|
ER IS MAAR ÉÉN KAREL 1 – 7 (29112023) Waarom, zo vraag ik me af, maak ik na 17 jaar van mijn leven in Buenos Aires te hebben gewoond - en sindsdien alweer 6 jaar in Frankrijk - door toeval pas in Eindhoven kennis met het werk van Mercedes Azpilicueta?? Al die jaren in de Argentijnse hoofdstad was ik toch behoorlijk betrokken geweest bij wat zich op het gebied van beeldende kunst afspeelde en is de kunstenares afkomstig uit het maar een uurtje of zo verderop gelegen La Plata. Nooit gebrek aan uitvluchten, maar in dit geval wel erg geldige. De in 1981 geboren en nog jonge kunstenaar was toen natuurlijk een novice in het cultureel veeleisende Buenos Aires, terwijl zij voor zichzelf een heel eigen ontwikkelingsroute had uitgestippeld en via aardig wat omwegen zowaar in Amsterdam terecht zou komen. Omdat ikzelf na relatief korte perioden – 4, 3 en bijna 3 jaar - in Londen, Libreville en Rio de Janeiro en bijna 10 jaar Lagos in Buenos Aires terecht was gekomen en van daaruit tussen de bedrijven door ook nog eens ruim een jaar in zowel Santo Domingo als Kaapstad, heb ik alle begrip voor haar zwervend bestaan en dat we elkaar vandaag in het van Abbemuseum ontmoeten bij twee, ja bij twee wat eigenlijk? Nou bij wat een door het museum ingehuurde vertaler De ondeugende hoepelrok heeft gedoopt en in het Engels The Naughty Crinoline. Dit zegt Wikipedia: Een crinoline of hoepelrok is een kledingstuk dat door vrouwen tussen circa 1850 en 1870 gedragen werd om de vorm van de kleding een steeds wijdere (“vrouwelijker”) klokvorm te geven. Mijn zes jaar oudere zus droeg daarvoor in de tweede helft van de jaren 1950 gewoon een petticoat die haar rokken deed opbollen. En ik heb geen flauw idee wat er ondeugend aan de hier getoonde hoepelrokken zou moeten zijn. In mijn allerondeugendste gedachten zie ik hooguit de gespreide blote benen van een zittende vrouw met haar petticoat hoog over de billen opgetrokken..... Toegegeven, ondeugende fantasie is een vereiste, desondanks vind ik er niets aan. Omdraaien of verder kijken? Het wordt verder kijken en daardoor kennis te maken met Lucía Miranda. Het bijschrift naast een halfrond toneeldecorachtig doek: De legende van Lucía Miranda, opgetekend door de 19e-eeuwse schrijfster Eduarda Mansilla wordt hier verbeeld. Miranda was de eerste “cautiva”, een Europese vrouw die door de inheemse bevolking gevangengenomen werd bij haar aankomst in Argentinië in de 16e eeuw. Voor de alledaagse van Abbemuseumbezoeker wellicht hartstikke duidelijk, bij mij roept het een vraag op. Niet dat de kunstenaar geïnspireerd zou zijn door de schrijfster, wel de suggestie dat die de bron van de legende zou zijn. De aan de Literaire Faculteit van de Universidad de Buenos Aires verbonden Carlos Rossi Elgue legde een paar jaar geleden, na uitgebreid wetenschappelijk onderzoek, in een lang artikel uit hoe Lucía Miranda op het toneel verscheen als de eerste Spaanse vrouw die door de oorspronkelijke bewoners van het land gevangen zou zijn gehouden. Ze werd in 1612 voor het eerst genoemd door Ruy Diaz de Guzmán in zijn Argentina. Historía del Descubrimiento y Conquista del Río de la Plata. Daarin beschrijft hij hoe Sebastián Cabato, die bijna 100 jaar eerder onderweg was naar het Verre Oosten, aan de noordoever van de rivier – ter hoogte van het huidige Colonia in Uruguay - afmeerde omdat een aantal van zijn houten zeilschepen vanwege hoognodige schadereparatie niet verder konden varen. Overlevenden van een eerdere gestrande expeditie vertelden hem over de enorme schatten die stroomopwaarts te vinden zouden zijn. Daarop besloot hij af te wijken van zijn opdracht naar het Verre Oosten te varen en met de twee of drie schepen die dat nog konden de Río Paraná op te varen om naar die schatten te gaan zoeken. In de vermoedelijk rijke regio aangekomen, bouwde hij er in 1527 op de oever van de Río Cacarañá het fort Sancti Spiritus, de eerste Spaanse nederzetting in wat nu Argentinië is. Na een conflict met de inheemse bevolking maakten die het fort met de grond gelijk en begon het legendarische leven van Lucía Miranda, hoewel Cabato zijn reis was begonnen met 250 mannen en er beslist geen enkele vrouw aan boord was geweest. Volgens het in 1786 in Buenos Aires opgevoerde toneelstuk van Manuel José de Lavardén en in de tegen het einde van 19e eeuw gepubliceerde historische romans van onder andere Eduarda Mansilla en Rosa Guerra, zou de cacique, de leider van de lokale bevolking, Lucia gevangen hebben genomen om haar als echtgenote te nemen. In 1924 werd het toneelstuk verfilmd en zegt de verliefde cacique over Lucía's gevangenschap: 't Is allemaal haar eigen schuld, had ze maar niet zo mooi moeten zijn. Het schilderij van Mercedes Azpilicueta past perfect in deze tradtie en zorgt ervoor dat Lucía Miranda weer een eeuw of zo langer mee kan. Ben benieuwd hoe het dan zal worden verbeeld, iets dat ik jammer genoeg niet meer zal meemaken. slot |