|
OPHEF – 2 (02042022) Een feest der herkenning was het daar soms tijdens de kijkdagen van dat veilinghuis in Buenos Aires. Meerdere keren zelfs. Het begon met een niet al te breed langwerpig doek zonder titel. Omdat ik geen idee had hoe zoiets in het Spaans werd genoemd, gaf ik het de titel Maandag, wasdag, want dat was wat het weergaf. In Spakenburg of Urk of Volendam, maar in ieder geval ergens langs wat toen nog de Zuiderzee was. Waarom weet ik niet, maar ik hield het op Spakenburg. Slappe waslijnen van ouderwets stevige touwen die tussen de houten voorgevels van de huizen waren gespannen en die, als er niet werd gewassen, op de straatstenen lagen zodat zodra ze nodig waren het natte wasgoed er gemakkelijk aan kon worden opgehangen. Eenmaal opgeknoopt werd dan op de straat een lange stok tegen het touw geduwd en hing de was even later hoog in de lucht te drogen. Eenvoudig en toch heel ingenieus allemaal. Op geboden, gekocht en sindsdien een paar keer met me mee verhuisd totdat het uiteindelijk een vaste plaats kreeg in mijn vaderlandse pied-à-terre. Een hele tijd later hing er een houtsnede of litho die, het kon niet anders, een Nederlands landschap verbeeldde: op de voorgrond een langgerokte boerin op klompen met een emmertje verse melk dat ze met beide handen vasthield met achter haar de net gemolken koe die na gedane arbeid weer aan het grazen was, een kromme hoge boom op de oever van een slingerend stroompje, reigers vliegend in de lucht en rustend op de takken van de boom, verder stroomopwaarts een molen en aan de horizon nog eentje. Het nummer van de prent was 13, de moeilijk leesbare naam van de maker leek op B. Segers maar die kon ik nergens terugvinden. Pas na er jaren later eens goed de tijd voor te hebben genomen, en na wat heel wat gepuzzel en gezoek, bleek het B. Essers te zijn en vond ik “mijn” prent zowaar op het internet. Bernard Essers die, volgens een summiere biografie, in de jaren 1919/20 zijn atelier had in een boerderij even buiten het op de westpunt van het eiland Voorne gelegen Rockanje. Zou hij de houtsnede daar hebben gemaakt? Dat zou wel heel bijzonder zijn, vooral omdat het toeval wil dat ik ooit korte tijd in het naastgelegen dorp Oostvoorne heb gewoond. Na kieskeuriger te zijn geworden, werden de bezoeken aan het veilingzaal om de hoek ook minder regelmatig. Daar kwam bij dat sinds het loslaten van de koppeling van de Argentijnse Peso met de Amerikaanse Dollar en de economische chaos die daarop was gevolgd er nogal wat werd geveild omdat de eigenaren krap bij kas zaten en dat de kwaliteit van het gebodene daardoor aan het teruglopen was. Gedwongen door straatprotesten, die de vaste route van mijn werkplek via de Calle Florída naar huis blokkeerden, moest ik aan het einde van mijn werkdag omlopen door de straat van het veilinghuis. De deuren stonden open, het was kijkdag. Ik kon de verleiding niet weerstaan om een kijkje te gaan nemen, je weet maar nooit.... Toen ik daar de kleurenets van de al zo'n 10 jaar eerder gesloopte Rotterdamse Willemsspoorbrug zag hangen, de brug tussen het Noordereiland en de noordoever van de Maas, was ik de protesteerders zowaar dank verschuldigd. De stoere brugoverspanningen met er vlak voor een stoomsleepboot waarvan de schoorsteen ietsje achterover was getrokken om onder de brug door te kunnen varen, binnenschepen met een groot houten stevenroer op de rivier en afgemeerd langs de kade, aan de overkant het Witte Huis, de allereerste Rotterdamse wolkenkrabber. Dat ik de koper ervan zou worden, stond bij voorbaar vast. De veiling was een paar dagen later, geboden tot er geen tegenbod meer kwam en toen was de ets echt van mij. De volgende dag gaan betalen en de ets onder mijn arm mee naar huis genomen om daar te ontdekken dat op het verbruinde velletje karton dat met punaises tegen de achterkant van de lijst was geprikt in een keurig handschrift stond geschreven:     Juni 1934 De Willemsbrug maakte deel uit van de spoorverbinding tussen het zuiden en noorden van Rotterdam, die verder bestond uit een korte spoordijk over het Noordereiland en de Koningshavenbrug. Toen twee maanden geleden veel ophef ontstond over de mogelijk tijdelijke ontmanteling van die laatste brug werd het voor mij de hoogste tijd om te ontdekken wie M. de Jongert was. wordt vervolgd |