OPHEF (26032022)

Nadat ik ergens in 2001 in het stadsdeel Retiro van Buenos Aires in een chique appartement aan de veeleer op een park lijkende Plaza San Martín was gaan wonen, mijn werkgever betaalde de absurde huur, moest de nieuwe woonomgeving worden verkend. Honderd meter naar rechts stond het niet te missen kaal betonnen Edifio Kavanagh, een uit de jaren 30 van de vorige eeuw daterende torenflat die, net zoals mijn aan de Diagonal Norte gelegen nieuwe werkplek, een schoolvoorbeeld was van art deco architectuur. Bij de inauguratie in 1936 was het met een hoogte van 120 meter het hoogste gebouw in Latijns-Amerika. Vanaf het balkon was op de klok van de op de voormalige Plaza Británica gebouwde voormalige Torre de los Ingleses te zien hoe laat het was. Daar weer achter stond het monumentale station van Retiro waar aan het begin van iedere werkdag tienduizenden Argentijnen met de trein arriveerden om te gaan werken en aan het einde ervan weer instapten om terug naar huis te gaan. De klokkentoren was door het goed geboerd hebbende deel van de Britse gemeenschap in 1910 aan Argentinië geschonken ter gelegenheid van het eeuwfeest van de Revolución de Mayo, die de onafhankelijkheid van Spanje had ingeluid. Maar ja, na de in 1982 zo smadelijk verloren Falklands War moest alles dat aan Engelsen en Groot-Britannië herinnerde zoveel mogelijk worden uitgewist. Zonder veel gedoe werd het plein omgedoopt tot Plaza Fuerza Aérea Argentina, het Plein van de Argentijnse Luchtmacht, vanwege hun rol tijdens die oorlog, de toren heette daarna Torre Monumental. Tijdens die oorlog woonde en werkte ik in Londen en had daardoor ruim 2 maanden lang dag in, dag uit over niets anders gehoord, gezien of gelezen en was bij aankomst in Buenos Aires zo'n beetje helemaal op hoogte van wat zich daar toen had afgespeeld. Vanuit Brits oogpunt welteverstaan. Omdat mijn wereldwijd actieve werkgever desgevraagd al tijdens de sollicitatiegesprekken had laten weten dat vanwege mijn opleidingsniveau – ik had slechts een hogere beroepsopleiding afgerond – het hoogst onwaarschijnlijk was dat ik in de toekomst ooit buiten Nederland zou gaan werken, was ik blij verrast om een paar jaar later naar Londen te worden overgeplaatst. Dat werd echter gelijk bestempeld als een eenmalige uitzondering “ter verbreding”, daarna ooit nog eens een baan in een ander buitenland zat er nog steeds niet in. Dat ik desondanks 20 jaar later, en nog altijd op de loonlijst van dezelfde werkgever, de andere kant van de Guerra de las Malvinas, zoals dezelfde oorlog in Argentinië wordt genoemd, zou leren kennen, had ik toen echt niet verwacht.

Na de grote pleinen, de monumenten en de imposante gebouwen aan de voorkant van het appartement, waren de smalle straten erachter aan de beurt. Die bestonden uit vierkante blokken waarvan iedere zijde 100 meter breed was en met huisnummers die niet doorliepen, maar bij het oversteken van de straat met het volgende honderdtal begonnen. Na twee of drie straten kwam ik langs een veilinghuis met uitnodigend openstaande deuren: het was kijkdag. Voor het eerst van mijn leven stapte ik bij een veiling naar binnen om te gaan kijken wat er te koop was, tijdens een ontdekkingsreis in een nieuwe stad kan enige impulsiviteit geen kwaad. De zaal was gevuld met meubels, kunst en antiek. Ik maakte er kennis met de grote zwart-wit aguafuertes, etsen van Benito Quinquela Martín met titels die ik moest opschrijven – het was in de pre-smartphone tijd – om later thuis in het woordenboek op te zoeken wat het betekende. Maar dat was meer uit nieuwsgierigheid en om Spaanse woorden te leren, want de realistische beelden spraken voor zichzelf: krom lopende havenarbeiders met loodzware zakken op de schouders die schepen aan het lossen waren en bouwvakkers met ontbloot bovenlijf die loodzware handarbeid verrichten, met op de achtergrond fabrieken met rokende schoorstenen en afgemeerde schepen. Het was, zo verraadde één van de titels, de haven van La Boca, hoewel het me niet verbaasd zou hebben als het werk van een onbekende socialistische Sovjet-kunstenaar zou zijn geweest. Het was een heel andere wereld dan de elegante omgeving waar ik nu woonde, maar toch vlakbij nadat bleek dat je er met het openbaar vervoer in een kwartier naartoe kon rijden. In de weken daarna leerde ik hoe een veiling van kunstwerken en antiek in Buenos Aires in zijn werk ging, net zoals in Nederland dus, en hield de agenda van de volgende kijkdagen en veilingen in de gaten. Zo zou ik erna kennis maken met José Luis Menghi en aan de weet komen dat die schilder tot de groep Escuela de La Boca had behoord en zou ontdekken dat op zijn vaak op hardboard of triplex geschilderde stillevens van interieurs waarop door een raam of een geopende deur steevast iets van La Boca te zien was. Maar het allerleukste vond ik de herkenbaar uit Nederland afkomstige kunstwerken die er van tijd tot tijd werden geveild, stukken die zonder twijfel met Nederlandse emigranten mee naar Argentinië waren verhuisd. Want ja, hoe anders zou die ets van de oude Rotterdamse spoorbrug daar terecht zijn gekomen?

wordt vervolgd