nu archeologisch onderzoek zou worden gepleegd. Want ja, met de komst van Castro & Che werden de kerken gesloten...... En dan, al lang weer thuis, ontdek ik dat de totaal vervallen Sala de Conciertos pas een jaar of drie voor ons bezoek werd gerestaureerd en daarna de thuisbasis werd van het Orquesta Sinfónica en daardoor meer dan waarschijnlijk naar de klassieke musicus uit Matranzas werd vernoemd in plaats van de populaire. En de muurschilderingen? Ja, die werden gerestaureerd, maar dat die ooit door de in Matanzas geboren Esteban Valderrama y de la Peña zouden zijn gemaakt, een meer dan precieze klassieke portretschilder, lijkt mij totaal onwaarschijnlijk. Maar wie ben ik? wordt vervolgd |