|
EVEN TERUG NAAR LAGOS - 7 (10032023) Terug naar waar het allemaal mee begon, terug naar Rem Koolhaas en de door hem opgeroepen herinnering aan mijn jaren in Lagos, terug naar de door hem en zijn team ontworpen Kunsthal om daar In the Black Fantastic nog eens te bekijken. Vandaag loop ik niet langs het Depot Boijmans van Beuningen – ontworpen door die mondvol concurrent MVRDV - en daarna door het steeds kleiner en drukker wordende Museumpark, het laatste stukje groen dat over is van het Land van Hoboken. Vandaag loop ik langs de Tunneltraverse in de richting van de Nieuwe Maas met aan de rechterkant van die toegangsweg naar de Maastunnel de lelijke blinde achtergevel van Little C, de C van de aan de voorgevel ervan gelegen Coolhaven. Het is een nogal compact complex dat door de ontwikkelaar als “fijnmazig” wordt beschreven. Het zijn appartementen en werkplekken waarvan het ontwerp geïnspireerd zou zijn door de voorheen in havens net zo dicht op elkaar staande pakhuizen. Aan de linkerkant staat het nog te slopen restje van het in 1961 ingewijde Dijkzigtziekenhuis, het destijds ultramoderne ziekenhuis dat ik in het eerste kwart van mijn leven heb zien bouwen en nu in het laatste kwart ervan gesloopt zie worden nadat het al was overschaduwd door de veel hogere witte gebouwen van het Erasmus MC. Het oorspronkelijke ziekenhuis was vernoemd naar de Villa Dijkzigt, het buitenhuis van de familie van Hoboken, de eigenaren van het grootste deel van de Coolsche Polder. De villa lag er in een parkje omgeven door een enorm polderachtig weidegebied waarop, zoals op oude foto's is te zien, vee graasde en hooi werd gewonnen. Het 56 hectare grote landgoed – 1 hectare = 10,000m², een voetbalveld meet 7.000m² - werd in 1924 aan de gemeente Rotterdam verkocht onder voorwaarde dat het voortaan als Dijkzigt zou worden aangeduid en is sindsdien vrijwel vol gebouwd. Op het Museumparkt na. In de tegenover het Koningin Emmaplein, dat een eeuw geleden in Rotterdam het Rijkeluishofje werd genoemd, gelegen voormalige villa is tegenwoordig het Natuurhistorisch Museum gevestigd dat in 1993 de Kunsthal als buur kreeg. Aan het einde van de Tunneltraverse voor voetgangers linksaf de Westzeedijk op, onderdeel van de vanaf de Schiedamse Schiemond tot aan Gouda lopende Schielands Hoge Zeedijk. Toen Villa Dijkzigt er halverwege de 19e eeuw werd gebouwd, vormde die nog stukken lager gelegen dijk vanaf de Parksluizen tot zo'n beetje de Westersingel de noordkant van het landgoed. Na de Watersnoodramp van 1953 werd de dijk op Deltahoogte gebracht waardoor het voormalige Land van Hoboken en de villa in “de diepte” kwamen te liggen. Datzelfde hoogteverschil plus de aan de voet ervan lopende parallelweg moesten door Koolhaas worden overbrugd in zijn ontwerp voor de Kunsthal, met andere woorden: de ideale plek om een van buiten strak ogend maar van binnen chaotisch gebouw neer te zetten. De ingang situeerde hij op het lagere polderniveau, liet een paar hoger gelegen expositieruimtes boven de kruin van de dijk uitsteken en creëerde een miniglijbaan dwars door het gebouw heen om vanaf de dijk de ingang te kunnen bereiken en daarmee in het gebouw een puzzelrit om de exposities in de op verschillende lagen aan de beide zijden van dat glijbaantje liggende zalen te kunnen vinden. Achteraf bekeken heeft zo'n zoektocht best een gekke kant omdat je aldoende soms een kunstenaar ontdekt waarin je vooraf niet was geïnteresseerd, zoals ik deze keer in Madeleine Berkhemer. Toevallig staat in de open lucht aan de dijk haar Legshow II : drie metalen kamerschermen van sierlijke vrouwenbenen. Het zijn alles behalve de traditionele solide schermen bedoeld om degene die zich erachter kleedt of verkleedt tegen ongewenste blikken te beschermen, maar vooral tot doel lijken te hebben om de potentiële voyeur te verleiden tot gluren. Binnen staan en hangen in Hal 3 – zaal 3 – de sensuele kunstwerken waarmee de jong overleden Rotterdamse kunstenares me zonder al te veel moeite verleidt om wat langer naar haar veelzijdige werk te kijken, terwijl ik vooraf dacht haar werk niet eens te kennen. Zoiets als afgelopen zomer toen ik na het Snoephuisje van Hans en Grietje van Maria Roosen in Aardenburg te hebben gezien, later ontdekte dat zij de maakster was van het totaal tegenovergestelde Eenzaam avontuur, het Anna Blaman motormonument, had ik geen flauw idee dat Lost Pearl, de parelketting in het Park schuin aan de overkant, door Madeleine Berkhemer werd geregen. Mede omdat haar werk wordt beschreven als: een veelzijdige oeuvre dat bestaat uit onder andere expliciete erotische tekeningen en pin-upfoto’s, marmeren beelden, gebruiksvoorwerpen, installaties, collages en kunstwerken voor de buitenruimte. Ook maakt ze abstracte sculpturale installaties, waarin erotiek nog steeds een belangrijke rol speelt, verbeeld door middel van pantystof en ronde vormen. Vertaalt naar wat ik hier zie: veel hooggehakte damesbenen, sculpturen van rode panties aan het plafond en enorme erecte penissen die door ontklede jonge vrouwen worden beklommen de hoofdrol spelen, waardoor In the Black Fantastic toch nog maar even moet wachten. wordt vervolgd |