|
KUNST & LICHT (04072023) Was het de advertentie van het Krona Museum in de Volkskrant: In het LICHT – Middeleeuwse topstukken gecombineerd met het werk van Olafur Eliasson, Navid Nuur, Marinus Boezem, Suzan Drummen en vele anderen of was het de recensie in diezelfde krant die mij meer dan nieuwsgierig had gemaakt om voor het eerst van mijn leven naar Uden te gaan? Het museum dat, toen ik ernaar zocht, tot niet al te lang geleden nog het Museum voor Religieuze Kunst heette en eerlijk gezegd zou ik veel minder aandrang hebben gevoeld om er naartoe te gaan als het nog zo zou hebben geheten. Het klonk zoiets als de Heilig Landstichting, het Bijbels openluchtmuseum in Berg en Dal, vlakbij mijn geboorteplaats Nijmegen, dat tegenwoordig Museumpark Orientalis heet. Rooms-katholiek gedoe dat destijds in mijn Calvinistische millieu uit den boze was om te bezoeken. Want in het fanatiek katholieke Nijmegen waren wij destijds, eeuwen na de reformatie, nog altijd ketters. Het Krona Museum werd in 1973 opgericht en is sindsdien gevestigd in de aanbouw van het Maria Refugieklooster, ooit het klooster van de Kruisheren, dat de Zusters Birgittinessen in 1713 hadden overgenomen. Ze kwamen er terecht na de vaderlandse Beeldenstorm, en al het andere dat volgde op de reformatie, nadat hun in Rosmalen gelegen klooster Coudewater door de Staten Generaal was opgeheven. Zo ging dat in die tijd. De tegen het eind van de 14 eeuw opgerichtte orde, vernoemd naar de Zweedse heilige Birgitta van Zweden, heeft tegenwoordig nog maar weinig leden. Dat was in mijn allerjongste jaren wel anders, toen, als ik het me goed herinner, de eerstgeboren zoon of dochter aan onze Lieve Heer werd geschonken, in een klooster terecht kwam of missionaris of zo werd. Wie in de buurt katholiek was, kon je aan de grootte van het gezin afleiden nietwaar: voorbehoedmiddelen verboden, hoewel dat minder zichtbaar werd nadat mijn ouders in 1957 naar Rotterdam waren verhuisd. Naar op Zuid in de Eilandenbuurt van het stadsdeel Carnisse waar we op zondag kerkten in de Nieuwe Kerk, waar aan de andere kant het Brabants Dorp lag. Een in 1941 gebouwd ”dorpje” om mensen die door het Duitse bombardement van een jaar eerder dakloos waren geworden een dak boven hun hoofd te geven. Het bestond uit ruim 500 kleine noodwoningen die grotendeels waren gebouwd met het puin van datzelfde bombardement. Het dorpje - en de kerk - werd in de loop van de jaren 60 van de vorige eeuw gesloopt om plaats te maken voor het nog afzichtelijker winkelcentrum Zuidplein. Wat mij over de streep van het Krona Museum had getrokken was dat er traditionele religieuze kunst uit de kostbare eeuwenoude collectie werd getoond met – wie weet - al dan niet toekomstig kostbaar werk van hedendaagse lichtkunstenaars. Want hoe laat je zoiets zien? Nou, dat de conservator van het museum dat wel wist, zag ik gelijk al bij die in de lucht stekende glazen hand met op de achtergrond de letterlijk schitterende luchtmatras van Matthijs Muller. Beide hedendaags in mijn ogen, de hand echter een armreliek uit de 13 eeuw.... De scheidslijn tussen de abdij, het klooster, waarin nog altijd een tiental zusters Birgittinessen wonen, en het museum lijkt wat vaag door een gemeenschappelijke buitenmuur met daarin de toegangspoort van het museum, waarna je door de kruidentuin van het klooster naar de ingang loopt. Eenmaal binnen ligt rechtsaf de zaal die de Abdijvleugel heet en is er linksaf een neergaande trap naar een grote kelder die onder de akker aan de andere kant van de kloostermuur ligt en die, wie weet na lang nadenken, Benedenzaal werd gedoopt. Daar is dus een combinatie van hedendaagse lichtkunstwerken en traditionele religieuze kunst te zien met een paar waarschuwingen die je zelden tot nooit in een ander museum zult tegenkomen: Veel kunstwerken staan onder hoogspanning. Houd afstand! En op de deur van de Schatkamer: Pas op bij het betreden van deze ruimte als u last heeft van epilepsie. Wat mij daar als eerste aansprak was de rood verlichte Broken Circle van Navid Nuur die sprekend leek op de Arc Majeur, de Grote Boog, het enorme beeld van roestkleurig cortenstaal waar je halverwege de snelweg van Luxemburg naar Brussel doorheen rijdt. Als tweede was er die weet ik niet hoe oude Reliekenkalender of Heiligenkalender, een grote houten kast met een beeldje van Maria in het midden met aan haar beide zijden drie kolommen - eentje voor elke maand van het jaar - waarin voor iedere dag een ingelijst rond glaasje met erachter een relikwie van de heilige wiens naamdag het die dag is, en tenslotte was er die even eenvoudige als te gekke Black Light Table. Een door Willem Marijs op een tafel gestapelde kleurige collage van een drietal nog levende tl-buizen die er voor zorgen dat ook de weet ik niet hoeveel dode buizen die er liggen opnieuw tot leven worden gewekt. Geloof niet dat ik eerder zulk mooi kunstlicht zag! |