HANS EN GRIETJE IN AARDENBURG - 5 (29092022)

Behalve in de legertent en de garage in de tuin is er in het verlaten Gele Huis meer dan genoeg ruimte om het werk van nog vier andere kunstenaars te laten zien. De resten van bewoning van het totaal uitgewoonde pand vormen er een uniek decor voor: waar werd gewoond erg veel afgescheurd behang aan de muren, in één van de kamers een achtergelaten gaskachel waarvan het loskoppelen en weghalen waarschijnlijk duurder was, een mooie natuurstenen schouw zonder kachel in een andere kamer, een traditionele tegelvloer op de overloop, een gat in het plafond bovenaan de zoldertrap waardoor je tegen de onderkant van de dakpannen aankijkt.“Nee je mag niet naar boven, de zoldervloer is half verrot, je zou er zo doorheen zakken.” In de aftandse keuken leunt een houten strijkplank met schroeigaten in de overtrek tegen de muur, ernaast staat bij de wasbak van het achtergelaten aanrecht een grote waterketel, op de uit elkaar vallende kachelschouw ligt een stuk palmoliezeep met origineel doosje, aan het plafond hangen twee hedendaagse werken van Maartje Korstanje. Werken z.t. - zonder titel - gemaakt van karton, lijm en borduurwerk op jute. Volgens de catalogus onderzoekt de kunstenaar met karton als vast basismateriaal constant nieuwe mogelijkheden. Met dank aan de hedendaagse thuisbezorgdpandemie is er volop gebruikt karton beschikbaar en kan de kunstenares zich naar hartelust uitleven. Net als klei kan kletsnat karton in iedere denkbare vorm worden gekneed, terwijl een ouderwetse jute aardappelzak perfect is om het opdrogende karton bij elkaar te houden om het daarna verder te kunnen kneden tot hetkringloopkunstwerk z.t. klaar is. Het zal wel door die keuken komen dat beide kartonkleurige grillige vormen met wat rode vlekken mij het meest aan geslachte koeien doen denken.

Met Dave Meijer's Mijn atelier rondom (Basis) heb ik echt helemaal niets. Volgens de tekstschijver van de catalogus, of wie weet zijn het zijn eigen woorden, is heteen installatie die bestaat uit 36 picturale elementen die samen een compositie vormen. Wat ik zie, is een voor de gelegenheid gepleisterde en gewitte muur waarop 36 niet al te grote abstracte schilderijtjes hangen waarvan ik me goed kan voorstellen dat het één enkel doek simuleert. De beschrijving verklaart dat het strakke in witte en zwarte tinten op pure katoen, linnen en jute geschilderde horizontalen en verticalen zijn die vaak de basis vormen voor architectuur. Saai, maar daar blijft het niet bij. Naast de lege oude boekenkast heeft Dave van de vloer tot aan het plafond, als waren het boeken, een stuk of 50 witte doekjes van dezelfde maat gestapeld waarvan er een paar aan de zijkant zijn opgefleurd met een levendige kleur. Net een verticale steunbalk. Zo'n beetje op ooghoogte hangen vier in mooie blauwtinten beschilderde minipaneeltjes – nota bene mijn lievelingskleur – naast elkaar. Desondanks opnieuw weinigzeggend. Dat het nog erger kan, is te zien in de kamer waar Johnny Beerens zijn Oergrond II toont, met op het eerste gezicht gedroogde klei als basismateriaal, oegrond dus. Dat zie ik helemaal verkeerd want het werk is opgebouwd met vele lagen door de kunstenaar handgeschept papier van schelpengruis, fossiele haaientanden en van oude lakens gemaakte katoenpulp. Net zoals twee kamers eerder bij Maartje Korstanje een kringloopkunstwerk van een kunstenaar die claimt bezig te zijn om de grenzen van de schilderkunst te verleggen. Ik zou zijn aanvraag voor een visum zonder meer afwijzen, gebrek aan ambitie is hem echter allerminst te verwijten.

Tenslotte is in het Gele Huis een enigszins gedateerde – 2015 - installatie te zien van Tamara Dees die zij destijds Momentum doopte. Materialen: glas, lijsten en autolak. Ondanks de gebruikte zwarte autolak om het glas in de lijsten te blinderen, ziet het er vertrouwd uit, dat komt door de ovalen en ronde fotolijsten in vele maten en soorten die een generatie of twee/drie geleden in veel huizen zo'n beetje bij iedereen op of boven de schoorsteenmantel stonden en hingen. Het enige dat in Aardenburg ontbreekt zijn de portretfoto's van oma's en opa's en andere familieleden die er toen in zaten. De kunstenaar heeft weet ik niet hoe lang rommelmarkten en antiekwinkels af moeten lopen om al die lijsten en lijstjes bij elkaar te krijgen. Maar wie weet nu nog, na het vervangen van de Limburgse steenkool door het Groningse aardgas, hoe een schouw of schoorsteenmantel eruit zag? Bevrijdingsbaby's zoals ik en de kunstenaar zelf dus, over wie wordt uitgelegd dat ze als nazaat van Terneuzense scheepsbouwers en zeelieden in haar jonge jaren veel tijd aan de havenkant doorbracht – dat was vast en zeker het Kanaal Gent - Terneuzen - waarvan de torenhoge boten haar voor altijd zijn bijgebleven. Bovendien iets dat nog steeds in haar werk terug te zien zou zijn, hoewel mij dat totaal ontgaat, waarin “de zee als metafoor voor het mysterieuze, het grote onbekende, de eeuwigdurende reis.”

wordt vervolgd