|
ER IS MAAR ÉÉN KAREL 1 – 3 (30102023) 't Is behoorlijk frustrerend wat me in het Abbemuseum overkomt na die best ludieke interactieve installaties van Temitayo Ogunbiyi van ontelbare meters groene plantenzakken en door nepwimpers geïnspireerde speelobjecten. In de eerste de beste zaal staan onder andere twee vrij hoge, zeker meer dan 2 meter, uit een boomstam gehakte werken die me niet erg aanspreken en die ik eigenlijk gewoon links had willen laten liggen. Nieuwsgierigheid waarom die objecten hier überhaupt, ja dit woord staat echt in de woordenlijst van de Nederlanse Taalunie, worden geëxposeerd, krijgt de overhand. Dus toch maar even de bijschriften lezen om al doende godsgruwelijk de pest in te krijgen. Het blijkt namelijk vroeg werk van Ossip Zadkine te zijn: Demeter uit 1918 en Sint Sebastiaan uit 1929. Desondanks zeggen die houten dingen me nog net zo weinig als toen ik ze voor het eerst bekeek. Het is vooral mijn eigen onwetendheid die me nogal dwars zit. Op de website van het museum lees ik achteraf dat Sint Sebastiaan in het Romeinse rijk een vroeg Christelijke martelaar was die eeuwen na zijn dood langzaam maar zeker tot een homo erotisch symbool werd verheven. ”Jong, haarloos en zijn vrouwelijke trekken contrasteren met zijn gespierde lichaam. Hij wordt in sommige opzichten queer! Wist je dat iconen van Sint-Sebastiaan al in de achttiende eeuw onder homoseksuele mannen circuleerden?” Nee, daar had ik geen flauw idee van, net zomin als wat dit met Zadkine's sculpturen hier in het museum had te maken. De reden waarom ik zo de pest in kreeg was dat ik tot vandaag in het van Abbe er onbewust van was uitgegaan dat de Verwoeste Stad, het oorlogsmonument, het enige beeld was dat Zadkine ooit had gemaakt... Dom, dom dom!!!!! De verwoeste stad dat in Rotterdam meestal Stad zonder hart wordt genoemd en er bijnamen heeft/had als Jan Gat, Jan met de Handjes of doodgewoon Zadkien of Zadkini. Dat Jan met de Handjes omdat het beeld volgens havenarbeiders, in die tijd zo'n beetje een aparte etnische groep, nogal op hun bazen leek: Z'n klauwen staan verkeerd en hij heeft geen hart in z'n lijf. Tot en met mei 1978, 25 jaar na de onthulling, stond er op de sokkel slechts Mei 1940, toen pas werd aan de voet een plaquette geplaatst met de officiële naam en die van de schenker. Dat was het warenhuis de Bijenkorf dat oorspronkelijk anoniem had willen blijven. Zadkine werd geïnspireerd tot het maken van Monument à une ville détruite toen hij kort na de 2e Wereldoorlog vanuit de Verenigde Staten naar Frankrijk terugkeerde in het door die oorlog verwoeste Le Havre. Hij wilde het er aanvankelijk ook plaatsen totdat...., totdat hij een paar jaar later in Rotterdam met de trein over het hoger gelegen spoorwegviaduct tussen het Centraal Station en de spoorbrug over de Maas reed. Van daar kreeg hij een exclusief gezicht over het in mei 1940 door Duitse bommen verwoeste stadscentrum, hetgeen hij in een brief als volgt beschreef: “Van het station af strekte zich een onmetelijke woestenij uit, zover de blik reikte. Plassen vuil, bedorven en groenachtig water wisselden met vlakten waar kwaadaardige, naamloze kruiden zich plooiden in de wind. Het was alsof mij een film ontrold werd, een verbijsterende film over de morgen na de ramp.” In de trein zou hij toen hebben bedacht dat het monument eigenlijk in Rotterdam zou moeten komen te staan en de naam van zijn project hebben veranderd in Monument pour la ville détruite de Rotterdam. Rotterdammers van mijn generatie weten niet beter dan dat het in 1953 onthulde beeld op de kop van de Leuvehaven staat, doch wel steeds minder zichtbaar is geworden. Zelfs terwijl ik weet waar het staat, moest ik er een paar weken geleden naar zoeken. Vanuit mijn pied-à-terre wandelde ik via de Rochussenstraat, het Museumpark met het al jaren gesloten Museum Boijmans, de ondertussen in een lang lint horecabedrijven veranderde Witte de Withstraat en Daan Botlek's een stuk of tien verdiepingen hoge gevelschildering op de hoek van de Schiedamse Vest en de Schilderstraat naar de Leuvehaven waar ik dan voorheen de Verwoeste Stad zou kunnen zien staan. Niet dus. Tot mijn verbazing en chagrijn blokkeerde het Maritiem Museum het gezicht erop. In 2003 schreef de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij daarover in de NRC: Rotterdam is trots op zijn Zadkine. Maar niet iedereen is gelukkig met de plek waar het staat. In 1953 had Zadkine zelf de kop van de Leuvehaven aangewezen, 'waar het beeld moet oprijzen in een geweldige ruimte en van ver en veel kanten zichtbaar is'. Sindsdien is het twee keer opgeschoven, voor de bouw van de metro en het Maritiem Museum. De ruimte om `De verwoeste stad' is volgebouwd. Wie nu Jan Gat wil zien, moet er naar zoeken. Twintig jaar later kan ik uit eigen ervaring helaas bevestigen dat het nog altijd zo is. Schande! wordt vervolgd |