|
TERUG NAAR ELMINA - 3 (16052023) Wel eens van de Alteratie van Amsterdam gehoord? Ik niet. Die Alteratie was op 26 mei 1578 toen 10 jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog de katholieke Amsterdamse stadsregering, die nog altijd trouw was aan de Spaanse kroon, werd afgezet. Niet zozeer uit overtuiging, maar puur om de poen omdat de handel waarop de stad dreef verdween naar de steden die de Spaanse koning wel aan de kant hadden gezet. De katholieke kerken werden overgenomen door de Calvinisten, er vond een mini-beeldenstorm plaats en die kerken kregen een aan het andere geloof aangepaste naam. Aldus werd de Sint Nicolaaskerk de Oude Kerk. En, hoewel ik ervan overtuigd was dat die kerk al jaren een museum is, worden er volgens zeggen nog iedere zondag protestante erediensten gehouden. Hoe dat mogelijk was met die enorme installatie Garden of Scars van de in Tamale, in het islamitische noorden van Ghana, geboren en woonachtige beeldend kunstenaar Ibrahim Mahama, blijft me een raadsel. Waar ik niet aan twijfel is dat er nooit een christelijke Amsterdamse kunstenaar zal worden uitgenodigd om in één van de klassieke moskeeën van Tamale te komen exposeren. Waarop ik dat baseer? Niet alleen in Ghana, maar ook in de buurlanden Ivoorkust, Togo, Benin en Nigeria wonen in het noorden tegen de Sahara aan vooral moslims en meer in de richting van kust met de Atlantische Oceaan, makkelijker bereikbaar voor Europese missionarissen en zendelingen, vooral christenen. Dat ze weinig gemeen hebben, werd mij vooral duidelijk toen mijn toenmalige Nigeriaanse geliefde haar burgerdienstplicht in het noorden moest vervullen. Ze werd verplicht kleding te dragen die hoofd, armen en benen bedekte en werd op straat desondanks toch nog regelmatig voor vuile christenhoer uitgemaakt. In het vroege werk van Ibrahim Mahama staan afgedankt materialen, vervallen strukturen of een combinatie van beide centraal. Zo is er die grote installatie van de afgedankte door schoenpoets mooi gekleurde kistjes waarmee Ghanese schoenpoetsers op straat hun dagelijks brood verdienden: schoenpoets, borstels, poetsdoeken en het beschermende kartonnetje voor de kleding van de klant er in en bovenop een houten steuntje om de schoenen met de voet er in tijdens het poetsen op te laten rusten. Daar zit de poetser dan op zijn knieën voor om zijn werk te doen. Nou ja, die kleurige kistjes werden op verzoek van vertegenwoordigers van de kunstenaar afgedankt in ruil voor een splinternieuw kistje dat dan weer door vuile borstels en poetsdoeken kon worden opgefleurd. Elke keer dat deze installatie wordt geëxposeerd, moet die ergens anders worden afgebroken of uit de opslag worden gehaald om opnieuw te worden opgebouwd en ziet ie er anders uit. En dan waren in zijn vroege werk de in zijn omgeving vervallen en verlaten gebouwen die hij aan het oog onttrok door ze in te pakken met aan elkaar gehechte onbruikbaar geworden jute zakken. De meeste bouwwerken werden kort na de onafhankelijkheid in 1957 tijdens het links leundende bewind van Kwame Nkruma met Sovjet hulp gebouwd, zoals die afzichtelijk grijze betonnen silo's voor de opslag van cacaobonen en graan. Wat dat betreft denk ik te weten waar ik het over heb. Drie jaar lang fietste ik in Rotterdam iedere schooldag vanaf mijn ouderlijk huis in Charlois naar mijn school in Kralingen langs de gigantische grijze betonnen graansilo van de GEM – Graan Elevator Maatschappij - die in 1910 aan de kop van de Maashaven was gebouwd en twintig jaar later nog eens flink werd uitgebreid. Midden in de haven lagen aan boeien afgemeerde graanschepen met aan beide kanten een drijvende elevator om ze leeg te zuigen totdat het in 2003 ophield. Hoe het er ooit uitzag op die eenvoudige linker Maasoever, is hoog in de gevel van het Elevatorhuis te zien, voorheen het directiekantoor van de GEM in het stukken chiquere Scheepvaartkwartier op de andere Maasoever. De eerste projecten die Ibrahim Mahama na het afronden van zijn studie aan de kunstacademie van Kumasi ondernam, waren dus die inmiddels vervallen en niet meer in gebruik zijnde Sovjet silo's en andere vervallen en verlaten gebouwen aan het oog te ontrekken door ze in te pakken met een reusachtige op maat gemaakte zak die bestond uit weet ik niet hoeveel aan elkaar genaaide afgedankte jute zakken. Jatwerk of juist geïnspireerd door het werk van het echtpaar Christo en Jeanne-Claude? Ik houd het op het laatste. Waarom? Omdat Christo en Jeanne-Claude alleen beroemde bouwwerken inpakten, zoals de Berlijnse Reichstag met een luxe zilver-blauwe stof en waarmee na hun dood ook de Parijse Arc de Triomphe zou worden ingepakt. Daarentegen hield Mahama zich bezig met het bekleden van ver buiten toerisische routes gelegen vervallen bouwwerken zonder enige patriotische betekenis die hij bekleedde met even onbruikbaar geworden jute zakken waarin ooit weet ik wat voor produkten over de hele wereld waren vervoerd. Waarde van zowel gebouw als verpakking nul komma nul, die door Mahama's ingreep een onbetaalbare esthetische waarde kregen. wordt vervolgd |