|
GRAFHEUVEL - 10 (30072022) De HH Ewaldenkerk is zonder twijfel een gebedshuis waarin het katholieke geloof wordt beleden, maar daarnaast heeft de parochie ook wel wat weg van een handelshuis. In mijn niet katholieke ogen althans. Om de bouwkosten enigszins in de klauw te kunnen houden, werd immers nog voordat in 1874 met de bouw werd begonnen al besloten een eigen steenbakkerij op te richten om de ruim 2 miljoen stenen te gaan bakken die daarvoor nodig waren. Tijdens de bouw werd er in voor de kerk bestemde bakstenen gehandeld, op een gegeven moment waren dat dusdanig grote hoeveelheden dat de oplevering flink vetraagd dreigde te worden en die handel aan banden moest worden gelegd. Zo'n beetje 150 jaar geleden dus. Om nadat de kerk was ingewijd de fabriek vervolgens voor een zachter dan zacht prijsje over te doen - “verkocht” is in deze een nogal overdreven woord - aan de heren Dericks en Geldens, die als leden van de bouwcommissie van het parochiebestuur bij voorbaat al wisten dat architect Pierre Cuypers bijzonder gecharmeerd was van wat men in die fabriek aan grofkeramiek – geglazuurde bakstenen, maar vooral vanwege de kleurrijke door Dericks ontworpen tegels – kon produceren, iets waarvoor hij nadien een belangrijke opdrachtgever werd. De steenbakkerij zou in Druten uiteindelijk een groot terrein beslaan tussen zo'n beetje waar nu aan de Mr. Van Coothstraat nog steeds vier voormalige arbeiderswoningen staan en wat verderop in de tuin van een modern huis het nauwelijks te ontwaren kantoorgebouw(-tje) met de “handtekening” DERICKS&GELDENS in de buitenmuur en de Waalbandijk. Met daar weer achter de uiterwaarden van de rivier waaruit de klei voor de te bakken stenen werd gewonnen. De heren Dericks en Geldens bouwden met stenen uit hun fabriek ieder een eigen herenhuis aan de Kattenburg, de arbeiderswoningen waren trouwens met afgekeurde geglazuurde stenen gebouwd. Na acht jaar niets meer te hebben geproduceerd werd de steenbakkerij in 1968 definitief opgeheven en staat er op het voormalige fabrieksterrein nu een mengelmoesje van huizen en bedrijfspanden. Tegenwoordig zijn er geen stenen meer te koop, maar wel Ewaldenmiswijn en vooral kaarsjes. De, als je het parochiebestuur mag geloven, zeer smakelijke wijn kan voor €10 per fles worden besteld door een QRcode te scannen die op de aanbieding staat die in de Mariakapel en de toren hangt. Miswijn heeft toch met de misviering te maken en niets met wijnhandel? Zou er sprake zijn van een overschot omdat er veel minder missen dan voorheen worden opgedragen en het aantal geestelijken die de wijn mogen drinken in kerken en kloosters eveneens sterk is afgenomen? De import en verkoop van miswijn was ooit streng gereguleerd en moet zeer lucratief zijn geweest. Zo bestond er tot 2014 zelfs een R.K. Vereniging van Nederlandse Miswijnhandelaren waarvan de leden exclusief miswijn bottelden en van een dop voorzagen met het logo van de Nationale Raad voor Liturgie erop als teken dat er “echte” miswijn in de fles zat. Terug in de tijd: tijdens het Concilie van Trente (1545 – 1563) werd formeel bepaald dat zowel rode als witte wijnen die aan bepaalde voorwaarden voldoen als miswijnen zouden mogen worden gebruikt. Al eerder had Paus Sixtus IV in 1478 toestemming gegeven om witgeperste rode wijn te gebruiken om de puur praktische reden dat rode wijnvlekken nogal moeilijk uit de kostbare liturgische gewaden konden worden verwijderd. Maar rode wijn symboliseert toch het bloed van Jezus bij zowel het protestantse Avondmaal als de Katholieke mis? Uiteraard werd er een argument gevonden om de witte miswijn te rechtvaardigen: voor rode wijn heb je rode druiven nodig, die worden geperst waarna het witte druivensap samen met de rode druivenschillen wordt gegist. Dankzij die druivenschillen krijgt de wijn vervolgens zijn rode kleur, als je het nog witte rode druivensap echter zonder die schillen laat gisten, ontbreekt de kleurstof en wordt het gewoon een witte wijn. Omdat die echter wel van het sap van rode druiven is gemaakt, blijft het dus tóch het symbool van het bloed van Jezus..... Degene die dat bedacht heeft, zal wel heilig zijn verklaard. En dan die kaarsjes in vele maten en soorten. In de kapel met de kruisjes ter nagedachtenis van overleden familieleden kan slechts een waxinelichtje van 50 cent worden gekocht en gebrand, in de Mariakapel kunnen daarentegen drie verschillende kaarsen worden gekocht waarvan de prijs afhankelijk is van het aantal branduren. Stel je voor: de kleine devotiekaars met 6 branduren – net een waxinelichtje - kost 50 cent, de Devotiekaars, die 3 dagen brandt, kost €2, gelovigen die zich vanwege een echt serieus probleem tot Maria wenden, moeten diep in de buidel tasten om de Noveenkaars te kopen die €5 kost en een brandduur van 9 dagen heeft. Betekent dat: hoe duurder de kaars en hoe langer die brandt, des te groter de kans is op vergeving of dat je bede wordt verhoord? Dat staat er niet bij, maar dat zou best weleens zo kunnen zijn. wordt vervolgd |