|
EVEN TERUG NAAR LAGOS - 9 (30032023) Omdat ik meer dan tien jaar in West-Afrika heb gewoond en rondgereisd, bekijk ik het In the Black Fantastic getoonde werk van kunstenaars “in de Afrikaanse diaspora” met de ogen van iemand die denkt ietwat beter op de hoogte te zijn met wat daar speelt. In ieder geval beter dan de exposerende kunstenaars, de conservatoren of de andere bezoekers. Daarom zeggen de Soundsuits van Nick Cave of Rashaad Newsome's Anista, een op haar rug liggende zwarte vrouw met één hoog in de lucht gestoken been die is gekleed in een kortgerokt jurkje met een diep decolleté, gemaakt van het kleurige Ghanese Kente, me helemaal niets. Dat is wel het geval als ik voor de zoveelste keer een half verduisterde zaal inloop, de zaal waarin de Ambassadors van Hew Locke staan. Vier beelden van ruiters te paard tegen de achtergrond van grijs behang met traditionele Guyanese huizen waarop zijn kleurrijke fotoserie How do you want me? is gehangen. Als ik dan in de toelichting lees dat er op één van die ruiters een afbeelding van Toussaint Louverture staat, begint een korte sentimental journey om die leider van de slavenopstand tegen de Fransen in hun kolonie Saint-Domingue te ontdekken. Het Caribische eiland dat in 1492 door Columbus werd ontdekt en dat hij la Española doopte, hetgeen door de cartografen tot Hispaniola werd verbasterd...... Het eiland zou in 1697 bij de Vrede van Rijswijk - in mijn jongere jaren was dat Rijswijk ZH omdat er een dorp in NB was dat ook zo heet – worden verdeeld. Spanje kreeg 2/3e aan de oostkant, wat nu de Dominicaanse Republiek is, Frankrijk kreeg de rest, het huidige Haiti. Toen ik begin 2006 naar mijn idee veel te jong werd gepensioeneerd, had ik in de maanden ervoor iedereen die ik sprak laten weten niet op te willen stoppen met werken en beschikbaar te zijn. Het eerste voorstel kwam vrij snel, echter met een voorbehoud: we kunnen je niet betalen wat ze je in Buenos Aires betalen. Waarop ik, geheel naar waarheid, kon antwoorden dat het salaris me niet zo interesseerde. Een plek om te wonen, een auto en wat ze me wel zouden kunnen betalen was wat mij betreft ok, want mijn genereuze pensioen was toch al meer dan wat ik nodig had. Aldus arriveerde ik ruim 500 jaar na Columbus op Hispaniola, in Santo Domingo, hoofdstad van de Domicaanse Republiek. Na een week of wat vroeg een Dominicaanse collega na het weekeinde “je bent zeker naar het strand geweest?”, kennelijk de routine van eerdere blanke collega's. Ze was nogal verbaasd dat het strand mij niet zo aantrok. Want ja, in Libreville grensde het strand aan de tuin van mijn huis, in Lagos was ik 10 jaar lang vrijwel ieder zondag met een groep collega's naar onze beachhut zo'n 40 kilometer buiten de stad gegaan en in Rio de Janeiro lag het strand aan het eind van de straat waar ik woonde. Kortom: ik was behoorlijk strandmoe. Wat me dan wel interesseerde? Ik vertelde haar lang in West-Afrika te hebben gewoond en wilde proberen te ontdekken wat hier eventueel nog van door slaven meegebrachte gewoontes gevonden zou kunnen worden. Vervolgens stelde ze me een paar dagen later voor aan haar zus Maria Luisa, professor antrolopogie aan de Universiteit van Santo Domingo die zich hiermee bezig hield, maar nooit in Afrika was geweest. Het klikte gelijk, we waren wat in het Engels zo mooi a perfect match heet en hadden vervolgens een erg goed jaar samen. Zij vertelde mij over vermoedelijk uit Afrika afkomstige gebruiken en kon me dat soms ook laten zien, ik kon haar uit eigen waarneming vertellen of die al dan niet een band hadden met Nigeria, Bénin of Ghana. Aldus gingen we een keer naar Pedernales in het zuidwesten van de Dominicaanse Republiek, waar de gelijknamige rivier sinds 1929 officieel de grens is, met op de Haïtiaanse oever Anse-à-Pitres. Bij die grensrivier was ik terug op het Nigeriaanse platteland: vrouwen die in de rivier de was aan het doen waren, kinderen die in het water speelden, veel vrouwen die een bak met wasgoed op het hoofd droegen, of die met een bak groenten of fruit op het hoofd over de smalle voetgangersbrug of door de ondiepe bedding naar de Dominicaanse kant van de rivier liepen om dat daar te gaan verkopen in de overdekte markt van Pedernales, een vrachtwagen met een open laadbak vol mannen onderweg naar hun werk. Niemand werd gecontroleerd en, zoals dat ook aan de grens tussen Nigeria en Bénin ging, zou dat sowieso vrij zinloos zijn geweest omdat toch bijna niemand zo'n document heeft. Mijn paspoort was in Santo Domingo achtergebleven, Maria Luisa had de identiteitskaart van de universiteit om haar nek gehangen. Ze kletste wat met de geüniformeerde mannen die er rondhingen waarna we mochten doorlopen en ik onverwacht een kijkje kon gaan nemen in het Haïti van Toussaint Louverture. slot volgt binnenkort echt |