|
HERENPLAATS (31122023) In Amsterdam de Herengracht in de tijdens de welvarende 17e eeuw gebouwde Grachtengordel, in Rotterdam de Herenplaats in het eind 19e eeuw gebouwde Oude Westen om de naar de snel groeiende haven trekkende arbeiders en hun gezinnen een dak boven het hoofd te geven. Ergens tussen de apotheek voor mijn epilepsiemedicijnen - gevestigd op de begane grond van een eind 19e eeuws herenhuis met een bij die tijd horende mooie gevel - op de Nieuwe Binnenweg en de LeesZaalLees aan het naar de Reus van Rotterdam vernoemde Rijnhoutplein in het ondertussen op veel plaatsen gesloopte en oerlelijk herbouwde Oude Westen van een eeuw later, ligt Galerie Atelier Herenplaats. Toen ik er een paar maanden geleden langsliep, zag het er dusdanig shabby uit – ja shabby staat echt in de Woordenlijst van de TaalUnie - dat ik het links liet liggen. Toch nieuwsgierig geworden, ga ik er nu wel naar binnen en nadat de vrijwilliger van dienst, zoals zij zich voorstelde, en haar zoon me bij de hand namen, word ik eraan herinnerd dat je niet op het uiterlijk alleen af moet gaan. Heilige Huisjes is zowel een heel erg Nederlandse, als een heel erg aan het seizoen gebonden naam voor de expositie zo vlak voor het einde van het jaar. Wat weggemoffeld, alsof ze het liever niet willen weten, staat op een raam in de zijgevel PAMEIJER. Wat er binnen gebeurt, wordt naast de ingang om de hoek toegelicht: In 1921 begint de psychiater Morgenthaler over de kunstwerken van zijn patiënt Adolf Wölfli te publiceren, hierdoor ontstaat er in Europa een groeiende belangstelling voor kunst gemaakt door psychiatrische patiënten. De Franse kunstenaar Jean Dubuffet voelt zich ook sterk aangetrokken tot het werk van deze patiënten en in 1948 geeft hij deze kunst de naam Art Brut (sprankelende kunst). Waarmee hij Art Brut tegenover de gevestigde kunst stelt, die hij Art Culturel noemt, kunst die volgens hem nooit “puur” kan zijn. Er wordt echter met geen woord gerept over Dr. Pameijer naar wie de galerie en ik weet niet hoeveel andere Rotterdamse instellingen zijn vernoemd. Met al die “filialen” lijkt het wel op Albert Heijn of Jumbo of Lidl die je ook overal in de stad tegenkomt. Na lang zoeken ontdekte ik dat hij zo'n 100 jaar geleden directeur was van Maasoord, dat zei me wel wat. Nadat mijn ouders halverwege de jaren 50 van de vorige eeuw van Arnhem naar Rotterdam waren verhuisd, was Maasoord de tegenhanger van wat tot dan toe Wolfheze was geweest: het gekkenhuis. Maasoord werd in 1958 omgedoopt tot Deltaziekenhuis, daarna in 1992 tot Delta Psychiatrisch Ziekenhuis en heet sinds 2005 Delta Psychiatrisch Centrum. Iedere keer een andere naam die beter zou aansluiten bij de de nieuwe vormen van dienstverlening. Want, zo weet ik, wanneer je je heden ten dage ietwat anders dan de gemiddelde Nederlander gedraagt, ben je niet langer gek, maar gewoon jezelf. De vrijwilliger van dienst, die naast de voordeur van de galerie een sigaret zit te roken, is de moeder van Roland van Eck, één van de weet ik niet hoe je ze zou moet noemen mensen die hier op werkdagen – 't is zaterdag, dus is er niemand - werken. Geestelijk gestoorden? Psychiatrische patiënten? Beeldend kunstenaars? Moeder en de zoon die komt buurten, nemen me bij de hand. Bofkont die ik ben, laten ze me voordat ik naar de galerie mag eerst het gemeenschappelijke atelier zien en de speciale werkplekken van de kunstenaars én uiteraard de twee doeken van Roland die er hangen. Het zijn klassieke portretten: het gezicht van een man boven zo'n Spaanse plooikraag, niet echt mijn ding maar iets waarmee hij nogal naam schijnt te hebben gemaakt en opdrachten door zou krijgen. Roland is een zeer bescheiden jonge vijftiger met een artistiek talent die, volgens zijn moeder althans, zich nergens thuis voelde en nergens werd geaccepteerd. Wat mij betreft is het gewoon een aardige gozer, maar goed ik zit dan ook niet in deze ingewikkelde psychiatrische wereld. In de met veelzijzig en veelkleurig werk gevulde galerie val ik spontaan voor het enige echte Heilige Huisje dat er staat: het Casa Atrapagentes – Aantrekkelijke Huis – van Belén Sánchez, een huisje dat ze bouwde met stukken ribkarton die bij elkaar worden gehouden door dunne kabeltjes, schroeven en moeren waarvan de muren en het dak zijn bekleed met ontelbaar veel portretjes van mannen en vrouwen. Een weggegooid kauwgumdoosje en een sigarettenpakje suggereren airco's, kurken de afzuigkappen in de keuken, delen van plastic flesjes zijn de watertanks van het huis. Zijn de op vraagtekens lijkende haakjes van afgedankte klerenhangers op één van de twee blinde buitenmuren gevelkunst? Het penthouse, met het grachtenpandachtige dak, is zo te zien het enig bewoonbare deel, hoewel …... Het grote raam in de andere brede buitenmuur een kijkje in de slaapkamer lijkt te geven, maar in mijn ogen best eens het toneel van een schouwburg zou kunnen zijn. Iets dat eigenlijk best klopt....... Al met al is het doodgewoon erg insprirerende Art Brut, punt uit! |