|
HANS EN GRIETJE IN AARDENBURG - 13 (14122022) Voor de laatste expositie van #KFA22 achter me te laten, doodgewoon door de Sint-Baafskerk uit te lopen waar de fleurige tropische bomen en keramieken dubbelfiguren van Maen Florin worden geëxposeerd, draai ik me nog één keer om. Waarom? Om nog één keer die door haar opgesierde honderden jaren oude grafsteen te bekijken. Behalve de in de steen gehakte afbeelding van het eronder rustende elegant geklede echtpaar met een hondje aan hun voeten en met zowel onleesbare namen er op als een onleesbare tekst langs de randen, heeft de keramiste boven hun hoofden tijdelijk een eigentijds blauw ovalen object geplaatst. Oneerbiedig? Zeker weten! Dat het me toch aanspreekt, komt omdat het me spontaan doet denken aan mijn eigen al kant en klare grafmonument. Dat bestaat uit een plaat Azul Bahia, blauw Braziliaans graniet, waarop excentrisch twee licht opbollende ovalen van messing – net goud – staan, die op hun beurt worden bekroond door een wat kleiner ovalen element van superglad geslepen blauw graniet dat nogal lijkt op dat wat ik hier in keramiek zie. Het mijne ligt in Nijmegen te wachten totdat ik ergens in de toekomst eraan toe zal zijn om eronder te kruipen. Net buiten de kerkdeuren staat het borstbeeld van een bejaarde dame met een hoofdkapje over het haar: Petronella Moens. Haar vader werd in 1764 beroepen als tweede predikant van de kerk, dat was in de tijd dat de gemiddelde protestantse gemeente of katholieke parochie nog volle kerken trok en een enkele predikant of pastoor niet genoeg was om alle gelovigen bij te kunnen staan. Het beeldje staat aan het begin van de naar haar vernoemde ommegang als een soort handtekening voor de twaalf gedichten die de smalle tuin naast de kerk opsieren: de in 1810 gepubliceerde De twaalf maanden des jaars. De dichtregels staan onder een tijdgebonden afbeelding en hebben als titel de traditionele Germaans aandoende namen van de maanden: Louwmaand, Grasmaand, Oogstmaand, Wijnmaand, Slagtmaand, enzovoort, in plaats van de namen die wij beter kennen: januari, april, augustus, oktober, november, enzovoort, die Latijnse wortels hebben. Petronella liet zich er dan ook op voorstaan een traditionalist te zijn. Zo omschrijft ze bijvoorbeeld augustus: OOGSTMAANDJa vreugde omkrans'nu kruik en beker. 't Is Hoogtijd. 's Landmans ruime schuur Niet echt mijn ding. Wat mij daarentegen behoorlijk intrigeert, is de door haar geschreven roman Aardenburg, of de onbekende Volksplanting in Zuid-Amerika, eerste druk 1818. Het werelddeel waar ik ruim een kwart van mijn leven heb gewoond, gewerkt en uitgebreid heb gereisd. Tot mijn verbazing kom ik het bij de eerste poging gelijk al tegen voor minder dan €10 - inclusief verzendkosten! - bij bol.com. Het is een door de Amsterdam University Press in 2001 heruitgegeven en zwaar geredigeerde versie, waarin na een eindeloze literair wetenschappelijke inleiding van 38 pagina's zowaar de 92 pagina's volgen met de flink ingedikte oorspronkelijke tekst. Nieuwsgierig en vol goede moed begin ik te lezen en bevind me gelijk al in Quito, de hoofdstad van Ecuador, aan de voet van de 6.263 meter hoge Chimborazo, de hoogste uitgedoofde vulkaan van de Andes. Daar is de oude heer Tavenier in gesprek met de hem vergezellende vrome vrije neger Reinhart, een gesprek dat is doorspekt met verwijzigingen naar God en de bijbel. Mijn indruk is sowieso dat die vrome vrije neger niet al te vrij is en vroom wordt genoemd omdat hij het traditionele geloof van zijn voorouders heeft afgezworen en zich tot het christendom heeft bekeerd. Hoewel de Trans-Atlantische slavenhandel in 1815 al was afgeschaft, werd in het Koninkrijk der Nederlanden de slavernij wettelijk pas na 1860 geleidelijk aan afgeschaft. Iets dat de in 1843 overleden schrijfster, die zich overigens herhaaldelijk uitsprak tegen slavenhandel en slavernij, niet heeft mogen meemaken. De tekst is vrijwel onleesbaar, na het eerste hoofdstuk geef ik het op. Einde Aardenburg in Zuid-Amerika, einde Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen. epiloog volgt |