GRAFHEUVEL - 2 (19052022)

Vanochtend, toen ik net buiten de bebouwde kom mijn ochtendkilometers liep over de ongeplaveide paden door de weilanden en akkers langs de meanderende bovenloop vanla Meuse, kwam zomaar uit het niets de vraag op waarom er een paar uur naar het noorden - met de auto welteverstaan – hier en daar van die karakteristieke lage langwerpige steenbakkerijen met een hoge schoorsteen staan en bij mijn Franse woonplaats alleen maar wat koeien. Al doende kwam ik onverwacht terecht in mijn tegendraadse tienerjaren, zeker wat mijn ouders betreft. Na eindelijk een school helemaal te hebben afgemaakt en op zoek naar betaald werk te hebben ontdekt hoe waardeloos dat diploma was, besloot ik om dan eerst maar in de avonduren mijn middelbare school af te gaan maken. Overdag werken, drie avonden in de week naar school, de andere avonden en in het weekeinde studeren en huiswerk maken. Eigen schuld. Daarbij passend werk vinden viel niet mee. Nu was een nichtje van mijn moeder getrouwd met de zoon van de directeur/mede-eigenaar van de destijds grootste Rotterdamse brood- en banketfabriek, waardoor ik na een aantal achter mijn rug gevoerde telefoongesprekken op het hoofdkantoor werd verwacht. Niet bij de personeelsafdeling, maar bij de directeur zelf. Meneer Koster heette hij, ik zal zijn naam nooit vergeten. Verre aanverwante familie van de eigenaar werd met respect ontvangen, kon gelijk in de fabriek op loopafstand van zijn ouderlijk huis aan de slag en kreeg woensdagmiddag vrij om te studeren en/of huiswerk te maken. Werk was er daar eigenlijk niet, maar dat werd van de andere kant van de stad gebracht en weer opgehaald om hem bezig te houden. Onnozel werk dat had te maken met de programmering van een broodbakkerij in de Spaanse Polder en mij al doende leerde om te gaan met een ouderwetse ADDO-X telmachine en om kennis te maken met kantoordiscipline. Het was de tijd dat broodbezorgers nog dagelijks met een geduwde broodkar door de straten trokken, net zoals trouwens aardappelboeren, groenteboeren en dergelijke dat toen deden. Hoewel die soms een paard getrokken wagen hadden. Alleen wat voor eigen rekening werkende zelfstandige bezorgers hadden af en toe een Spijkstaal, een door accu's aangedreven bestelwagentje dat 's nachts, als het toch geen brood te bezorgen was, werd opgeladen. Tja, na nog eens te mijmeren over wat ik de vorige week over die steenbakkerijen in de Bommelerwaard had geschreven – ik was terecht gewezen dat Alem dáár lag en niet in de Betuwe - bedacht ik dat tot aan het begin van de 20ste eeuw het bakken van bakstenen en het bakken van brood, zoals ik me dat herinner uit de tweede helft van de jaren 60 van de vorige eeuw, ongelooflijk veel op elkaar lijkt. Bollen klei of bollen deeg maken die uiteindelijk in een bakblik terecht komen en dan in lange rijen de oven ingaan om te worden gebakken. Het enige verschil was dat in tegenstelling tot de baksteen in wording het brooddeeg niet werd gedroogd voordat het de oven inging en er iets eetbaars uitkwam dat niet als een steen op de maag zou liggen.

De grafheuvel ligt aan de andere kant van het dorpje zodat er eerst overdadig kennis kan worden gemaakt met Sint Odrada van Alem. Een Rooms-Katholieke heilige die ook wel Sint Odrada van Balen wordt genoemd, waar ze aan het begin van de 14e eeuw in de Vlaamse Kempen werd geboren. Ze zou het naderhand schoppen tot beschermheilige tegen veeziekte, hondsdolheid en slecht weer en vooral voor dat laatste zou ze me, als streng opgevoede Calvinist, bijna hebben kunnen aanzetten om tot het katholicisme te bekeren. Daarvan staat tegenover mijn Franse huis een grote kerk waarvan de torenklok, voor iemand die geen horloge meer wil dragen en ook niet de hele dag met een mobiele telefoon op zak wil lopen, dag en nacht laat weten hoe laat het is. Je moet daar echter dan wel de klokslagen op het hele uur tellen. Inderdaad: dag en nacht. Hoewel..... in de week dat ik dit schrijf zijn er al drie dodenmissen geweest, die gelukkig een veel minder opgewekte klokslag hebben om te voorkomen dat zowel gelovigen als ongelovigen in de war raken. Die gelovigen en ongelovigen maken gelijk al na het binnen rijden van Alem kennis met Sint Odrada door een kleurrijk keramieken paneel bij de katholieke kerk, die echter Sint Hubertuskerk blijkt te heten...... Vanwege Rooms gedoe, zouden mijn ouders hebben gezegd. Er was daar voorheen wel een Sint Odradakerk die echter door overstromingen werd verwoest en waarvan de stenen aan het begin van de 18e eeuw zouden worden gebruikt om de iets verderop gelegen hervomde kerk te bouwen. Die zou op zijn beurt door ontkerkelijking in de jaren 60 van de vorige eeuw overbodig worden en worden verkocht aan een keramieken dakpannen verzamelende historicus die er het Dakpannenmuseum in vestigde, dat inmiddels, eveneens bij gebrek aan gelovigen, ook alweer is gesloten. Zoals ik zelf kan zien is de kleine kerk leeg, zelfs geen kerkbanken meer, er liggen alleen nog maar pannen op het dak.

wordt vervolgd