|
HANS EN GRIETJE IN AARDENBURG - 4 (19092022) Het aan de Oude Kerkstraat van Aardenburg gelegen Gele Huis is, zoals het vlakbij gelegen net het Huis van Hans en Grietje, hard aan een opknapbeurt toe. Het is een groot slecht onderhouden en leegstaand pand dat, hoewel er geen bord TE KOOP bij staat, hard aan een nieuwe eigenaar toe is. Als ik het zou zijn, zou ik het gebouw en de in de supergrote tuin gelegen garage slopen, het daarna in stukken knippen en doorverkopen. De grens met Vlaanderen is op loopafstand, Brugge en Gent vlakbij, en volgens de eigenaren van het B&B waar ik logeer verhuizen steeds meer Vlamingen naar Zeeuws-Vlaanderen omdat het financieel aantrekkelijker zou zijn. Er is zoveel ruimte in en om het Gele Huis dat er werk van zes kunstenaars kan worden geëxposeerd. In de voormalige garage heeft Folkert de Jong tijdelijk zijn installatie Wormwood geparkeerd, volgens het bijschrift bestaat die uit polyurethaanschuim, pigment, staal, kiddy ride machine en soundscape. Kiddy ride machine en soundscape??? Aldus attendeert de kunstenaar mij op mijn gebrekkige materiaalkennis en maakt duidelijk dat ik het contact met de hedendaagse kunst aan het kwijtraken ben. Dat wordt achteraf nog erger als ik de catalogus raadpleeg om zijn werk wat beter te begrijpen: “Wormwood is een sculpturengroep bestaande uit drie Christusbeelden zonder kruis. De figuren en het schreeuwerige geluid komt mysterieus over en roept een apocalyptische wereld op. ….... Zo verwijst Wormwood – Alsem in het Nederlands – naar een Bijbels motief uit de Openbaringen van Johannes, waarin het einde van de wereld wordt voorspeld.” Verder lezen of opgeven? Doorzetten! Zo ontdek ik dat Alsem – na efemeer het tweede onbekende woord vandaag - enerzijds de ster der ondergang is, voor zover zoiets zou bestaan en anderzijds deel van een plantengeslacht met als kenmerk dat het bitter is en behoorlijk giftig. Zoals het geloof zal ik maar zeggen. Ook zonder de kruizen, zie ik een hypermoderne kleurrijke interpretatie van de op Golgotha tussen twee misdagers gekruisigde Jezus. Op de platte garagevloer bewegen ze ongekruisigd dankzij afgedankte motortjes van een kiddy ride machine op het ritme van de muziek die uit de soundscape komt. In de verwilderde tuin naast en achter de garage is die grote legertent helemaal op zijn plaats. Ik herken dat ding gelijk, want tijdens mijn militaire dienstplicht sliepen we er met z'n allen in als we aan het oefenen waren wat we moesten doen als de Russische inval zou komen. Wanneer die zou komen was niet bekend, maar dat die zou gaan komen stond min of meer vast. In de tent exposeert Ingrid van de Linde “Who oh who are you? Are you my other I?” Spreekt geen enkele Nederlandse kunstenaar onze moedertaal meer? Desondanks duwt wat eronder staat “autowrak en video” me de tent in. Het autowrak is haar installatie CAR. Het wrak bestaat uit verroeste autoresten: motorkap, geen wielen, dak en ruiten, wel voorstoelen en een dashboard met een beeldschermpje, zo'n beetje op de plaats van de boordcomputer van mijn eigentijdse auto, waarop Children of Yemen, een video van 7 minuten continu wordt herhaald. Die toont beelden een gelijknamig project waarin de kunstenares op zoek was, en zo te zien op de speciaal opgetuigde website nog steeds is, naar kinderen die ze in 1999 tijdens een bezoek aan het land had gefotografeerd, maar dat door de oorlog die er heerst niet opnieuw bezocht kan worden. Verrassend is het en apart, maar ik heb er weinig mee omdat het zonder al die nadere tekst en uitleg - en zelfs daarna - behoorlijk ver van me afstaat. Tijd voor het Gele Huis dat het meest op een leegstaande winkel lijkt waarvan de eigenaar er al een tijd geleden de brui aan heeft gegeven. “Het was een ziekenhuisje van de nonnetjes”, antwoordt de charmante surveillante als ik haar vraag wat er vroeger werd verkocht. Nadien was achter in de tuin een autosloperij gekomen, waar we staan werden onderdelen en onderhoudsmaterialen verkocht, in de garage werd onderhoud en reparatie gedaan. Het roept bij mij onmiddellijk herinneringen op aan Rotterdam waar ooit op de hoek van de Breitnerstraat en de Mathenesserlaan de nonnen meisjes onderwezen in het Lyceum Maria Virgo. In die tijd woonden mijn tante Froukje, het jongste zusje van mijn oma, met oom Jan op de hoek er tegenover. Ze waren in de jaren 30 van de vorige eeuw van Friesland naar Holland geëmigreerd en hadden daar met name na de oorlog goed geboerd. Nadat mijn ouders naar Rotterdam waren verhuisd, mocht ik iedere week haar DAFje wassen en kreeg dan als het gedaan was een kogelflesje Coca Cola, in die tijd een exclusieve luxe voor iemand met ouders die zich slechts limonadesiroop met dat gechloreerde Rotterdamse water uit de kraan konden permiteren. Tijdens het autowassen of de cola, zag ik dan de in habijt geklede nonnetjes bij het uitlaten van de meisjes aan het einde van de schooldag. wordt vervolgd |