|
GRAFHEUVEL - 8 (04072022) “Daar gaan niet meer dan een handvol oudjes naartoe, je kan dan gewoon naar binnen hoor.” Degene die dat gistermiddag tegen me had gezegd, nadat ik had gevraagd hoe laat de ochtendmis in de door Pierre Cuypers ontworpen HH Ewaldenkerk zou zijn afgelopen, had het niet beter kunnen beschrijven. Hoewel.... het zijn er een handje vol plus één en natuurlijk die ene beroepsgelovige in zijn fleurige bedrijfkleding die vanaf het podium voor in de kerk – het altaar? - de door die hele grote lege ruimte verspreid zittende zes gelovigen voor de verplichte figuren bij de hand heeft genomen. Geen wonder dat de grote kerkdeuren in de toren opnieuw stevig op slot zaten en slechts de zijdeur tot de altijd toegankelijke Mariakapel open was. Enigszins aarzelend om zo maar bij de godsdienstoefening van een geloofsgemeenschap – de Rooms-Katholieke – binnen te gaan die me van jongs af aan door mijn ouders en grootouders als totaal verachtelijk was ingepeperd, wuift een van de kerkgangers meerdere malen nadrukkelijk om de kerk in te komen. Alsof ze toevallige bezoekers belangrijker vindt dan de mis zelf. En ja, laat ik het maar bekennen, de kerk van binnen op mijn gemak te kunnen bekijken, zelfs tijdens het religieuze ritueel dat aan de gang is, heeft vandaag mijn voorkeur. Na in een bank ver achter de gelovigen te zijn gaan zitten, negeer ik het ritueel zoveel mogelijk en profiteer van de gelegenheid om het werk van Cuypers wat beter te kunnen bekijken. Maar ja, rondkijken zonder dopjes in de oren is eveneens een aparte ervaring omdat het erop lijkt dat de aanwezige kerkgangers precies schijnen te weten wat hun rol is tijdens de mis. Van tijd tot tijd zegt of doet de voorganger wat – zoals het rinkelen van een belletje - en reageren de gelovigen alsof ze precies weten wat er dan van hun wordt verwacht: knielen, handen ten hemel heffen, kruisje slaan, iets mompelen dat naar ik vermoed een gebed is of zo. Van dat laatste raak ik echt overtuigd nadat tegen het einde van de mis luidkeels gezamenlijk het Onze Vader wordt gebeden en ik opeens terug ben in mijn gelovige jongste jaren. Tot mijn verbazing – of is het schrik? - begin ik bijna mee te bidden, maar raak gelukkig de draad kwijt, om pas later te ontdekken waarom. In mijn geheugen staan de traditionele woorden gegrift, terwijl de voorganger en de aanwezige bejaarde gelovigen hier de mij onbekende “nieuwe vertaling” voor zich uit mompelen: Onze Vader, die in de hemel zijt,uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving maar verlos ons van het kwade.” Een vertaling overigens die, terwijl de kerken leeg liepen, na een decennia lange discussie tussen Vlaamse en Nederlandse bisschoppen sinds november 2016, uitsluitend in de Nederlandstalige Rooms-Katholieke kerk wordt gebruikt. De woorden van mijn eigen protestantse versie van het Onze Vader zijn nog altijd dezelfde als toen ik die ergens in de jaren 50 van de vorige eeuw uit mijn hoofd moest leren en die ik – zo net al schrijvend getest – nog altijd foutloos zou kunnen bidden, ware het niet dat ik lang geleden, ergens in mijn tienerjaren, afscheid heb genomen van de kerk. Ondertussen is mij, naast de in een wat oudere katholieke kerk nu eenmaal altijd aanwezige heiligenbeelden en glas-in-loodramen, vooral de ruime toepassing van de geglazuurde produkten uit de destijds voor de bouw van de kerk opgerichte steenbakkerij, die ik aan de buitenkant zo node had gemist, niet ontgaan. Eigenlijk, zo zie ik, is de kerk wat dat betreft een uitvergrote versie van de Mariakapel die gisteren wel bezocht kon worden. Daardoor spreekt het vanzelf dat de binnenmuren in het schip van de kerk aan de onderkant zijn bekleed met die kleurige keramieken tegels die een centimeter of 25 breed zijn en zo'n 80 à 90 centimeter hoog, met erboven de niet echt geweldig geschilderde Staties van de Kruisweg, met daar weer boven - afhankelijk van de beschikbare ruimte – glas-in-lood boogramen en raampjes, waarvan de allermooiste – met dank aan het heldere naar binnen vallende licht - de door Pierre Cuypers ontworpen en door Frans Nicolaas gemaakte gebrandschilderde ramen achter de rug van de voorganger zijn. Nee, voor de niet gelovige is er tijdens de mis meer dan genoeg afleiding. wordt vervolgd |