HANS EN GRIETJE IN AARDENBURG (31082022)

Zonder er nog een woord van te hebben gelezen, trok de foto bij dat artikel in de NRC mij gelijk al over de streep om het te willen gaan bekijken. Niet alleen het beeld, maar vooral het bijschrift: net het snoephuisje uit Hans en Grietje . Een sprookje van Grimm dat ik mij slechts vaag herinnerde en dat in Aardenburg met de titel First Dog wordt verbeeld door kunstenaar Maria Roosen. Bovendien in Zeeuws-Vlaanderen, een deel van Nederland waar ik, net zoals tot voor een paar weken geleden in de Gelderse Ooijpolder, nooit ben geweest. Had het wel in de verte zien liggen toen ik in mijn jongere jaren aan de andere kant van de Schelde, in Middelburg, ooit enige maanden van mijn militaire dienstplicht had moeten doorbrengen. Verplichte vaderlandsliefde tijdens de Koude Oorlog en niet alleen doodzonde van bijna twee verspilde jaren van mijn leven, maar ook die van veel landgenoten met ongeveer hetzelfde geboortejaar. Ernstige fout van onze de bevrijding van vijf jaar Duitse bezetting vierende verwekkers. De voorbereiding begint met het plannen van de route die via Antwerpen blijkt te lopen – je kan er niet eens over de weg vanuit Nederland komen - het vinden van een plek om te slapen – in Aardenburg en het vlakbij gelegen Sluis zijn geen kamers vrij – en, in plaats dat het me wordt voorgelezen, het voor het eerst helemaal zelf lezen van de Hans en Grietje die ik op www.grimmstories vind. Het blijkt een ongelooflijk eigentijds verhaal te zijn. In de eerste regels lees ik: Toen hij daar 's avonds in bed over lag te tobben en vol zorgen lag te woelen, zei hij tegen zijn vrouw: "Wat moet er van ons worden? Hoe kunnen we onze kinderen te eten geven, wij die voor ons zelf niets meer hebben?" Woorden die ik nota bene lees op de dag dat in de Londense Guardian de kop Fears of widespread child hunger sparks calls for universal free school meals in UK staat, alsof we in 2022 in een soortgelijke tijd leven. Spijtig genoeg is de Engelse situatie geen sprookje, maar gaat het over wat er daar vandaag de dag speelt.

Wel eens van Zuiddorpe gehoord? Nee? Nou, ik ook niet. Het ligt pal op de Nederlands-Vlaamse grens, zo'n beetje halverwege Antwerpen en Aardenburg, waar tenminste op redelijke afstand nog een geschikte plek was om te overnachten. Wat een plezant dorpje en wat een aangename B&B. In tegenstelling tot de andere Zeeuwse eilanden is dit deel van Nederland gewoon katholiek en Vlaams, dus ietwat on-Nederlands gebleven, georiënteerd op Gent en Brugge in plaats van op Walcheren en Middelburg op de andere rivieroever. Het lijkt wel wat op mijn tijdens de recessie van de jaren 30 vanuit Harlingen naar Holland gemigreerde familie van moederskant, die altijd Fries met elkaar bleef spreken, het over kaatsen had en mij op natuurijs leerde schaatsen op Friese doorlopers. Alle begrip daarvoor overigens, want in welk buitenland ik de afgelopen ruim 40 jaren ook werkte en woonde en wat daar ook de landstaal was die we iedere dag moesten spreken, met landgenoten werd er altijd automatisch Nederlands gesproken en gingen we klaverjassen in plaats van bridgen. Een wandeling om kennis te maken met het dorpje. Vlakbij de B&B staat op het Dorpsplein de jammer genoeg gesloten kerk met ernaast een heel erg katholieke begraafplaats die de indruk wekt of er vooraf bij de toelating tot het paradijs dan wel veroordeling tot de hel eerst wordt gecontroleerd welk geloof je tijdens je leven had beleden. Vlaamse familienamen met AE, zoals Puylaert, Ysebaert, van Waes, van Haelst en Daelman, waar in het noordelijker Nederlands AA zou hebben gestaan, veel kapelletjes en grafmonumenten die van welvaart en geloof getuigen. De Staties van de Kruisweg . De door een gelovige in 1876 gebouwde Lourdesgrot , welke tot in de jaren 50 van de vorige eeuw druk door pelgrims werd bezocht, is helaas gesloopt. Wat me echter het meest intrigeert, is dat onbenullige gedenkplaatje waarop voormalige kapel van het 1872 VAGEVUUR staat. Een kapel, gewijd aan de ”H. Aanschijn tot Lafenis der Gelovige zielen” , die in opdracht van zijn familie op het graf van de in december 1871 op zijn 32ste overleden Eerwaarde Heer Augustinus Henricus van Haelst was gebouwd en die in de Zuidddorpse volksmond Kapel van het Vagevuur heette. Vandaar. Was de jong gestorven priester wellicht lid geweest van de Broederschap tot lafenis der geloovige zielen in het Vagevuur ? Of was het om zijn overgang naar de hemel een duwtje in de goede richting te geven? Voor zover ik dat denk te hebben begrepen, gaan de zielen van gestorven katholieken, voor te kunnen worden toegelaten tot de hemel, eerst tijdelijk naar het vagevuur om daar te boeten voor de kleine nog niet vergeven zonden. Die overgang kan worden bespoedigd door een gebed van hun nabestaanden, met name tijdens Allerzielen dat ieder jaar op 2 november wordt gevierd. Maar om dat te kunnen bevatten, moet je toch wel erg goedgelovig zijn. Dat geloof ik tenminste.

wordt vervolgd