|
HANS EN GRIETJE IN AARDENBURG - 9 (28102022) Wandelend naar Casa Portiera, de volgende expositieruimte in Aardenburg, voel ik me door het naambordje naast de voordeur van Rini & Conny Bofidin, die graag laten zien Feijnoordsupporters te zijn, heel even terug op Zuid. Mijn ouders waren vlak voor de zomer van 1957 van de aan de Roekenstraat 51 in Arnhem gelegen eensgezinswoning met voor- en achtertuin naar de driehoog gelegen portiekwoning aan de Goereesestraat 96c in Charlois verhuisd. In Arnhem woonden we op loopafstand van Nieuw-Monnikenhuize, het stadion van voetbalclub Vitesse, en keken vanaf Hoogte 80 neer op de groene grasmat, op de Rotterdamse zuidoever van de Maas woonden we stukken verder weg van de Kuip, het veel grotere stadion van het machtige Feijenoord. Daar waren lichtmasten gebouwd en ik herinner me als de dag van gisteren dat mijn vader me voor het eerst meenam naar een lichtwedstrijd. Toen een nieuw woord in de Nederlandse taal. Straat uitlopen, net om de hoek op de Pleinweg met buslijn 53 van de RET – de Rotterdamsche Elektrische Tram – naar het eindpunt bij de Breepleinkerk en dan over de Spoorbrug naar de Kuip lopen. In die Kuip hadden we dan wel een lullige staanplaats op de tegenover de Eretribune gelegen alleronderste houten ring, meer geld was er niet bij mij thuis, maar desondanks was het een belevenis die me voor altijd is bijgebleven. Als je de volgende dag half uitgeslapen op school kon vertellen dat je naar een lichtwedstrijd was geweest, had je gelijk verkering. Ik met Loesje....... Ruim 60 jaar later heb ik verkering met degene met wie ik vandaag in Aardenburg heel andere dingen dan voetballen aan het bewonderen ben en met wie ik zeker niet over Feijenoord zal beginnen. In het grote pand waarin Casa Portiera is gevestigd, zitten onder meer een bed&breakfast, een galerie en een restauratieatelier. Daar is op de begane grond een plekje gevonden om het figuratieve doek BWV 11 van Frank Leenhouts op te hangen. Op de voorgrond zit een langgerokte violiste achter de muziekstandaard op haar instrument te strijken, als rugdekking heeft ze drie keurig in het pak gestoken heren met muziekblad in de hand. Samen spelen en zingen ze BWV 11, het Himmelfahrtsoratorium van Johann Sebastian Bachdat op Hemelvaartsdag 1735 in première ging. Helaas komt de niet ter zake kundige kunstfestivalbezoeker hier pas achter als hij of zij, zoals ik nu dus, naderhand uitgebreid onderzoek doet, want zonder dat te weten stelt het doek weinig voor en daarna, ondanks de context, nauwelijks meer. Dit in tegenstelling tot het in de aanbieding zijnde houten beeld van een paardachtig beest met een mannetje op de rug, dat heeft op de linker voorpoot tenminste een klein briefje geplakt gekregen met een slordige handgeschreven uitleg en natuurlijk wat het kost: Vruchtbaarheidspaard. Herkomst: Oost-Timor ijzerhout. De jongen is later toegevoegd en van ander hout. €2.900,-. Wat mij betreft stukken interessanter dan die Bach spelende en zingende musici én iets om te melden aan mijn vriend Jos die zich met geroofd cultureel erfgoed bezighoudt, dat hier in Aardenburg zomaar in een winkel te koop is. Maar och, Oost-Timor was een onaanzienlijke Portugese kolonie die zelfs niet blijvend door Indonesië werd ingelijfd, doch sinds 2002 de República Democrática de Timor-Leste is. In voormalige Bakkerij Henry, de bijna buren van de Casa, is de lichtbox Exodus te zien van de in Schoten bij Antwerpen geboren en daar in Borgerhout wonende kunstenaar Philip Aguirre y Otegui. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog vluchten zijn grootouders vanuit het Baskenland naar België, waar zijn Joodse grootmoeder vervolgens tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter zou worden vervolgd vanwege haar geloof. Daardoor, zo weet ik vrijwel zeker, wordt zijn werk beheerst door de thema's vluchtelingen en migratie. Mede naar aanleiding van de Rwandese Tutsi genocide in 1994, verzamelde hij tijdens een reis door Senegal de op het strand aangespoelde teenslippers van migranten/vluchtelingen en legde daarmee een lang spoor in de droge woestijn waarvan hier een foto is te zien. En dat het daar kurkdroog is, weet ik uit eigen ervaring. De lichtbox karakteriseert treffend de voetsporen waar ook ter wereld van mensen die op zoek zijn naar een beter bestaan dan dat zij in hun thuisland hebben. Nog altijd een buitengewoon actueel thema. In de weer wat verder gelegen Heilige Maria Hemelvaartkerk worden de enorme op foto's lijkende schilderijen van lege landschappen van de net over de grens wonende Koen van den Broek getoond. Die interesseren me stukken minder na zowel op een bord naast de ingang als in de kerk, de geschiedenis te hebben ontdekt van Maria met de Inktpot, de beschermheilige van de kerk, die lange tijd het einde was van een aan haar gewijde pelgrimsroute. De kerk werd gebouwd tijdens de grote kartholieke kerkenbouwwoede van de tweede helft van de 19e eeuw nadat de overheidsbemoeienis met godsdienstvrijheid en kerkenbouw was afgeschaft. wordt vervolgd |