|
HANS EN GRIETJE IN AARDENBURG - 8 (18102022) Die door een paar betonnen t-paaltjes ondersteunde slappe drooglijnen, waar overigens geen wasgoed aan hangt maar wel wat fleurige plastic wasknijpers slingeren, zaaien opnieuw twijfel: is het de installatie van een exposerende kunstenaar of gewoon de waslijn in iemands achtertuin? Wat me helpt het rechte pad weer te vinden is dat het allemaal sprekend lijkt op de drooglijnen in de tuin achter het huis van een goede vriendin en er niets over is te vinden op de wandelkaart van het kunstenfestival. Het zijn dus gewoon lijnen om af en toe nat wasgoed te drogen aan te hangen. Als overtuigd niet-gebruiker van zowel energievretende afwasmachines als wasdroogmachines vind ik het verrassend dat die lijnen nog zomaar in een tuin staan, want daarmee laten de bewoners toch sans gęne aan buren en voorbijgangers zien dat ze zo'n ding niet in huis hebben. Hoewel.... Die goede vriendin van de drooglijnen heeft naast de wasmachine wel een droogmachine staan. Maar goed, die draait alleen tijdens de goedkope nachturen. Ben onderweg naar het voormalig Archeologisch Museum van Aardenburg, een stadje waarvan ik tot voor kort nooit had gehoord. Wat is er hier ooit gebeurd en gevonden om een museum aan te wijden? Maar, zoals ze in mijn huidige woonplaats zeggen, On apprend tous les jours, je leert iedere dag wel wat. Net zoals mijn aan de Waal gelegen geboorteplaats Nijmegen – Noviomagum – lag het niet te ver van de Schelde gelegen Aardenburg – Rodanum – aan het begin van onze jaartelling aan de noordgrens van het Romeinse rijk. Vandaar. De collectie van het in een voormalig winkelpand gevestigde museum, dat eerder een goedbedoeld museumpje lijkt, interesseert me niet zo. Ik ben hier voor het werk van een gemelleerd gezelschap kunstenaars afkomstig uit India, Singapore, Zuid-Korea, Hawaii, Mechelen en de bijna buurgemeente Wuustwezel. Het enige dat ze gemeen hebben, is dat ze van over de grens komen en daarmee perfect voldoen aan het festivalthema Over Grenzen. Hoewel ik er tot vandaag van overtuigd was dat Wuustwezel nog net in Nederland lag, in plaats van net aan de andere kant in België.......... Dat slordige hoopje donkere aarde met wat brokken puin op de museumvloer is iets waar je netjes omheen loopt in de veronderstelling dat de schoonmakers het zijn vergeten op te ruimen. Het zou ook best weleens de artistieke impressie van een archeologische opgraving kunnen zijn en dus een kunstwerk, je weet maar nooit. Geen olieverf op linnen of zo, maar mixed media zoals dat in hedendaags Nederlands heet. 't Is best jammer dat niet meerdere bezoekers er per ongeluk overheen lopen en het al doende veranderen in een kunstwerk dat er tijdens de openingsuren voortdurend anders uitziet. Wie weet is het daarom niet in de catalogus terug te vinden. Na de veel te lange handbeschreven lap bubbeltjesplastic, de efemere installatie van Jorieke Rottier die in de schuur achter het Gele Huis hangt, zijn de eveneens vrijwel onleesbare handgeschreven teksten op de aquarellen en gouaches van de Indiase kunstenares Manjot Kaur stukken toegankelijker omdat ze zijn geďllustreerd met vogels, planten, struiken en half of helemaal ontklede vrouwen met op de plaats van het hoofd één of meerdere vogelkoppen of een lotusbloem. Het bijschrift heeft het over Hybrid Beings, meer niet. Ik val als een blok voor het werk waarop een mooie blote vrouw staat afgebeeld: benen in de spreidstand, ietwat door de knieën zakkend, een bloeiende lotusbloem bovenop haar hals, in beide handen kleinere lotusbloemen, welgevormde borsten en uit wiens toch wel ouderwets behaarde onderbuik bloemen of planten lijken te groeien. Nog meer uit te zoeken..... Wat helpt, is dat de kunstenaar aan de randen van het papier beter leesbare korte teksten heeft geschreven. Die waarop de White Bellied Heron – de aan de voet van de oostelijke Himalaya levende bedreigde Keizerreiger – in de tekst is afgebeeld met in de onbeschreven ruimte ernaast een vrouw met drie reigerkoppen en ontbloot bovenlijf heeft daarboven, als een soort kopregel, UTKANAYIKA the heroine who waits anxiously for her absent lover, het blijkt achteraf de sleutel om de deur te openen naar een wat mij betreft onbekende traditionele Indiase wereld. Het moet als UTKA NAYIKA worden gelezen, hetgeen verwijst naar acht Hindu heldinnen die al zo'n tweeduizend jaar door kunstenaars worden afgebeeld volgens de normen en waarden van de tijd waarin zij leefden en, zoals hier, de tijd van nu waarin Manjot Kaur leeft. De vrouwelijke heldin op wie ik ben gevallen, heet Lajja Gauri, een godheid die wordt geassocieerd met overvloed, vruchtbaarheid en erotiek. Aan het begin van onze jaartelling werd ze soms afgebeeld als een ongeklede vrouw die aan het bevallen is: achteroverliggend of achteroverleunend, opgetrokken knieën, benen gespreid. Mooie symboliek voor vruchtbaarheid en erotiek die, wat mij betreft, bijna tweeduizend jaar later door de kunstenares in Aardenburg zo'n beetje perfect opnieuw wordt getoond. wordt vervolgd |