|
GRAFHEUVEL - 4 (08062022) Na en route naar Druten vanuit de Bommelerwaard het Kanaal van Sint Andries te zijn overgestoken, maak ik kennis met het ooit door Boudewijn de Groot bezongen Land van Maas en Waal: En we praten en we zingen en we lachen allemaal, want daar achter die hoge bergen ligt het Land van Maas en Waal. Aan mijn linkerhand de Waal, minder dan een paar honderd meter naar rechts de Maas. Hoge bergen? Zelf zie ik niets anders dan de voortzetting van het eentonige vlakke polderlandschap waarin de enige afwisseling bestaat uit de overal langs de weg liggende industrieterreintjes waarop vooral op blokkendozen lijkende bedrijfsgebouwen en gebouwtjes staan. Meer niet. Nou ja, tenzij je de boven alles uit stekende dijken langs de Waal, die vooral 's winters het rivierwater buiten de deur moeten houden, met behoorlijk overdreven dichterlijke vrijheid “bergen” zou mogen noemen. Toegegeven, toen mijn ouders aan het begin van de jaren 50 van de vorige eeuw naar de Arnhemse nieuwbouwwijk Monnikenhuizen verhuisden, lag daar aan eind van de straat Hoogte 80. Het was de eerste berg die ik in mijn nog jonge leven zag die ik honderden keren ben afgedaald en heb beklommen, want aan de voet ervan lag rechts Nieuw Monnikenhuize het stadion van de voetbalclub Vitesse waar ik supporter van werd en ergens links ging ik in de Dr. Kuyperstraat naar de lagere school. Hoe echte bergen eruit zagen, zou ik pas aan het begin van deze eeuw ontdekken na in Buenos Aires vrijwel in de schaduw van de Andes te zijn gaan wonen. Het is allemaal de schuld van C. Dericks, wiens naam piepklein op het aan Sint Odrada gewijde monumentje van ruw keramieken tegels voor de katholiek kerk van Alem staat, dat ik nieuwsgierig was geworden naar Druten. Na het nodige googlelen bleek dat hij in 1878 mede-eigenaar was geworden van de steenbakkerij die daar speciaal was opgericht om de bouwkosten in de hand te houden van de door de fameuze architect Pierre Cuypers – Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam – ontworpen Ewaldenkerk. De grondwetswijziging van 1848, waarin de aan het eind van de 80-jarige Oorlog - Vrede van Münster 1648 – in Nederland afgeschafte godsdienstvrijheid werd hersteld en het daarmee samenhangende herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853, was het directe gevolg van de bouw ervan. Tot dan toe waren voor hen die niet tot de Nederduits Gereformeerde Kerk behoorden, naderhand omgedoopt tot de Nederlands Hervormde Kerk, schuilkerken in de stad of schuurkerken op het platteland de plaats geweest om samen te komen met geloofsgenoten om je verboden afwijkende geloof te belijden. Hierop volgde een enorme bouwwoede om vooral opzichtige nieuwe katholieke kerken te bouwen ter vervanging van de illegale plaatsen van samenkomst, waarbij de dorpen onderling concurreerden wie de kerk met de hoogste toren bouwde...... Neogotiek, waarvan Cuypers een fervente aanhanger was, was de trend, net zoals bekend was dat de architect probleemloos het geld van anderen spendeerde. Bouwpastoor Crouwels, die hem had uitgenodig om een ontwerp voor de nieuwe Drutense kerk te maken, wist dus bij voorbaat wat hem te wachten stond qua ontwerp en qua kosten. Vandaar de eigen steenbakkerij. De eerste kennismaking valt tegen: de kerkdeuren zitten op slot, er is een A4-tje op geplakt dat naar de Mariakapel aan de zijkant verwijst. Die is gelukkig wel open. Er achter aan de ene kant een glazen wand die een blik in de kerk gunt, de toegangsdeur daarin is helaas ook gesloten. Links de kapel, die volgens hen die het kunnen weten is bedoeld als gebedsruimte, waar men bidt tot Maria, de moeder van Jezus, die optreedt als middelares tussen de gelovige en God. Cuypers ontwierp in 1877, zo'n beetje tegen de oplevering van het gebouw een jaar later, ook hoe het interieur van de Mariakapel eruit moest gaan zien. Boven het altaar zit Onze Lieve Vrouw van VII Smarten, zoals Maria hier voor de afwisseling wordt genoemd, met haar dode zoon met stralenkrans om het hoofd op schoot, zo te zien een aan die tijd en omgeving aangepaste variatie op de Pietà van Michelangelo. Aan haar voeten een drietal kaarsenrekken met daar weer voor een bidbankje. Op het onderste deel van de muren mooie door C. Dericks ontworpen tegeltableaus die worden ontsierd door de bidstoeltjes die er voor staan, op de muren erboven een door Cuypers naderhand – in 1907 - ter ere van het 25-jarig jubileum van pastoor-deken Cornelius Broeckx van de parochie – volgens zijn overlijdensacte van beroep pastoor en ongehuwd - ontworpen muurschilderingen. Op een lessenaar staat voor degenen die niet weten wat te bidden de tekst van een Gebed aan Maria, met ernaast een register waarin gelovigen kunnen opschrijven waarmee zij graag zouden willen dat Maria hun zou helpen. Daarin heeft Karin een week eerder haar verzoek geschreven: Lieve Maria, Zorgt alstublieft voor alle verdriet en pijn in deze wereld. En ik vraag u speciaal te zorgen voor Janne, dat haar ogen zullen genezen! Zij heeft het ondertekend met een hartje en een bloem om, zo vermoed ik, Maria gunstig te stemmen. wordt vervolgd |