GRAFHEUVEL - 9 (20072022)

Als je zoals ik bent grootgebracht in de toentertijd redelijk strenge Nederlands Hervormde Kerk, hoewel dat voor de lidmaten van de daar weer van afgescheiden Gereformeerde Kerk of Christelijk Gereformeerde Kerk de lichtzinnige protestanten waren, kijk je in een Rooms-Katholieke kerk vaak je ogen uit. Toen ik de leeftijd van de zondagsschool ontgroeid was, namen mijn ouders mij op zondagmorgen mee naar de kerk voor pubers en volwassenen. Die had kale muren met alleen maar een kruis zonder een gekruisigde Jezus erop naast of achter de meestal eenvoudige houten lessenaar die preekstoel werd genoemd. Daarachter stond dan de dominee die, net als de rechter in een rechtzaal, in een zwarte toga met witte bef gekleed ging en net zoals die rechter klaar was om een oordeel te vellen en een straf uit te spreken over de gelovigen die gedwee tegenover hem in de kerkbanken zaten. Dat gebrek aan opsmuk had, en heeft waarschijnlijk nog steeds, de bedoeling om er vooral voor te zorgen dat de aandacht van de kerkgangers niet wordt afgeleid, maar 100% op het Woord van God geconcentreerd zal zijn.

Nadat in de HH Ewaldenkerk de ochtendmis is afgelopen en na even te hebben gekletst met de beroepsgelovige - “nee, je kan 's ochtends vroeg op een doordeweekse dag natuurlijk geen volle kerk verwachten” - begint de verkenning van het gebouw bij de symbolische handtekening die Pierre Cuypers heeft achtergelaten in de vorm van een zelfportret in het door hemzelf ontworpen glas-in-loodraam naast het Sint-Vincentiusaltaar. Met dank aan de en profil tekening op de aan hem gewijde Wikipediapagina zie ik gelijk dat hij het is die geknield is aan de voeten van Jezus Christus, die ik herken aan de stralenkrans rond zijn hoofd. Het is Cuypers' verbeelding van een door Jezus verricht wonder waarover ik, hetgeen wat mij betreft ook een wonder is, alles kan nalezen in het bijbeltje dat ik bij het verlaten van de lagere school in 1958 meekreeg en nooit met het oud papier heb weggegooid. Daarin wordt het aan het begin van hoofdstuk 9 van het bijbelboek Johannes als volgt beschreven: “En voorbijgaande zag Hij een man, die sedert zijn geboorte blind was. En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders dat hij blind geboren is? Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden. We moeten werken de werken desgenen, die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld. Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op den grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen, en zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Silóam, hetgeen vertaald wordt door: uitgezonden. Hij dan ging heen, wies zich en kwam ziende terug.” Rondkijkend bedenk ik dat de mooie inrichting van de kerk met altaren, heiligenbeelden en met glas-in-loodramen rondom vermoedelijk weldoordacht was om de gelovigen tijdens de mis wat afleiding te bieden. Want die werd tot diep in de jaren 60 van de vorige eeuw immers in het Latijn gelezen en wie van de merendeels eenvoudig opgeleide misgangers sprak of begreep dat nu? Het is pas sinds het Tweede Vaticaans Concilie - oktober 1962 - december 1965 - toegestaan om de mis in de landstaal op te dragen.

Gisteren nog had ik geen flauw idee waarom deze kerk een kruisbasiliek wordt genoemd, om het vandaag opeens te zien. Tenminste wat het kruis betreft. Het looppad van de hoofdingang in de toren naar de achterkant van de kerk, na het hoogaltaar, is de lange staande balk van het kruis. De dwarsbalk wordt gevormd door het imaginaire pad in het smalle achterdeel: van de aan de ene kant van de toren gelegen Mariakapel, langs de toren en vervolgens voorlangs de door een hek afgesloten Doopkapel, waarin het door de Antwerpse edelsmid W.H. Haan ontworpen doopvont staat, naar de andere kant. In de toren zelf hangen aan de buitenmuur van die kapel een stuk of twintig doopschelpen. Jacobsschelpen - jawel halve coquilles Saint-Jacques - met de doopnamen van de jong geborenen en de datum waarop ze werden gedoopt die bedoeld zijn als herinnering aan het begin van hun leven als christen. Het einde daarvan wordt in een kapel naast het hoofdaltaar herdacht, waar naast de 15e eeuwse notenhouten Piëta uit de oorspronkelijke middeleeuwse Ewaldenkerk ruimte is vrijgemaakt voor eenvoudige houten kruisjes met naam en sterfdatum van de overledenen erop waarbij een kaarsje kan worden gebrand. Opvallend: de meest recente kruisjes dateren uit april, juli en december 2020. Zouden er daarna in Druten geen katholieke christenen meer zijn overleden, waren er geen nabestaanden of hadden de nabestaanden die er waren daar geen geld voor of vonden ze het flauwe kul? Jammer genoeg niemand om het aan te vragen.

wordt vervolgd