|
EVEN TERUG NAAR LAGOS – 2 (25012023) O ja, laat ik nu gelijk maar bekennen tijdens mijn bijna tien Lagosjaren, net zoals de Britse kolonialen voorheen, op het eiland Ikoyi te hebben gewoond. Eerst op Awolowo Road met uitzicht op het aan de overkant van het water gelegen net zo welvarende Victoria Island en daarna op 1st Avenue met vanaf de 12e en hoogste verdieping een spectaculair uitzicht over de lagoon naar Mainland Lagos in de verte. Én tijdens de spitsuren neerkijkend op de files van de mensen die van hun huis op het vaste land naar hun werk op de eilanden heen en weer reden. En laat ik dan ook maar toegeven al die jaren lid te zijn geweest van de alleen voor welgestelde Nigerianen en goed verdienende expats betaalbare Ikoyi Club met zijn tennisbanen, sportschool, zwembaden, squashcourts en wat dies meer zij. Toen ik een maand of drie/vier voor eind 1989 vanuit Libreville, de rustige hoofdstad van het Franssprekende Gabon, in Lagos, de chaotische hoofdstad van het Engelssprekende Nigeria, terecht kwam, wist ik net als Rem Koolhaas vrijwel niets van het land en de stad. Behalve dan dat er bij mijn werkgever maar weinig Europeanen en Amerikanen graag wilden werken. Nigeria had daardoor een flinke expat-allowance, zeg maar een ongemakkentoeslag of eerder nog een aanmoedigingspremie, waardoor stevige salarissen konden worden verdiend. Gezien de financiële verplichtingen die ik door een vechtscheiding had opgelopen, was het kiezen tussen terug naar Nederland of naar Nigeria te gaan niet al te moeilijk geweest. Mijn eerste taak in Lagos was het samen met een team voorbereiden van een conferentie voor potentiële kopers van het in de toekomst te produceren vloeibaar aardgas. Pas nadat er lange termijn verkoopcontracten zouden zijn getekend, zou projectfinanciering beschikbaar zijn. De mogelijke kopers kwamen hoofdzakelijk uit de Verenigde Staten, het waren mensen die nog nooit in Nigeria of Afrika waren geweest en Lagos net zo eng vonden als Rem Koolhaas nadien. Zelf viel ik met mijn neus in de boter omdat er door mijn werk gelijk al op een ontspannen manier kennis kon worden gemaakt met Lagos en met Nigerianen uit het hele land die op heel verschillende treden van de maatschappelijke ladder stonden. Zodoende voelde ik me kort na mijn aankomst meteen al op mijn gemak. Al voor de opening van de Rotterdamse Kunsthal op 1 november 1992 beklaagde directeur Wim van Krimpen zich over de architectuur van Rem Koolhaas, die voor het inrichten van exposities in het uit zeven ruimtes – de 7 hallen – bestaande gebouw absoluut niet voldeed. En, dat weet ik uit eigen ervaring, voor de bezoeker een soort puzzelrit is die begint met het vinden van de ingang. Zo wilde ik kort geleden In the Black Fantastic bekijken, volgde eenmaal binnen keurig de “wegwijzers” naar Hal 3 en kwam in Hal 2 terecht. Daar aan suppoosten de weg gevraagd om een paar minuten later opnieuw bij dezelfde suppoosten uit te komen. Waarna één van die dames me, zij het figuurlijk, bij de hand nam en onderaan de trap naar Hal 3 bracht. Want ja, het gebouw is nu eenmaal een tegen de Westzeedijk aangebouwde doolhof. In die hal waren dan weer met tussenschotten(?) aparte ruimtes gecreëerd waardoor ieder van de exposerende kunstenaars een eigen ruimte had om zijn/haar werk te laten zien, met in een hoek van twee ervan een achter een zwaar zwart gordijn verscholen kleine donkere ruimte. Bij de eerste waar ik achter het gordijn wilde kijken, hing een soort Pietje Bell-waarschuwing. Zo eentje als waarmee vlak voor de televisievertoning in de Kerstvakantie de leeftijdsgrens voor die kinderfilm vanwege “gewelddadige scènes” werd aangepast van alle leeftijden naar voor boven de twaalf jaar. Hoewel het in de Kunsthal een korte film betreft van de Afro-Amerikaanse Kara Walker waarin zij met uit zwart papier geknipte silhouetten haar fantasieën uitbeeldt over seks en geweld tijdens racistische en terroristische gebeurtenissen in het verleden van de Verenigde Staten: <- Tentoonstelling gaat hier verderDit werk omvat artistieke afbeeldingen van raciaal geweld en flitsende beelden. Desondanks schoof ik het gordijn opzij om te gaan kijken naar Prince McVeigh and the Turner Blasphemies, een film uit 2021 die niet erg druk werd bezocht. Ik was de enige. De titel verwijst naar Timothy McVeigh, een blanke Amerikaanse nationalist/terrorist die in april 1995 een bomaanslag pleegde op een overheidsgebouw in Oklahoma City waarbij 168 mensen werden gedood en bijna 700 werden gewond. De zwarte silhouetten worden door rode streepjes aan de handen bewogen alsof het Javaanse wajangpoppen zijn, bloed, ontploffingen en het afvuren van wapens worden door de kunstenaar met rode flitsen en vlekken gesuggereerd en geven tenminste wat kleur aan de film. Dwalend door de Kunsthal, die door het chaotische Lagos lijkt te zijn geïnspireerd, kan ik haast niet geloven dat Rem Koolhaas pas jaren na de oplevering ervan naar Nigeria was gegaan, maar denk wel dat ik begin te begrijpen waarom chaos hem zo fascineert. wordt vervolgd |