HET JAAR VAN DE BAKSTEEN (31122022)

Het begon stomtoevallig halverwege dit jaar in Alem, een dorp niet te ver van waar een goede vriendin woont. Daar, in de Bommelerwaard, ligt een grafheuvel die ter plaatse den Berg wordt genoemd. Het is of was de privé begraafplaats van Cornelus Schiffer en familie, de oprichter van Steenfabriek Rossum. In het dorp stond op een laag muurtje naast de katholieke kerk een aan Sint Odrada gewijd monumentje met de signatuur van G. Dericks , een monumentje dat uit slechts een paar keramieken tegels bestaat. Via Dericks kwam ik in het Land van Maas en Waal terecht, in Druten. Daar was hij in 1878 mede-eigenaar geworden van een steenbakkerij die speciaal was opgericht om de bouwkosten van de door Piere Cuypers ontworpen Ewaldenkerk in de klauw te kunnen houden. Al doende maakte ik kennis met de neogothiek, de vroege toepassing van glazuur op keramieken tegels en op bakstenen en heb daardoor ongeveer het bouwjaar – eind 19e-/begin 20ste eeuw – van hele straten en/of woonhuizen in het vaderland leren herkennen zonder naar een jaartal hoog in de gevel te hoeven zoeken. Tenslotte maakte ik via een andere omweg - een goede vriendin van mijn goede vriendin – kennis met de steenfabrieken in de naast Nijmegen gelegen Ooijpolder waar haar grootouders niet eens zo lang geleden de steenbakkerijen van Terwindt & Arntz bezaten. Terwijl ik ervan overtuigd was dat na in juli de Ooijpolder te hebben verkend het jaar 2022 wat bakstenen betreft voorbij was, kwam er in oktober een onverwachte verlenging. Dat begon met de kop van een recensie in de Volkskrant van 7 oktober: ”De tentoonstelling Baksteen|Brick in Kunsthal Kade barst van enthousiame uit haar voegen. Een indrukwekkende ode aan de doodgewone baksteen.” Een week later kwam de recensent van de NRC niet verder kwam dan: “Vermakelijke ode aan de baksteen” en het jammer vond dat architectuur zelf nauwelijks aan bod kwam. Moest dat dan? Uiteindelijk lukt het om in de laatste week van het jaar, een paar dagen voor de sluiting, in Amersfoort de tentoongestelde bakstenen te gaan bekijken.

Kunsthal KAdE - K unst A an d e E em – ligt bijna aan de Eem, het riviertje dat vanaf de wat verder stroomafwaarts gelegen Koppelpoort door Amersfoort stroomt en 18 kilometer verderop uitmondt in het Eemmeer. Als ik tegen de controleur bij de toegang naar de expositieruimte zeg de bakstenenexpo te willen zien, reageert die droogjes met “we hebben alleen maar bakstenen meneer, verder niets...” Tenslotte is een kunsthal geen museum maar een expositieruimte en is KAdE , in tegenstelling tot de Rotterdamse Kunsthal, bovendien behoorlijk monogaam: de exposities zijn over het algemeen aan één thema gewijd of tonen het werk van één beeldend kunstenaar. Eenmaal binnen staan in een vitrine gelijk al de eerste niet alledaagse toepassingen van de baksteen: de Community Brick , een rechtopstaande gladde baksteen waar Immo Jalass op de zijkant een handgreep heeft geschroefd – net een damestasje – met ernaast Vacation , twee plat liggende wat ruwere bakstenen waarop door Toni Spyra de plastic beugels van afgedankte teenslippers zijn geplakt. Is dit nu wat de recensenten een lofzang op de baksteen vinden? 't Is niet eens aarzelend neuriën. Maar wat niet is kan nog komen, want behalve echte bakstenen, staan er stenen afgebeeld op papier en linnen met potlood en acryl, als onderdeel van een kunstwerk of een propaganda-affiche uit de voormalige USSR of op de foto van een boekenkast met bakstenen in plaats van boeken tot en met een met echte bakstenen gevulde koffer en met hulpmiddelen bij het metselen zoals de opgeleukte Betonmolen van Wim Delvoye en een kleine Troffel van Claes Oldenburg , een veelkleurige miniversie van de 11 meter hoge blauwe troffel die bij Kröller-Müller staat. En dan is er de lichtblauwe pallet waarop Suzie van Staaveren haar 400 met de hand in verschillende kleuren en motieven geglazuurde bakstenen heeft gestapeld, die iedere keer als ze het werk tentoonstelt opnieuw moeten worden gestapeld waardoor haar kunstwerk er nooit twee keer hetzelfde uitziet.

Als toegift zijn er grote installaties van bakstenen te zien in de Elleboogkerk , die zoals de meeste andere kerken die ik in 2022 binnenging, bij gebrek aan gelovigen tegenwoordig een expositieruimte is. Behalve de door Ugo Rondinone , wiens vader metselaar was, het met lila olieverf op jute geschilderde bakstenenen patroon en de tafeltennistafel waarop Joost van der Toorn het netje in het midden heeft vervangen door een bakstenen muurtje met glasscherven erop, zijn de overige installaties alles behalve bescheiden van formaat. Amusant vind ik Springtime van Peter Land , een op een abstracte golf lijkende stapel stenen waaruit een hand steekt: iemand die dreigt te verdrinken en om hulp smeekt? In mijn ogen is Tkaf van Latifa Echakhch het enige echte kunstwerk in de kerk. De installatie in een hoek op de vloer is een grillig patroon van hele, halve, brokken en het stof van oranjekleurige bakstenen met op de witte muur erboven de afdrukken van de vuile oranje handen die ze kreeg bij het maken ervan. En... als het ergens anders wordt geëxposeerd, lijkt het hetzelfde maar is het net iets anders. Bijzonder! Tenslotte koop ik in de museumwinkel de catalogus en verbaast het me allerminst dat die de vorm heeft van een perfect gebakken Nederlandse baksteen.